Maar er is nog iets dat veel belangrijker is, namelijk van wezenlijk belang. Als je stelt dat de hele moderne beeldende kunst op het randje van de overbodigheid is gekomen, wordt dan de noodzaak om scherp, helder en betrokken over kunst te schrijven niet eerder groter dan kleiner? Is een algeheel gevoel van defaitisme niet met name de voedingsbodem voor de lucide roep vanuit de woestijn?
Ja, en dan die suãcidale ‘ik spring zelf’-metafoor. Ik hoop tenminste dat het een metafoor betreft. Als je springt, waarom spring je dan niet in mijn armen? Waarom zouden we niet ieder over ons eigen kronkelpaadje naar de berg blijven trekken, omdat we weten dat de berg nooit naar ons zal komen? Dat de beeldende kunst zich niet meer zou laten beoordelen en de muziek, de literatuur en de architectuur wel, zou ik van een vraagteken willen voorzien. Dat een musicus, een architect of een schrijver iets moet kunnen in de tijd van de designfa‡adearchitectuur, componeercomputer en creatiefschrijvensoftware zou ik zelfs willen aanvechten. De beeldende kunstenaar is niet de enige die van zijn ambachtelijk anker is losgeslagen. Dat schokkerige filmpje met een handycam gemaakt door een jonge beeldende kunstenaar lijkt mij ook al geen definitief voorbeeld van de vrijblijvendheid van de kunst. Francis Ford Coppola voorspelde al jaren geleden dat er binnenkort een jonge Mozart van de film zal worden ontdekt; bijvoorbeeld een tienjarig meisje uit een dorpje in Texas dat met de videocamera van haar moeder een meesterwerk maakt. Al of niet met schokkerige beelden. Laat de kunst alleen maar fouten maken. Laat ze van haar fouten niets leren. Dan nog zou zo'n ‘fout’ kunstwerk woede, passie of troost kunnen oproepen en dan zou een warm en verlicht commentaar op zijn plaats zijn. Jij liever dood, ik liever idioot.
De idioot heeft overigens de Mozart met de digitale videocamera hier in Berlijn al ontdekt. Hij heet Hubert Sauper en komt uit Tirool, maar leeft nu met zijn Hongaarse Zsuzsanna in Parijs. Hubert Sauper en Zsuzsanna Varkkonyi vlogen met een klein vliegtuigje van de Verenigde Naties naar een godvergeten plek in de jungle van Zaãre. Toen ze landden had het land een andere naam gekregen na een bloedige staatsgreep. Hubert met zijn cameraatje en Zsuzsanna met haar accordeon troffen in de jungle, duizend kilometer van huis, honderdduizend Hutu-vluchtelingen aan. Weinig mannen, veel zieke vrouwen en een massa uitgemergelde kinderen. Hubert filmde een magistraal requiem. Zsuzsanna speelde een jiddisch troostlied.
Ole, zolang er nog filmmakers zijn die voor de schoonheid (nee, ik zeg niet waarheid) hun leven wagen spring ik nog niet.

  • Volgende week komt dan eindelijk de meest gehypte Nederlandse debuutfilm, Vive Elle van Miriam Kruishoop, uit in de filmtheaters. Een enkele criticus heeft deze intrigerende film van een hoogst talentvolle filmmaakster afgeslacht alsof het een tweede of derde film was. De hype was hun te veel geworden. Een domme reactie, zoals de bioscoopganger zelf zal zien.
  • La vie de JÇsus van Bruno Dumont is een weerbarstige plattelandsdebuutfilm die in enkele filmhuizen nog te zien is. Dumont is overigens bepaald geen groentje en dat kun je ook niet zeggen van onze Algerijnse landgenoot Karim Traãdia. Zijn De Poolse bruid gaat niet alleen over een pijnlijk ongewenste vreemdelinge, maar ook over het licht boven de klei van Groningen. Komt binnenkort.