Beste recensent,

Wat ik van je wil, dat weet je al lang, maar ik wil het nog wel een keer voor je uitspellen. Dat je m’n boek aan de man brengt, met aanprijzingen als ‘weergaloos’, ‘mateloos intrigerend’, ‘aanstekelijk’ en ‘bijzonder geslaagd’ en ‘alle toch al hoge verwachtingen overtroffen’.

Dat je de lezer wat lekkere brokjes voorschotelt van de veel­belovende verhaallijn, maar natuurlijk niet alles. Dit gedeelte van je recensie laat je dan eindigen met iets ronkends, ‘spectaculaire finale’ of zo. Of apotheose. Verzin maar iets. Maar kopieer het niet rechtstreeks uit de brochure van de uit­geverij of de achterflap, dan geloven ze je niet. Ik zou het ook leuk vinden als je iets aardigs zegt over de psychologie van de karakters, bijvoorbeeld dat die zo mooi uitgediept zijn. Een beetje een cliché, maar lezers willen dat weten. Verder stel ik het erg op prijs dat je de beste zinnen uit mijn boek in z’n geheel citeert, waaraan dan toegevoegd wordt: ‘aan haar raffinement herken je de echte schrijver’. Maar vooral dat je iets filosofisch/diepzinnigs schrijft over een bepaald gegeven/idee/motief. Liefst iets wat ik zelf ook nog niet zo duidelijk heb voor mezelf, maar dat zéker de kern is van het boek. Schrijf gerust dat het ogenschijnlijk eenvoudig is opgeschreven, dat het niettemin ingewikkelde materie is, maar met brille behandeld. Wat het literatuur maakt in haar puurste vorm. Vergeet niet te zeggen dat het nergens mee te vergelijken is en dat je nog nooit zoiets opwindends hebt gelezen. Eindig, als je niet al je kruit al verschoten hebt, met iets over het plezier, de rijkdom en de kracht van deze roman. Dit alles graag enthousiast opgeschreven, en bezield en met verstand van zaken.

Maar waar heb ik het over? Ik héb nog helemaal geen boek te verkopen. Als iedere andere literatuurliefhebber ben ik alleen maar iemand die recensies leest om nieuwe boeken te vinden. Ik wil op nieuwe dingen gewezen worden, of op onterecht vergeten parels, dingen die ik niet wil missen. Ik wil verleid worden om direct naar de boekhandel te fietsen. Snel, met het eierpannetje nog op het gas, m’n jas nog open, ongepoetste tanden, bang dat al die andere krantenlezers of _Tros Nieuwsshow-_luisteraars me anders voor zullen zijn.

Ook wil ik een recensie lezen en dan denken, verdomme, ik wou dat ik dat ook allemaal wist, dat ik niet zo achterliep. Na je recensie snap ik waarom al die andere ontwikkelingen in de literatuur ook niet uit de lucht zijn komen vallen, maar dat er verbanden zijn met dit en met dat. Met bewegingen in de actualiteit, de wetenschap, de filosofie, de kunst, de politiek. En die verbanden lees ik dan in je recensie. Ik heb graag dat je slim bent, ja. En belezen.

Ik wil vooral ook zéker weten of ik naar de winkel moet. Daarom moet ik je kunnen vertrouwen. Ik moet je smaak kennen, en wat je schrijft op waarde kunnen schatten. Ik moet ook zeker weten dat je niet corrupt bent. De slechte boeken bespreek je beter niet. Ik lees liever een positieve recensie dan een negatieve. Maar ik wil wel van je lezen hoe je het volgende boek vindt van de auteur die je een paar jaar geleden zo bejubelde. Is deze weer zo goed? Als dat niet zo is, is een kleine recensie voldoende. Debuten die je slecht vindt, hoef je niet te doen. Matige debuten waarin talent fonkelt alleen kort. Van boeken van auteurs die je altijd slecht vindt, hoef ik niet te weten dat je dat deze keer weer vindt, maar ik wil er wel van op aan kunnen dat je voor de zekerheid nog even kijkt. Misschien heeft die schrijver inmiddels toch het licht gezien. Ik wil dat je de tijd ervoor uittrekt. Dat je het recenseren er niet even bij doet, naast je taken als leraar, boekverkoper, redacteur, dichter, boekenschrijver, huisman of -vrouw, vader of moeder.

Beste recensent. Voor mij ben je god. Full-time god. Zo’n ouderwets christelijke: alom­tegenwoordig, alwetend, rechtvaardig, volmaakt en wijs. Eentje die de schapen van de bokken scheidt. Zo’n god maakt het, denk ik, verder niet zo veel uit wat Franca Treur er allemaal van vindt.


Franca Treur is schrijfster. Ze debuteerde in 2009 met de roman Dorsvloer vol confetti