Besturen in de Mexicaanse hel

De Mexicanen kiezen op zondag 1 juli niet alleen nieuwe vertegenwoordigers in de landelijke politiek, maar ook in alle dertig deelstaten en in de gemeentes. De grootste verkiezingsoperatie in de geschiedenis van het land is ook de gewelddadigste. De ‘wet der metalen’ heerst: plata o plomo.

Medium anp 54987787
Vrienden en familie met de kist van Arturo Gomez op 29 december 2017. De burgemeester van de Mexicaanse stad Patatlan werd een dag eerder doodgeschoten in een restaurant. © AFP

Op de universiteit van Coahuila, in de grensstad Piedras Negras, is het verkiezingsdebat van de kandidaten voor het federale parlement van Mexico afgelopen. Fernando Purón, kandidaat van de regerende Partij van de Institutionele Partij (PRI) en ex-burgemeester van de stad, stopt buiten voor de deur om een selfie te laten maken met een kiezer. Plotseling loopt een man op hem af en schiet hem een kogel door het hoofd. Een andere kogel treft een voorbijganger.

Purón had het opgenomen tegen Los Zetas, de bende die zijn stad tijdens zijn burgemeesterschap beheerste. Hij werd constant bedreigd en ging altijd vergezeld van minimaal tien lijfwachten. Juist tijdens zijn laatste debat ging hij er prat op dat hij de extreem gewelddadige criminele groep uit Piedras Negras had verdreven en deze tot de veiligste stad aan de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten had gemaakt. Gek genoeg had hij tijdens zijn campagne maar een lijfwacht die op het moment van de aanslag niet in de buurt was.

De kleine staat Coahuila is een bolwerk van de meest corrupte sector van de PRI. De partij is hier al bijna honderd jaar ononderbroken aan de macht. Vorig jaar won haar kandidaat dankzij een opzichtige fraude opnieuw het gouverneurschap.

Ex-burgemeester Purón was wat heet een omstreden figuur. Zijn strijd tegen de georganiseerde misdaad was een beetje een afspiegling van die strijd op nationaal niveau: er vallen wat onschuldige burgers, collateral damage heet dat ook hier. Purón sprak met veel dédain over vermiste personen in zijn stad, die deel uitmaken van het legioen van meer dan 25.000 Mexicanen die de afgelopen jaren spoorloos verdwenen zijn.

Een dag na de moord in Coahuila. Op Isla Mujeres, een toeristeneiland helemaal aan de andere kant van Mexico waaraan het geweld voorbij leek te zijn gegaan, heeft PRI-kandidate Rosely Danilú thuis een werkoverleg met haar team. Wanneer de anderen vertrekken dringen twee gemaskerde mannen haar huis binnen en schieten haar neer. Ze overlijdt een paar dagen later in het ziekenhuis.

Fernando Purón en Rosely Danilú zijn respectievelijk nummer 112 en 113 van de in de huidige verkiezingscampagne vermoorde kandidaten en hun familieleden. Jawel, 112 en 113. Op dat moment waren de verkiezingen nog twee weken weg.

De Mexicanen kiezen op zondag 1 juli niet alleen een nieuwe president maar ook een nieuwe kamer van afgevaardigden en een senaat, afgevaardigden in deelstaatparlementen, gemeenteraden en burgemeesters. Het is niet alleen de grootste verkiezingsoperatie in de geschiedenis van het land maar ook de gewelddadigste.

Politiek bedrijven op locaal niveau is in Mexico een levensgevaarlijke bezigheid. De politiek en de georganiseerde misdaad schuren dicht tegen elkaar aan en bij elke verkiezing proberen de criminelen hun directe invloed te vergroten. In veel gevallen is het stadium van infiltratie al gepasseerd en is de misdaad aan de macht gekomen.

Hier heerst wat heet ‘de wet der metalen’: plata o plomo (zilver of lood). Kandidaten moeten kiezen tussen het aannemen van crimineel geld of de kogel. Maar een kandidaat die in zee gaat met de ene bende loopt het risisco onmiddellijk te worden afgemaakt door de andere. Geen enkele bende bedienen staat gelijk aan het tekenen van het eigen doodvonnis. De campagnes zijn duur en er gaat een hoop vuil geld in om. Daarbij maakt het niet uit om welke partij het gaat, zoals ook de slachtoffers kandidaten van alle partijen zijn.

De verkiezingscampagne is letterlijk één groot bloedbad. Maar ja, heel Mexico is een groot bloedbad. In 2017 zijn 21 burgemeesters en ex-burgemeesters vermoord. Hun werk zit in dezelfde risicozone als dat van de journalisten, van wie er vorig jaar dertien om het leven zijn gebracht. Het geweld in het elfde jaar van de drugsoorlog brak alle records, met meer dan 29.000 moorden gerelateerd aan de georganiseerde misdaad. En dit jaar zullen al die records weer gebroken worden.

Het Nationaal Kiesinstituut (INE), de organisator van de verkiezingen, en het Kiestribunaal, dat er op moet toezien dat de verkiezingen keurig verlopen, zien niets bijzonders in het ongebreidelde geweld tegen de kandidaten. ‘We hebben onlangs nog duidelijk oproep gedaan dat geweld het tegendeel is van democratie’, onderstreepte Lorenzo Córdova, de president van het INE, onlangs in een interview. Eerder stelde hij dat er geen uitgesproken ‘brandhaarden’ in het land zijn, alleen wat gebieden in een stuk of vijf staten waarover hij zich ‘zorgen maakt’ en die wellicht ‘speciale aandacht of een speciale strategie op het punt van de veiligheid vergen’.

Probleem is dat in Mexico nog nooit verkiezingen in dertig staten tegelijk zijn gehouden, verontschuldigde zijn collega van het Tribunaal zich in hetzelfde interview. Als er nou verkiezingen waren geweest in slechts drie staten, ‘dan waren er misschien vijf of zeven kandidaten vermoord’. Vijf of zeven vermoorde kandidaten is kennelijk voor de autoriteiten acceptabel. Democratie heeft nu eenmaal zijn prijs.

En het hoogste gezag in Mexico? President Enrique Peña Nieto sprak onlangs een deftige verklaring uit waarin hij de komende verkiezingen een ongekende uitdaging voor de democratie noemde. Maar elke verwijzing naar de moord op meer dan honderd kandidaten liet hij achterwege. Zijn regering is simpelweg niet in staat de deelnemers aan de ‘democratische uitdaging’ fysiek te beschermen.

Luis Almagro, de Uruguayaanse secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten is wel ‘bezorgd’ over het feit dat in de Mexicaanse campagne ‘elke vier of vijf dagen een kandidaat of een politicus wordt vermoord’. Maar de OAS schreeuwt niet bepaald moord en brand over het slagveld waarin de campagne is ontaard.

Mexico is volledig gedesoriënteerd, meent de dichter en politiek activist Javier Sicilia, wiens eigen zoon enkele jaren geleden door een criminele bende is vermoord. De verkiezingen die het nieuws in de meeste media en het politieke discours beheersen doen het voorkomen ‘alsof we werkelijk leefden in een land met democratische omstandigheden, waar het probleem alleen maar is de corruptie van de dienstdoende regering te overwinnen’.

Het gaat, zegt Sicilia, louter over de verkiezingen en wie ze wint, los van enige context. Vergeten worden de massagraven die aan de lopende band en overal in het land worden gevonden, de verdwijning van tienduizenden burgers, en aan de andere kant de feitelijke uitzonderingstoestand waarin de Mexicanen leven sinds de vorige president Calderón het leger de straat op stuurde. De vraag die allereerst gesteld zou moeten worden luidt: ‘Kunnen we werkelijk spreken van verkiezingen in zo’n land?’

Volgens Sicilia missen de verkiezingen in de huidige situatie elke relatie met de werkelijkheid en lossen ze bovendien niets op: ‘Wie in deze omstandigheden wint zal gedoemd zijn een hel te besturen die dieper en afgrijselijker zal zijn dan die na de vorige verkiezingen.’

De Mexicaanse hel krijgt waarschijnlijk wel een nieuwe administrateur. De grote favoriet bij de presidentsverkiezingen, Andrés Manuel López Obrador, moet echter ook op zijn tellen passen. Een bekende columnist deed zelfs een onverhulde oproep hem om zeep te brengen. De linkse leider AMLO, zoals hij kortweg wordt genoemd, ligt in de peilingen een straatlengte voor. Twee keer eerder was hij dicht bij de overwinning, maar beide keren redde hij het net niet, volgens zijn aanhang en tal van objectieve waarnemers door fraude. Hij ligt nu zo ver voor dat een eventuele fraude nu navenant gigantisch zal moeten zijn.

Mochten de Mexicanen inderdaad de ex-burgemeester van Mexico-Stad als nieuwe president kiezen, dan gaan zij opzichtig tegen de trend in heel Latijns-Amerika in. De meeste Latijns-Amerikaanse landen maakten al zo´n twintig jaar geleden de ommezwaai naar links maar hebben de koers inmiddels alweer verlegd naar rechts. Twee weken terug bevestigde Colombia de trend nog eens nadrukkelijk.

Alle kandidaten, inclusief de officiële propaganda-apparaten van de regering, dat wil zeggen de meest media, hebben AMLO massaal, eendrachtig en continu aangevallen. Hij is constant afgeschilderd als een gevaar voor Mexico en een politicus die van Mexico een nieuw Venezuela zal maken. ‘De linkse populist’ is het meest gebruikte etiket. Linkse politici in Latijns-Amerika zijn nog altijd per definitie populisten, terwijl rechtse populisten gewoon nationalisten heten.

Vroeger werden linkse kandidaten in Mexico (en elders in Latijns-Amerika) altijd simpel weggezet als communisten of ‘nieuwe Fidel Castro’s’. Rond de eeuwwisseling werden het nieuwe Hugo Chavezen. López Obrador was in zijn twee vorige pogingen tot president te worden gekozen de ‘Mexicaanse Chávez’, nu is hij de ‘Mexicaanse Maduro’: Vorige week dook plotseling ook een onverwachte variant op: hij is de ‘Mexicaanse Trump’. Het enige argument is dat hij vaak het woord volk gebruikt. De achterliggende gedachte: Trump is een engerd, López Obrador is een Trump, dus López Obrador is een engerd.

Op de gemiddelde Mexicaanse kiezer maken die verdachtmakingen weinig indruk. Die weet dat het land op dit moment bepaald geen Finland of Noorwegen is. Het redenering van López Obrador dat de drie grote partijen één grote politieke maffia vormen, spreekt wel aan. Wanneer ze niet bezig zijn de linkse favoriet aan te vallen, beschuldigen hun kandidaten elkaar over en weer van corruptie. Ze weten dat de Mexicanen het grenzeloze roven en stelen door hun politici beu zijn, en laten die nu vol verwondering en ongeloof toekijken hoe de vertegenwoordigers van de corrupte elite beloven na de verkiezingen een einde te zullen maken aan de corrupte elite.

Corruptie is natuurlijk altijd al een verlammende factor in Mexico geweest. Maar het lijkt erop dat in de bijna zes jaar van de zittende president Peña Nieto alle barrières zijn doorbroken. Op alle niveau´s, van federaal tot locaal en alles wat er tussen zit, worden overheidskassen geplunderd, met als grootste rovers de gouverneurs van de 32 Mexicaanse staten.

En het gaat allemaal straffeloos. Een aantal ex-gouverneurs zit vast, maar de processen slepen eindeloos voort en de kans is groot dat ze uiteindelijk gewoon weer de dans ontspringen. Van de verdwenen miljarden vloeit zelden iets terug in de staatskas.

De PRI van Peña Nieto is, met een onderbreking van acht jaar, al ruim tachtig jaar aan de macht. Maar de partij heeft het, althans voor de moment, verbruid en maakt geen enkele kans de nieuwe president te leveren. De PRI deed een poging met een ‘onbevlekt’ gezicht hun macht te continueren. José Antonio Meade is weliswaar geen partijlid maar bekleedde tot zijn kandidatuur verschillende ministerposten.

Tijdens de campagne probeert hij zich te distantieren van die functies, met name van het wegsluizen van honderden miljoen op het ministerie van Sociale Ontwikkeling in de periode dat het onder zijn leiding stond. Meade zegt zich als president volledig op het uitroeien van de corruptie te zullen storten, maar toen zich op verschillende podia in gezelschap van Ramón Deschamps, leider van de vakbond van oliearbeiders en tegelijk senator, en hét symbool van de grenzeloze zelfverrijking in Mexico. Niet echt een maat om stemmen mee te gaan winnen.

Meade staat in de peilingen rond de twintig rpocent en moet zelfs Ricardo Anaya voor zich dulden. Anaya is de kandidaat van de Partij van Nationale Actie (PAN), wiens laatste president Mexico in de drugsoorlog stortte. Om zijn kandidatuur te winnen moest Anaya een wig in zijn eigen partij drijven, met als gevolg dat zijn ex-partijgenoten nu zijn felste tegenstanders zijn. Bovendien loop tegen hem een proces wegens witwassen van crimineel geld.

Het lijkt de weg vrij te maken voor López Obrador als nieuwe president. Tenminste, als hij de verkiezingsdag van 1 juli levend en wel haalt.

In de verkiezingsdebatten suggereerden zijn concurrenten dat ook hij niet vrij is van duistere financiële praktijken. Het simpele antwoord was dat de huidige president en diens voorganger, die beiden in een geur van fraude over hem zegevierden, twaalf jaar de tijd hebben gehad om vuil op te graven maar daarin niet zijn geslaagd.

Ondanks het enorme propaganda-offensief, waaraan natuurlijk ook de sociale media hun bijdragen leveren, is de voorsprong van López Obrador in de peilingen de laatste weken gestaag gegroeid. Hij zou nu rond de vijftig procent van de stemmen halen.

Maar ook de partij Morena doet het zo goed dat het zelfs niet uitgesloten is dat zij de grootste in beide kamers van het Congres wordt. De Beweging van Nationale Vernieuwing (Morena) is ontstaan als een afsplitsing van zijn oude Partij van de Democratische Revolutie (PRD), die alle revolutionaire gedachtengoed inmiddels wel overboord heeft gegooid.

López Obrador heeft sinds zijn nederlaag zes jaar geleden systematisch gewerkt aan het binnenhalen van nieuwe groepen in zijn kamp. Dat heeft geleid tot een curieuze coalitie met Sociale Ontmoeting (PES), een ultraconservatieve evangelische groepering die onder meer strijdt tegen abortus en het homohuwelijk, zaken die voor het grootste deel van de achterban van Morena vanzelfsprekend zijn.