Profiel: Wim Kayzer

Beter dan God

Wim Kayzer zingt. «Al die willen te Kaap'ren varen, moeten mannen met baarden zijn.» De interviewer staat in de wind op Diaz Strand, even boven Kaap de Goede Hoop. Een flauw zonnetje beschijnt de baard van John Coetzee, de Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij laat Wim Kayzer het in zijn ogen mooiste plekje van Zuid-Afrika zien. Dit is schoonheid, zegt hij de Nederlandse interviewer. En het geeft ook wel troost - een onschuldige omgeving in elk geval. Ondertussen wil de schrijver maar één ding: weg van hier, weg van die vreselijke Nederlandse interviewer. «This, this is torture», zou hij later zeggen.
Het was de zeventiende aflevering van Kayzers megalomane televisieproject Van de schoonheid en de troost, dat begin juli wordt afgesloten met een samenkomen van een aanzienlijk deel van het illustere gezelschap gasten. Coetzee zal er ongetwijfeld niet bij zijn. Hij voelde zich mishandeld door de televisiemaker. «Een interview ontbeert altijd reflectie», vindt hij. En dus wilde hij helemaal niet meewerken aan het project van die Nederlandse televisiemaker. «Schoonheid? Troost? Komen deze mensen echt van tienduizend kilometer ver om te horen wat ik over schoonheid heb te zeggen? » schreef hij in een brief aan Kayzer. Troost, consolation, is in het Engels helemaal geen gangbaar woord meer, vervolgde hij zijn afwijsbrief. «En wat schoonheid betreft: wat weet ik nou van schoonheid? Ik, deze verwrongen, introverte persoon met een armoedig esthetisch gevoel?»
Maar Kayzer zette door. De grootste wetenschappers en kunstenmakers hadden hem de toezegging al gegeven, waarom deze eigenwijze Zuid-Afrikaan dan niet? Hij zocht hem op in een hotel in Kaapstad en vertrok met hem naar het Diaz Strand.
«Alles ging mis bij het maken van deze film», zegt Kayzer halverwege de uitzending die het interview heeft opgeleverd. En inderdaad, er gaat te veel mis om een kijker met goed fatsoen anderhalf uur bezig te houden. Behalve dat Coetzee zich duidelijk aan alles ergert, werkt bijvoorbeeld de belichtingsmeter niet waardoor de Tafelberg op de achtergrond bij het interview niet is te zien. «Beste John», is Kayzers reactie in de voice-over, «ook dit hadden we je niet willen aandoen. De schoonheid van je land tot iets flets verdraaid.» Na enkele korte vragen en enkele korte antwoorden heeft Coetzee geen stof meer. Hij antwoordt liever in boektitels, waar de Nederlandse beul zijn ware verhaal had kunnen lezen. Kayzer denkt de oplossing te hebben: hij vraagt Coetzee stukjes uit die boeken voor te lezen. «Maar ik heb ze helemaal niet bij me», zegt de getergde schrijver. Kayzer snelt naar zijn hotelkamer en komt met een stapeltje boeken aan. In vertaling! (De Grote Intellectueel.) In onverstaanbaar Nederlands draagt Coetzee passages voor uit de boeken van Kayzer. Tot hij plotseling stopt. Hij heeft zijn leesbril niet bij zich. Kayzer biedt hem de zijne aan maar sterkte 1,5 werkt niet bij Coetzee. De scène wordt overgedaan, met het boek iets dichter op de neus. En Coetzee lijdt.
Alles ging fout. En dus zend je zoiets niet uit. Maar Kayzer deed het wel. Kijk mij eens anti-televisie maken, lijkt zijn opgelegde motto. Niks conventies!
«Bent u een perfectionist?» vroeg Kayzer aan Coetzee. «Ik zou graag een perfectionist willen zijn», was het geniale antwoord van de perfectionist. Ook als er zoveel misgaat als in deze uitzending, zal Kayzer zelf nooit de relativerende perfectionist worden. Het ligt er allemaal te dik bovenop. Het gaat fout en de kijker moet en zal zien hoe knap de televisiemaker door het stof gaat.

Na een indrukwekkende, journalistieke radiocarrière bij de Vara en de vpro, legde Kayzer (1946) zich volledig toe op grands travaux à la Van de schoonheid en de troost. In 1987 zette hij de toon met de indrukwekkende geneticareeks Beter dan God, twee jaar later presenteerde hij Nauwgezet en wanhopig, in 1993 was er Een schitterend ongeluk, met onder anderen Oliver Sacks en Stephen Jay Gould en in 1995 Vertrouwd en o zo vreemd, over de werking van het geheugen. Opereerde hij als professioneel interviewer in het begin nog behoorlijk aan de zijlijn, met de jaren is het ego gegroeid en draait de grote Wim Kayzer-show op volle toeren. Hij geeft zich bloot en wandelt ondertussen kritiekloos de levens van de overigens vaak wel zeer interessante gasten binnen. Bij Een schitterend ongeluk vergeleek Trouw Kayzer met Klukkluk, de indiaan die met Pipo de Clown door Nederland trok. «Zijn spreekwoorden zijn net zo weinig trefzeker als zijn pijlen», schreef Bas den Hond. «Hij is vol ontzag voor iemand met een denkhoofd als


Pipo, niet te verlegen om zijn zegje te doen in een taal die hij maar voor driekwart beheerst en vooral: een meester in de omtrekkende beweging.»
Wim Kayzer voelt zich inmiddels in de verste verten geen journalist meer. «Ik lees nauwelijks dag- en weekbladen, kijk vrijwel geen televisie. Ik hoef niet meer zo nodig gevoed te worden door de alledaagse gebeurtenissen», zei hij onlangs in het kerstnummer van Vrij Nederland. Het siert de vpro dat ze Kayzer de ruimte heeft gegeven. Maar 26 afleveringen van anderhalf uur, is dat niet wat al te veel? «Kayzer zadelde de kijker op met de keuzes die hij zelf niet wilde maken. Ook de serieuze kijker houdt daar niet van», schreef televisierecensent Frits Abrahams in 1995 over des keizers vorige project Vertrouwd en o zo vreemd. «Kayzer ontbeerde een eindredacteur, iemand die tijdens het monteren af en toe doodkalm tegen hem zei: ‘Wim, twee avonden - dat is toch al mooi?'» En dat waren toen nog maar vijf afleveringen bij Vertrouwd en o zo vreemd. Avondvullend, dat wel. Abrahams: «Het was veel, het was vaak ook fascinerend, maar was het genoeg voor twintig uur televisie?»
Nu geldt dat weer. Maar Kayzer heeft zich ingedekt. Hij liet weten bij het monteren geen editor te gebruiken die hem bijstaat, laat staan de eindredacteur van Abrahams. Coen Verbraak schreef in het VN-interview: «Hij heeft geen behoefte aan een klankbord. Andere meningen leiden hem maar af.» En Kayzer reageerde: «Het moet toch uiteindelijk jouw film worden.»
En die film wordt dan een exhibitionistisch anti-televisieproject. Anti-televisie is prima, maar in bescheidenheid. Maar bij Kayzer ligt die anti-televisie er wel heel erg dik bovenop. En dus zendt hij een mislukt interview met Coetzee uit en vertelt met zijn onheilspellende voice-overstem dat dit interview is mislukt. Anti-televisie. En waar geknipt is, vertelt hij dat. De beelden aan het eind van de film - de beelden van het genoemde Diaz Strand - zijn in werkelijkheid aan het begin van de twee dagen Kaapstad gedraaid. «Ja, ik neem een loopje met de waarheid, maar ik vertel het tenminste. Dat durf ik. Bij andere filmmakers word je genept waar je bijstaat», lijkt Kayzers evangelie.
Het resultaat is vaak tenenkrommend. Plaatsvervangende schaamte maakt zich van de kijker meester als hij de megalomane Wim met de groten der aarde in de weer ziet. De groten der aarde waarvan Kayzer veronderstelt dat zij meer over schoonheid en troost kunnen zeggen dan de gemiddelde Hilversumse slager of banketbakker.
En dat blijkt helaas maar zelden het geval. Veel van zijn gasten zijn interessant, tot en met. Ze hebben boeiend onderzoek gedaan, belangrijke boeken geschreven en kunst van formaat afgescheiden. Maar juist over die core-business komt de kijker niets te weten. In Kayzers uitnodigingsbrief stond: «Laten we voor een keer nou eens niet praten over de mistroostigheid van onze aanwezigheid hier, maar over haar schoonheid, haar troost, ja over het huwelijk tussen die beiden.» Wetenschapper Freeman Dyson reageerde: «We weten letterlijk niets van schoonheid. (…) Je begint aan een hopeloze onderneming.» En George Steiner schreef: «We zijn uit op schoonheid en troost, maar ze vervelen ons snel als ze ons eenmaal deelachtig worden.» Ook nog eens een «saaie onderneming», haast Wim Kayzer zich in het voorwoord van Het boek van de schoonheid en de troost (Uitgeverij Contact) te zeggen.


Het Stedelijk Museum, afgelopen zondag. Tot ver in de Paulus Potterstraat staan de vpro-gezinnen in de rij voor de tentoonstelling Van de schoonheid en de troost. Binnen het rariteitenkabinet dat de televisieserie heeft opgeleverd: kinderboekjes, Indiase lappen, prachtige schilderijen en foto’s, indrukwekkende filmbeelden, ingelijste wiskundige berekeningen en een videoscherm met beeldvullend filosofe Martha Nussbaum. Hardlopend.
Zijn gasten hebben de expositie samengesteld, zijn gasten hebben de televisieserie mogelijk gemaakt en het boek gevuld.
Onze lieve heer zelve lijkt een en ander bij elkaar gebracht te hebben.
Voelt Wim Kayzer zich na vijftien jaar televisie beter dan God?