Onsmakelijke behandeling groeit uit tot serieuze optie

Beter door poep

Het klinkt onaantrekkelijk: het toedienen van andermans poep om ziekten te verhelpen. Toch heeft deze methode veel potentie bij de behandeling van darmaandoeningen, de ziekte van Crohn en zelfs bij acne, depressie en autisme. Experts manen tot voorzichtigheid.

Medium r young fecal transplant 2

Vlak nadat Max Nieuwdorp in 2006 zijn co-schap op de afdeling interne geneeskunde van het Amsterdams Medisch Centrum is gestart, wordt hij geconfronteerd met een schrijnend geval. Er ligt een 81-jarige vrouw die is opgenomen vanwege een complicatie na een urineweginfectie. Ze is sterk vermagerd, heeft hoge koorts en doorligwonden. Opgegeven, zegt de dienstdoend arts.

Nadat Nieuwdorps collega’s haar infectie met antibiotica hebben behandeld, is een darmbacterie, clostridium difficile, gaan woekeren. Die nam haar dikke darm over, met een ernstige ontsteking en diarree als gevolg.

Clostridium difficile komt bij negen procent van de volwassenen voor en is op zich niet schadelijk, maar de bacterie kan onder invloed van antibiotica transformeren tot een beruchte ziekteverwekker. Hardnekkige varianten rukken sinds het begin van dit millennium op in westerse ziekenhuizen. Van de besmette patiënten overlijdt twintig procent, waarvan bijna de helft is toe te schrijven aan de bacterie. Vele anderen houden een chronische darmontsteking over aan de infectie.

De 81-jarige vrouw krijgt het laatst mogelijke antibioticum voorgeschreven, Vancomycine, maar daartegen blijkt de boosdoener resistent geworden.

In zijn ambitieuze naïviteit weigert de 29-jarige Nieuwdorp het lot van de opgegeven vrouw te accepteren. Hij begint te zoeken op internet. Wanneer hij stuit op een publicatie van de Amerikaanse chirurg Ben Eiseman uit 1958, weet hij wat hem te doen staat. ‘Ik wil een fecale transplantatie proberen’, zegt hij tegen zijn supervisor, hoogleraar maag-darm-leverziekten Joep Bartelsman.

Wanneer Bartelsman beseft dat Nieuwdorp het meent, gaat hij akkoord. Het plan is eenvoudig: het duo zal de darm van de zieke vrouw leegspoelen met zoutoplossing om zo veel mogelijk van de ziekteverwekkers te verjagen. Dan zullen ze haar poep toedienen van een gezonde donor, in dit geval haar zoon, die ze eerst hebben gescreend op gevaarlijke virussen, parasieten en bacteriën. Zijn ontlasting zullen ze verdunnen met een zoutoplossing en in een blender tot een soepele brij maken, om die vervolgens via een plastic slang door haar neus in haar dunne darm af te leveren.

Drie dagen na de behandeling verlaat de vrouw het ziekenhuis – lopend. Nieuwdorp en Bartelsman besluiten in de hierop volgende maanden nog zes patiënten op dezelfde manier te behandelen. Lichtelijk opgelaten over het ongewone experiment wachten ze steeds tot hun collega’s aan hun lunchpauze beginnen. Dan dienen ze de ontlasting toe. Vier van de zes patiënten herstellen meteen van hun infectie, de andere twee na een poging met een tweede donor ook. Nieuwdorp en Bartelsman zijn enthousiast, maar nadat Nieuwdorp zijn resultaten heeft gepresenteerd tijdens een interne bijeenkomst, komt er een internist naar hem toe. Minzaam lachend zegt hij: ‘Als je deze infecties serieus met poep wilt gaan behandelen, waarom doe je het dan niet ook bij hart- en vaatziekten?’ Dan draait hij zich om en verlaat de zaal.

Hoe anders is de houding in de medische wereld anno 2013. Aantrekkelijk klinkt het innemen van andermans ontlasting nog steeds niet, maar steeds meer artsen zien de positieve kant ervan. Fecale transplantaties worden nu zelfs gezien als een mogelijke behandeling tegen uiteenlopende ziekten, van chronische darmontstekingsziekten zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn tot overgewicht en zelfs depressies en autisme. Uit recente studies is namelijk gebleken dat al die aandoeningen samenhangen met een verstoring van de bacteriepopulaties in de darmen.

Dankzij nieuwe dna-technieken is de kennis over die miljarden bacteriën de afgelopen zeven jaar sterk toegenomen. Het blijkt in de darm niet te draaien om een hoop goede en een paar foute bacteriën, maar om de balans tussen de honderden aanwezige soorten. Ze functioneren als een soort ecosysteem: in een gezonde populatie houden de soorten elkaar in balans en laten ze hun omgeving, de darm, heel.

Op internet worden zelfs tips uitgewisseld over het rechtstreeks opdrinken van poepshakes

Deze bacteriën verteren een deel van ons voedsel, maar ze doen nog veel meer. Ze oefenen invloed uit op het immuunsysteem, de stofwisseling en zelfs op processen in de hersenen. In een gezond lichaam houden ons immuunsysteem en deze bacteriemaatschappij elkaar onder controle. Raakt de balans tussen die twee of tussen verschillende van die bewoners verstoord, dan kan dat uiteenlopende gevolgen hebben – die zich uiten in ziektebeelden.

Bij obstipatie bijvoorbeeld zouden bepaalde bacteriesoorten stoffen uitscheiden die de peristaltische beweging dempen. Die beweging stuwt het voedsel voort naar de uitgang. Bij colitis ulcerosa komt het immuunsysteem ten onrechte in actie tegen bacteriën in de dunne darm, waarop zich daar een populatie vormt die de ontsteking alleen maar verder aanwakkert. Bij autisme en depressies lijkt er sprake van chronische milde ontstekingen in het brein, die een reactie zouden zijn op bacteriële stoffen die het lichaam in ‘gelekt’ zijn.

Dankzij deze inzichten kwam ook de poeptransplantatie weer in zicht. Poep bestaat voor de helft uit bacteriën, vooral afkomstig uit de dichtbevolkte dikke darm. Als een uit balans geraakte bacteriepopulatie de oorzaak is, dan zou het inbrengen van een gezonde, stabiele flora wel eens uitkomst kunnen bieden, voor meer dan alleen lokale problemen.

Deze hoop is intussen ook doorgedrongen tot patiënten. Op internet kun je uitgebreide video’s vinden waarin je kunt leren hoe je ‘de poep verdunt tot-ie de structuur van een chocolademilkshake heeft’, hoe je deze via een klysma kunt inbrengen en hoe je door Vicks VapoRub onder je neus te smeren de stankoverlast kunt verminderen. Er worden zelfs tips uitgewisseld over het rechtstreeks opdrinken van poepshakes.

Het vpro-televisieprogramma Labyrint maakte in het najaar van 2011 een uitzending over poeptransplantaties, met Nieuwdorp in de hoofdrol. Sindsdien wordt hij dagelijks per post, mail en telefoon benaderd door wanhopige patiënten die hem smeken om een behandeling. Hij is zelfs een paar keer gestalkt. Voorlopig kan Nieuwdorp hen alleen nee verkopen. ‘Wij voeren de transplantaties alleen uit binnen wetenschappelijk onderzoek.’

Sommige patiënten verwijst Nieuwdorp door naar een Australische collega-arts, Thomas Borody in Sydney. Die voert sinds 1988 fecale transplantaties uit en behandelde inmiddels ruim drieduizend patiënten tegen onder meer clostridium difficile, colitis ulcerosa en artritis. Hij houdt statistieken bij en claimt op basis daarvan een succespercentage van meer dan zestig. De enige bijwerkingen die hij heeft waargenomen, zijn krampen en tijdelijke diarree. Aan de telefoon vertelt hij dat hij zelfs mensen van hun acne en depressies af geholpen heeft, als welkome bijwerking van de behandeling. Ook die lijken dus samen te kunnen hangen met bacteriën in de darm.

Nieuwdorp wil best geloven dat fecale transplantaties tegen dit soort aandoeningen kunnen helpen. Toch hamert hij erop dat dit soort anekdotische bewijzen onvoldoende zijn om de effectiviteit én veiligheid van poeptransplantaties aan te tonen, al is het maar omdat het placebo-effect niet is uitgesloten. Nieuwdorp: ‘Voor die claims is grondig wetenschappelijk onderzoek nodig’.

Nieuw zijn poeptransplantaties in elk geval niet. De oudste berichten over fecale transplantaties stammen uit de vierde eeuw. Toen gebruikte de Chinese arts en schrijver Ge Hong poep van gezonde mensen om patiënten te behandelen die leden aan een voedselvergiftiging. Zijn succes startte een traditie in de oosterse geneeskunst. Doordringen tot het Westen deed die niet. Vanaf de zeventiende eeuw gebruikten Europese boeren wel poep van gezonde koeien om zwakke dieren van hun spijsverteringsproblemen af te helpen.

Ook nu nog is het gebruikelijk om kuikens preventief tegen salmonellabacteriën te behandelen door hun de uitwerpselen van gezonde kippen te voeren.

Al in de vierde eeuw gebruikte een Chinese arts poep van gezonde mensen bij patiënten met een voedselvergiftiging

De westerse geneeskunde moest wachten tot 1958. Chirurg Ben Eiseman diende vier patiënten met een hardnekkige darmontstekingen via de anus verdunde ontlasting toe en publiceerde daarover een wetenschappelijk artikel in het tijdschrift Surgery – het artikel dat Nieuwdorp inspireerde. Op die publicatie volgden destijds nog wel wat losse gevalsbeschrijvingen in medische bladen, maar verder bleef het vooral erg stil rondom de bijzondere techniek. De tijd was er niet rijp voor: antibiotica waren in opkomst en leken uitkomst te bieden tegen alle infecties. Waarom zou je zo’n omslachtige, vieze methode gebruiken als je ook een krachtige capsule kunt geven?

Terug naar 2006. Na de zes geslaagde behandelingen doet Nieuwdorp twee jaar onderzoek in de Verenigde Staten naar de suikerketens in de wand van darmen en bloedvaten. Toch laat het onderwerp hem niet los. Regelmatig duiken bacteriën op die niet of nauwelijks met antibiotica te bestrijden zijn. Daarbij is de meer holistische aanpak in opkomst, waarbij artsen de patiënt als geheel benaderen. Wanneer Nieuwdorp in 2008 terugkeert in Amsterdam, hervat hij zijn werk aan de darmflora. De resultaten van de eerste behandelingen tegen clostridium difficile verschijnen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, maar Nieuwdorp beseft dat dit niet genoeg zal zijn om de medische wereld te overtuigen. ‘Ik wist dat ik daarvoor met het zwaarste wetenschappelijke middel zou moeten komen: een gecontroleerde studie waarin de helft van de patiënten de standaardbehandeling met antibiotica kreeg en de andere helft een fecale transplantatie. Een zogeheten gerandomiseerde trial.’

In januari van dit jaar publiceerde zijn onderzoeksgroep deze klinische studie in het gezaghebbende tijdschrift New England Journal of Medicine. Het resultaat was zo overtuigend dat de studie werd stopgezet nadat Nieuwdorp en consorten 43 van de beoogde 120 patiënten hadden behandeld. De wetenschappelijke raad van toezicht van het amc vond het onverantwoord om de controlegroepen de nieuwe therapie te onthouden: 94 procent van de patiënten die een transplantatie ontvingen genas, tegenover een kwart in de groep die antibiotica kreeg. ‘Die studie bracht poeptransplantaties een stuk dichter bij de mainstream geneeskunde, maar we zijn er nog niet’, zegt Alexander Khoruts, gastro-enteroloog aan de University of Minnesota Medical School in Minneapolis.

Een belangrijke voorwaarde voor brede toepassing van poeptransplantaties is standaardisering – iets waarmee Khoruts zich intensief bezighoudt. ‘Pas als je een redelijk stabiel product hebt, kun je bewijzen dat de methode veilig en effectief is’, zegt hij. Op dit moment ontvangen de meeste patiënten nog ontlasting van zelf aangedragen donoren, meestal familieleden. Deze donoren zijn zelden in topconditie. Uit recent onderzoek is gebleken dat ook chronische ziekten, zoals kanker en diabetes, samenhangen met een bepaalde samenstelling van de darmflora. Ogenschijnlijk gezonde personen kunnen op basis van hun darmflora ‘aanleg’ hebben voor die ziekten. Wordt hun ontlasting getransplanteerd, dan ‘erft’ de ontvanger die aanleg misschien ook. ‘Wanneer je iemand van tachtig van een clostridium difficile-infectie af wilt helpen, heb je geen jonge Griekse god nodig’, zegt Khoruts. ‘Maar als je een jonge patiënt behandelt, wil je zo veel mogelijk uitsluiten.’ Nu selecteert Khoruts – net als Nieuwdorp – nog op algemene gezondheidskenmerken, maar op termijn willen ze die criteria vervangen door een uitgebreide darmflora-analyse.

In zijn streven naar de ‘ideale poeptransplantatie’ heeft Khoruts in Minneapolis een poepdatabank opgericht. Geselecteerde donoren brengen daar hun poep. Die wordt ingevroren om pas vlak voordat de ontvanger die nodig heeft ontdooid te worden. De databank moet binnenkort voldoende materiaal bevatten voor poeptransplantaties in heel de Verenigde Staten en geldt als voorbeeld voor andere continenten. In Europa is een dergelijk initiatief nog niet gestart. Hier passen überhaupt nog maar weinig ziekenhuizen de techniek in de klinische praktijk toe – zelfs het amc doet het alleen in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Men lijkt te wachten op meer wetenschappelijk bewijs, zowel voor de behandeling van clostridium difficile als voor de andere genoemde ziekten.

Dat academici als Nieuwdorp en Khoruts zich zo voorzichtig opstellen, heeft ook nadelen. Naast ongeduldige patiënten hebben ook commerciële klinieken de techniek inmiddels ontdekt. In de Verenigde Staten bieden dit soort private instellingen vanwege de regelgeving (zie kader) alleen behandelingen tegen clostridium difficile aan, maar bij de Taymount Kliniek in Londen kun je voor twee- tot vierduizend pond (2350 tot 4700 euro) terecht voor behandeling van uiteenlopende ziekten. De patiënt verblijft daarvoor enkele dagen in de kliniek en krijgt meerdere keren ontlasting toegediend. De pioniers zien dit soort taferelen met lede ogen aan. ‘De eerste generatie artsen die hierbij betrokken was, bestond uit de meest idealistische types die ik me kan voorstellen’, zegt Khoruts. ‘Dat is helaas veranderd.’

Medium r young fecal transplant 1

Dergelijke cowboypraktijken wekken vooral zorg omdat de techniek weliswaar behoorlijk veilig is gebleken, maar niet zonder risico’s. In augustus beschreven artsen in een wetenschappelijk artikel twee patiënten die na een poeptransplantatie besmet raakten met een virus. De twee ontwikkelden diarree en stootten hun nieuwe darmflora af. De donoren waren wel gescreend, dus waarschijnlijk pikten de ontvangers het virus uit de omgeving op. In een ander artikel werd gemeld dat een 78-jarige man met colitis ulcerosa juist méér last kreeg van zijn ziekte na de transplantatie.

Nu zijn dit uitzonderlijke gevallen, maar niet voor niets dringt zich de vergelijking op met bloedtransfusies: ook daarvan dachten artsen en wetenschappers in eerste instantie dat ze veilig waren, tot bleek dat duizenden mensen er Hepatitis C door hadden opgelopen. In academische ziekenhuizen wordt streng gescreend op poeptransplantaties, maar op de thuistransplantaties is geen zicht en commerciële klinieken zullen incidenten niet snel openbaar maken.

Artsen in Canada dienen de ontlasting niet langer toe via een slangetje, maar via

Voor Max Nieuwdorp zijn dit soort incidenten aanleiding om nog dieper in de materie te duiken. Hij wil weten hoe de behandeling precies werkt en waar die wel en geen zin heeft. Allereerst is van belang om te weten of de ziekte een gevolg is van de verstoorde bacteriepopulaties, of dat die verstoring juist een gevolg is van de ziekte. Om die oorzaak-gevolgrelaties te ontrafelen, werkt Nieuwdorp samen met een onderzoeksgroep in het Zweedse Göteborg. Die groep voert transplantaties uit bij muizen die zijn opgegroeid zonder micro-organismen. Ontwikkelt zo’n muis na toediening van bepaalde bacteriën een ziekte, zoals een darmontsteking of diabetes, dan is er sprake van een oorzakelijk verband.

Ook in eigen land werkt Nieuwdorp samen: hij bestudeert samen met hoogleraar microbiële ecologie Willem de Vos van de Wageningen Universiteit de ecologie van de bacteriepopulaties in de darm, voor en na de transplantaties. Over het algemeen stellen experts dat een diversere darmpopulatie gezonder is. Die diversiteit ontstaat tijdens de eerste levensjaren. De Vos toonde aan de hand van gedetailleerde poepmonsteranalyses aan dat clostridium difficile-patiënten de diversiteit hebben van een eenjarig kind. Na de transplantatie blijven de donorpopulaties enige tijd achter en komt vervolgens de oorspronkelijke gezonde populatie van de ontvanger terug. De voeding, de aanleg van de darm en het immuunsysteem van de ontvanger zijn uiteindelijk mede-bepalend voor de populaties die er overleven.

Zelf bestudeert Nieuwdorp de relatie tussen de darmflora en overgewicht en diabetes. Een promovendus uit de onderzoeksgroep van Nieuwdorp probeerde mensen met overgewicht af te laten vallen door hun bacteriën van dunne donoren toe te dienen. Amerikaanse collega’s waren daarin bij muizen in het lab geslaagd. De ontvangers aan het Amsterdamse experiment verloren geen kilo’s, al verbeterde wel hun insulinegevoeligheid – een teken dat hun stofwisseling beter ging functioneren. ‘Mogelijk vielen ze niet af doordat we hun gevraagd hadden hun voeding niet aan te passen na de transplantatie. Op de middellange en lange termijn bepaalt de voeding voor een groot deel de samenstelling van de darmflora.’

Daarmee is niet gezegd dat poeptransplantaties bij dit soort kwalen zinloos zijn. Soms kunnen ze een disbalans doorbreken, zoals bij clostridium difficile, soms kunnen ze schadelijke soorten verjagen of ontbrekende soorten importeren, soms kunnen ze alleen een kickstart geven, zoals wellicht bij overgewicht. ‘De patiënt moet dan zelf de rest doen met voeding en beweging’, zegt Nieuwdorp.

Voor de behandeling van clostridium difficile zijn de bewijzen dus behoorlijk overtuigend, maar voor alle andere aandoeningen valt dat nog tegen. Die bewijzen moeten er de komende jaren gaan komen. Er lopen inmiddels klinische studies waarin de methode wordt getest op colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Op beperkte schaal lopen er ook experimenten met andere hiervoor genoemde klachten, zoals depressies en autisme. Het is daarbij vooral zoeken naar de optimale behandeling: soms is één transplantatie genoeg, maar bij darmontstekingen zouden wel eens tientallen transplantaties nodig kunnen zijn. In dat geval is immers niet alleen de darmflora, maar ook de darm zelf van slag.

In de Verenigde Staten loopt nog een groots opgezette studie met clostridium difficile, waarbij de ene helft van de deelnemers poep van een donor krijgt en de andere helft geen standaardbehandeling met antibiotica, maar een placebo: de eigen poep. Die methode past Nieuwdorp in het amc inmiddels ook toe bij zijn onderzoek naar het effect op overgewicht en diabetes. ‘Sommige patiënten zeiden dat ze konden ruiken dat ze niet hun eigen poep hadden teruggekregen’, zegt Nieuwdorp, ‘maar daarin hadden ze niet altijd gelijk.’

Pioniers als Nieuwdorp hopen en verwachten dat poeptransplantaties op termijn helemaal niet meer nodig zullen zijn. ‘Het is toch een soort kanonskogel, zo’n fecale transplantatie’, zegt Nieuwdorp. ‘Uiteindelijk wil je met scherp gaan schieten.’

De ontwikkelingen in het vakgebied gaan wat dat betreft razendsnel. Zo zette een Canadees onderzoeksteam in 2012 een project op dat Repoopulate heet. De Canadezen stelden een cocktail samen van 33 micro-organismen afkomstig uit de darm, die ze verder kweekten in een glazen kunstdarm tot een stabiel ecosysteem. Die cocktail zou hetzelfde effect kunnen bewerkstelligen als een volledige poepdonatie. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Een Amerikaans bedrijf, Rebiotix, werkt aan een vergelijkbare mix van meer dan honderd stammen. Nog een ander onderzoeksteam rapporteerde in augustus dat het hamsters wist te behoeden voor een infectie met clostridium difficile door deze na een antibioticabehandeling te besmetten met een ongevaarlijke variant van dezelfde bacterie. Die nam in de darm de plek in waar zijn agressieve neefje zich had willen vestigen. Binnenkort hopen deze onderzoekers hetzelfde bij mensen te bewerkstelligen.

Ook wat de toedieningsvorm betreft gaan de ontwikkelingen snel. Een team van de University of Calgary in Canada meldde op een wetenschappelijke conferentie in oktober dat het de ontlasting niet langer toedient via een slangetje, maar via capsules die de patiënt gewoon kan inslikken. De patiënt slikt achter elkaar zo’n dertig capsules, die in de darm oplossen, zodat de inhoud, poepbacteriën, vrijkomt. Dertig van de 31 behandelde patiënten genazen. Uit vervolgstudies zal moeten blijken of die toedieningsvorm inderdaad even effectief is als toediening via een slangetje.

in te slikken capsules

Het ultieme doel is een assortiment aan bacteriecocktails die elk werken tegen verschillende ziekten, van superbacteriën voor een goede ontwikkeling van het kind tot een zetje in de goede richting bij diabetes. Dat zal nog wel een tijd duren, verwacht Nieuwdorp. ‘Ik ben nu 36. Als tegen mijn zestigste de analyse van de darmflora standaard is geworden in ziekenhuizen en sommige aandoeningen door toediening van bacteriën behandeld worden, dan ben ik al tevreden.’

Voorlopig is Nieuwdorp in elk geval blij dat het taboe op poeptransplantaties is doorbroken. In het amc staan de specialisten in de rij om studies op te zetten naar het effect van poeptransplantaties op ‘hun ziekten’. En ja, lacht Nieuwdorp, ‘hart- en vaatziekten horen daar ook bij’.

In mei verschijnt het boek Allemaal beestjes: Op safari door het menselijk lichaam (op zoek naar de beste samenwerking met onze bacteriën) van Jop de Vrieze (Maven Publishing, € 18,-)

Yakult en Vifit

De micro-organismen in poep zijn niet dezelfde als de bacteriestammen die je kunt vinden in producten zoals Yakult en Vifit. Die producten bevatten meestal melkzuurbacteriën en bifidobacteriën die niet van nature in onze darm wonen. Deze bacteriën verblijven na toediening dan ook hooguit een paar dagen in onze darmen, daarna poepen we ze weer uit. De redenering is dat dit soort bacteriën onder meer het immuunsysteem prikkelt en de stoelgang verbetert, maar toen de fabrikanten in 2011 hun gezondheidsclaims bij de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA indienden, wees die deze claims allemaal af wegens gebrek aan bewijs.

Afgeschreven zijn ze daarmee niet, want er zijn wel degelijk aanwijzingen dat probiotica tegen onder meer spijsverteringsproblemen en reizigersdiarree kunnen helpen. Bovendien bleek uit een recente inventarisatie van studies dat probiotica infecties met clostridium difficile na antibioticagebruik kunnen voorkomen. Als die infectie eenmaal is ontstaan, is het kwaad geschied en hebben probiotica geen zin meer. Bij de behandeling van ziekten als diabetes, overgewicht en chronische darmontstekingen zullen dit soort stammen in elk geval niet het verschil maken, aldus Nieuwdorp: ‘Daarvoor zijn ze niet krachtig genoeg.’

Hoofdpijndossier voor regelgevers

Hoe poeptransplantaties te reguleren? Die kwestie bezorgt verschillende regelgevingsinstanties al maanden hoofdbrekens. Je kunt immers niet eisen dat poep steriel is en je kunt evenmin eisen dat elke donatie precies dezelfde samenstelling heeft. De Amerikaanse medicijnwaakhond FDA nam in juni van dit jaar een besluit met verstrekkende gevolgen: het zou voortaan de poeptransplantatie beschouwen als een medicijn. Voor medicijnen gelden strenge toelatingseisen. De fabrikant moet een dossier overhandigen waarin deze de effectiviteit en werkzaamheid van het middel aantoont. Die onderzoeken kosten miljoenen en duren jaren. Voor de poeptransplantaties om clostridium difficile te behandelen konden artsen wel een uitzondering aanvragen, maar verder mocht de techniek alleen nog maar in het kader van wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd worden. Het besluit stuitte op groot verzet, waarop de FDA een uniek besluit nam: voor clostridium difficile hoefden de artsen geen uitzondering meer aan te vragen. Voor andere ziekten bleef dit wel het geval. In Canada is de situatie vergelijkbaar met die in Amerika. Het Repoopulate-project werd stilgelegd, omdat de initiatiefnemers eerst moesten voldoen aan medicijnnormen.

De Europese medicijnregelgever EMEA heeft een dergelijk besluit nog niet genomen en zal dat naar verwachting ook niet snel nemen. Waarschijnlijk zal de techniek in Europa als behandelmethode beschouwd blijven worden. Tot daar behandelrichtlijnen voor verschijnen, mogen Europese artsen de techniek op individuele basis blijven toepassen, mits ze het donormateriaal onderwerpen aan een grondige screening, om het risico op complicaties te minimaliseren.


Beeld: (1) Voorbereiding van de behandeling in een ziekenhuis in New York (Reed Young). (2) Injectiespuiten met verdunde poep (Reed Young).