Beter en best

De woorden beter en best werden bij ons thuis nooit gebruikt. Wij vormden een doorsnee gezin waarin alles om het woord ‘goed’ draaide. ‘Alles komt goed…’ - het was de sleutelzin van ons bestaan.

Mijn ouders hadden onderling een sterke band. Nu zij er niet meer zijn zou ik haast durven zeggen dat zij van elkaar hielden.
Zij bereikten allebei een hoge leeftijd. Mijn vader kreeg op zijn vijfennegentigste een beroerte en keerde vanuit het ziekenhuis, in een rolstoel gezeten, als een kasplant terug. Mijn moeder (inmiddels drieënnegentig) weigerde hem te herkennen en bleef volhouden dat het om een verre oom uit Indië ging.
Ondertussen bleef zij naar mijn vader vragen. ‘Waar is hij toch?’ Totdat ik zei: 'Moeder, vader is plotseling bohémien geworden. Hij heeft een cabriolet gekocht en is er met een twintigjarige actrice vandoorgegaan.’
Mijn moeder ademde verlicht op. 'O, wat fijn voor hem’, sprak zij. 'Hij heeft zijn hele leven zo hard voor ons gewerkt…’
De rest van háár leven heeft zij plichtsgetrouw voor ome Sjaak gezorgd. Toen eindelijk haar tijd was gekomen riep zij mij bij haar sterfbed en zei: 'Ik ga er vandoor met een Chippendale. Kind, het ga je goed.’
Want mijn moeder was niet saai, maar consequent.