Beter leren kijken

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Deze keer: de tv-serie Kijken op gevoel, van kunsthistoricus Wieteke van Zeil.

In het zaterdags Magazine van de Volkskrant sla ik twee rubrieken nooit over: die van Ibtihal Jadib (voorheen Hayat) en Wieteke van Zeil. Jadib liet me beter kijken naar de ‘condition migrante’ van iemand die zelf niet eens gemigreerd, want tweede generatie, is. Scherp en mild, intelligent en buitengewoon geestig analyseerde ze houding en gedrag inzake alles wat met verschil en overeenkomst omtrent herkomst, naam, uiterlijk, opvoeding, religie, mentaliteit van doen heeft. En dat aan beide kanten van het koord waar een hoogopgeleide nieuwkomersdochter over moet lopen, soms zelfs wankelen. Inmiddels heeft ze zich onder eigen naam ontwikkeld tot een van de vele columnisten die vooral de ‘condition féminine’ belichten en ook daarin floreert ze.

Beter leren kijken, dat is ook de missie van Wieteke van Zeil, kunsthistoricus. (Ik vind -historica overigens veel mooier en begrijp niet waarom de mannelijke vorm feministischer zou zijn; maar de oude mens wil met zijn tijd mee, correctheid stelt haar eisen, en, minstens zo belangrijk: zij noemt zichzelf zo.) Haar prachtrubriek Oog voor detail bestaat uit reproductie van een kunstwerk, waaruit zij een detail uitvergroot waarover ze dan een kleine, soepele en alweer intelligente en geestige verhandeling schrijft, waarvoor vaak veel kunst- en cultuurhistorische research is verricht. Tegenwoordig voegt ze er vergelijkbare details uit andere kunstwerken, vaak uit andere tijden, aan toe. ‘Beter leren kijken’ noem ik het, maar de vraag is of dat eigenlijk wel lukt. Ik ben door haar geen spat beter gaan kijken, behalve in haar rubriek, waar ze me bij mijn nekvel pakt en mijn kop tot vlak boven schilderij, ets, aquarel, beeld (dat alles gedrukt op krantenpapier) duwt naar dat wat me bij globaal kijken geheid was ontgaan. Waarbij andere plekken, waar ze me niet heen dwingt, even ongezien blijven als haar troeteldetail vóór de kijkdwang. Ik ben gewoon een ‘onleerbaar type’ (term uit de hulpverlening) vrees ik, maar dat doet niets af aan het plezier dat al dat inzoomen oplevert. En jawel, deze favoriete auteur heeft nu een eigen tv-serie: Kijken op gevoel (NTR).

Lijkt aardig, kijken naar een of meer kunstwerken en dan details uitputtend bespreken. Maar dat een hele aflevering van veertig minuten lang? Vrees niet: er zijn zes delen, waarin steeds één emotie centraal staat. Ik zag ‘woede’ en ‘verlangen’ (u krijgt ook nog desgewenst eenzaamheid, weerzin, wanhoop en vreugde te zien) en er gebeurt van alles. We gaan van hot naar haar, van museum naar atelier naar kunstbos naar stadswijk met muurkunst naar hoerenbuurt; van schilderij naar standbeeld naar installatie naar video; en ze spreekt met kunstenaar, curator, cartoonist, antropoloog, acteur (al spreekt het persbericht dan weer over actrice – hoe zit dat nou verdomme?). Die actreuse (ik probeer maar wat) is Malou Gorter die in haar rol in de tv-serie Oogappels altijd boos is (vorm van woede) en die, geheel niet verrassend, wijze dingen zegt over haar vak, deze rol en de onderstromen die haar personage maken tot wie en wat ze is geworden. En over beeldende kunst die soms bij de voorbereiding op een rol als inspiratie kan dienen. Al wordt vastgesteld dat ‘de boze, woedende vrouw’ in de geschiedenis van de beeldende kunst weinig voorhanden is – liefelijk is meer de regel.

Vermaard animator en striptekenaar Aimée de Jongh laat zien hoe zij een personage boos op papier krijgt (makkie: wenkbrauwen beetje naar beneden kantelen en mond beetje laten hangen; armen over elkaar maakt het helemáál af) en hoe wijlen Charles Schulz dat lukte met zijn Snoopy (één streepje boven de ogen! – less is more). We zien shorttracker Itzhak de Laat met een helm waarop hij buitengewoon kunstzinnig ter afschrikking van zijn concurrenten Medusa heeft gespoten, en we zien diezelfde Medusa in het Trippenhuis waar Itzhaks kunstbroeder Ferdinand Bol haar in 1663 op een schild van Margaretha Trip heeft afgebeeld, die gemetamorfoseerd als Minerva (wijsheid) haar jongere zus Anna Maria onderwijst. Doodeng, Medusa op schild, met al die slangen als haar. Het is een ‘empowering’ groepsportret zegt Van Zeil, want hier zorgen drie vrouwen voor educatie en veiligheid van meisjes door het afschrikken van het kwaad. Rubens en Caravaggio schieten ook nog voorbij met ‘hun’ Medusa, doodeng. Maar dan is er fotograaf Christien Velthuizen die in 2020 Rihanna als Medusa portretteerde – over ‘empowering’ gesproken. De paragraaf culmineert in het Rijks waar tijdelijk Bernini’s beeld van de afschrikwekkende te zien was en daar zien we eindelijk gerechtigheid. In het ontzette gezicht van Medusa (onder de slangenkluwen) lezen we de ware kern van de mythe: ze is slachtoffer van verkrachting door Poseidon, waar zij zelf dan uiteindelijk ook nog voor moet boeten – eerst met een gruwelijk uiterlijk, dan met onthoofding door held Perseus. Bizarre gruwelonzin? Was het maar waar. Actueel als wat op legio plekken. Ja, Wieteke heeft een program en dit is een van de pilaren ervan.

En dan hebben we nog niet in het Volkenkundemuseum het beeldje van de woedende Inuit-god Sedna gezien die de zeedieren vasthoudt met haar haren, waardoor de jagers/vissers niets meer vangen. Boos is ze omdat ze niet goed genoeg voor de dieren hebben gezorgd en nu moet een sjamaan naar de zeebodem om de relatie tussen dier en mens te herstellen. Hier dus feminiene bescherming van dieren, gezien de kamerbezetting van de Partij voor de Dieren maar al te actueel. En de hele thematiek van verstoorde verhouding tussen mens en dier is dat natuurlijk. (Er wordt, ongelofelijk maar waar, bij ons niet minder maar meer vlees gegeten.)

Nog breder is ‘woede’ als we de Beeldenstorm, van Europese 16e eeuw tot Afghaanse 21e eeuw (de door Taliban opgeblazen Boeddha’s van Bamyan) voorgezet krijgen. En de beschadigde Wilhelmina en Juliana in Indonesië. Niet beelden vàn woede maar beelden die woede opwekken. Iconoclasme overal ter wereld, meest recent in de VS waar nu ook de niet eerder aangeraakte standbeelden van Zuidelijke helden in de Burgeroorlog sneuvelen: BLM. Is het retabel waarvan de heiligenhoofden in Vlaanderen systematisch weggehakt zijn, met het soort beitels waarmee de kunstenaar(s) ze hadden geschapen, in deze nieuwe vorm ook weer kunst? Het lijkt me een 21e-eeuwse manier van kijken, maar de neiging het erin te zien krijg je wel – door de kunstgeschiedenis die wel vreemder zaken produceert. Zoals een tekening die op het moment van de veiling versnipperd raakt (Banksy). Zelfvernietiging. Of wat te denken van de jonge Spaanse kunstenaar Cristina Lucas, die gekleed in zomerjurk en niet in de te verwachten overall, met een hamer de Mozes van Michelangelo te lijf gaat? Kleding die het effect van ‘jonge vrouw in gevecht met dubbele patriarch’ (de afgebeelde Profeet en zijn maker, icoon van de beeldhouwkunst) nog pregnanter maakt. Een gefilmde performance uiteraard. Vrees niet: het marmeren origineel staat onaangetast in de San Pietro in Vincoli, Rome. Het duizelt me van de kunstwerken, kennis, weetjes, visies, ideologie. Leuk is het, mooi soms, verrassend en verwarrend.

Nog sterker wordt dat laatste in de aflevering ‘verlangen’. Onderdelen sterk en prikkelend in meerdere betekenissen, maar de kapstok wordt soms wel heel erg breed. We beginnen bij ‘verplaatsing’, kenmerkend voor de mens vanaf vroegste tijden. Waarbij altijd een verlangen blijft naar wat achtergelaten is, zeker als de reis gedwongen was. Het lot van vluchtelingen dus. We bezoeken Sadik Kwaish Alfraji, uit Irak gevlucht voor Sadam Hoessein. Altijd is er het verlangen naar ‘The House That My Father Built’. En naar de vader zelf die hij nooit meer zag. Er is een gat dat hij met zijn (prachtige, vind ik) werk probeert te vullen, ‘maar het zal er altijd blijven’. Van zijn werk druipt vaak zwarte verf of inkt naar beneden en dat blijkt een letterlijke herinnering: moeder had geen geld voor nieuwe kleren, dus moest er zwart pigment gekocht om kleren te verven. Druipen hoorde erbij.

Van dat treurig naar ander verlangen. We krijgen anatomische les over het genotcentrum in het brein, waar verliefdheid maar ook verslaving geboren worden. Verlangen dat voor de een gelukzalig kan zijn, voor de ander kwelling. En daar is Boeddha die er de grond voor ons lijden in ziet. Dan via liefde en seks een passage over de naakte vrouw in de kunst. Van Zeil is er kritisch over en haalt ook haar televisievoorganger John Berger aan die vijftig jaar geleden in Ways of Seeing al de ‘male gaze’ aankaartte (‘de vrouw als bezienswaardigheid’) en de invloed die dat weer op vrouwen heeft. Van Zeil: ‘meisjes kijken naar zichzelf alsof ze bekeken worden’. Maar noodlot is dat niet langer: steeds meer vrouwelijke kunstenaars schilderen, al dan niet boos, vrouwen, of zichzelf, onbemiddeld, direct, naar eigen beleving. We zien werk van Alice Neel, een performance van Cecily Brown, werk van Lisa Brice. Hier de vrouw niet langer louter als object. Het vrouwelijk naakt ‘gemoderniseerd, zonder haar van lust en schoonheid te ontdoen’. We zien een bijna-naakt op de rug: ‘kijk, zo doet een vrouw haar onderbroek uit’, waarbij elke associatie met striptease afwezig is. De afronding van dit onderdeel ligt in de conclusie: ‘de plek die we hebben in de kunst heeft uiteindelijk effect op de plek die we hebben in de wereld’. Emancipatie via beeldende kunst – het is te hopen.

Alleen al dat heim- en tijdwee was een groot thema, in iets te weinig tijd. Het vrouwelijk naakt dito. Maar dan wordt er nog een totaal andere stap gezet: verlangen kan ook uitgaan naar stilte en harmonie. En daar raak ik het even kwijt. Hoe aardig misschien ook de opnamen in het Vlaamse Klankenbos met trillende bomen, sprekende deuren en een totale-stilte-ruimte, het krijgt iets willekeurigs. Er vallen nog wel meer verlangens te bedenken die ook een lemma hadden kunnen krijgen. En de overgang naar een bibliotheek, waar geënsceneerd, lezende mensen ook stilte representeren, en het verlangen elders te zijn – lezende mensen die op hun beurt bij de kijker verlangen zouden oproepen ook in zo een eigen wereldje te belanden – dat wordt een soort springen van bruggetje naar bruggetje. Hoe fraai ook de afbeeldingen van lezende vrouwen, waarbij we van Marilyn Monroe met Ulysses belanden bij de Heilige Catharina van Alexandrië met hartvormig boek (Anoniem, 1480-90) – we moeten weer verder. Dit keer naar verlangen dat ontstaat door een blik. Wat de opmaat blijkt voor een kort overzicht van het werk van Marina Abramović, culminerend in The Artist is Present (2010) waar Marina in het MoMA niet alleen onbekenden tegenover zich kreeg voor oogcontact (in tijden van het armzalig substituut dat sociale media bieden), maar onverwacht, na lange breuk, ook haar kunst- en levenspartner Ulay. Het is en blijft aangrijpend en ik ben blij dat ik het weer gezien heb, zoals ik blij ben met tal van fraais en wetenswaardigs dat me hier wordt aangeboden – maar er is soms te weinig tijd voor teveel. Maar wel degelijk aanbevolen, uiteraard. De breedheid van kennis en invalshoeken is ook verleidelijk en Van Zeil is een fijne gids. For something completely different: wist u dat veel grote kunstverzamelaars in hun jeugd een of beide ouders hebben moeten missen? Waarmee we terug zijn bij een gat dat gevuld moet, zoals bij Sadik Kwaish Alfraji, en dat nooit voldoende gevuld kan. Voor kinderen wordt verlatingsangst door ouders gecompenseerd met knuffels. Wieteke: ‘kunst is voor volwassenen wat de knuffel is voor kinderen; en welk kind kan zonder knuffel?’ Zo kennen we haar weer, op de bres voor kunst.


Wieteke van Zeil (samenstelling en presentatie), Kijken op gevoel, NTR, zes afleveringen vanaf woensdag 14 juli, NPO 2, 22.10 uur.