De radicale aanpak van Urban-Think Tank

Beter recyclen dan slopen

Ontwerpstudio Urban-Think Tank herschikt bestaande gebouwen onder het motto: zingeving is belangrijker dan vormgeving. Hergebruik in extreme vorm. Dat kan een enkel woonhuis betreffen, maar ook een verlaten wolkenkrabber in Caracas.

Medium confinanzas 0939

Het filmpje dat ik op YouTube aantrof blijft fascineren. We zien een bodybuilder op de rand van een terras gewichten heffen terwijl achter hem in de diepte Caracas ligt. Een balustrade schijnt te ontbreken. Nog ijzingwekkender is het tafereel van een jongetje dat achteloos op zijn step rondrijdt op een soortgelijk terras, ook ver verheven boven de metropool, en opnieuw is er geen afscheiding te bekennen. Het zijn beelden van de Torre David, dat te boek staat als het grootste gekraakte gebouw ter wereld. In deze wolkenkrabber zijn de afgelopen jaren 750 families neergestreken die er bouwmaterialen hebben binnengesleept, huizen hebben ingericht, de was ophangen en dus gewichtheffen of rondfietsen.

Torre David is een onafgebouwde toren in de Venezolaanse hoofdstad. In 1994 brak daar plotseling een financiële crisis uit. De dood van de ontwikkelaar zorgde ervoor dat het werk aan de toren (45 etages) direct werd neergelegd en dus het werk van de architect Enrique Gomez onvoltooid bleef. En daar stond-ie dan, als een litteken van kapitalistische hoogmoed. Achteraf bekeken zou je kunnen zeggen dat deze revolte van de arme Venezolanen de voedingsbodem is geweest voor de opkomst van comandante Hugo Chávez. Want in de Torre David heeft de onderklasse haar kans gegrepen door een kapitalistisch symbool te bezetten. Honderden mensen bouwden een compleet nieuwe stad binnen de toren, zodat er een verticale favela is ontstaan, en dat nota bene in het centrum van Caracas. Torre David is een parel van informele stedelijke ontwikkeling en herbestemming, zo omschreef Bosch Art Films de film van de interdisciplinaire ontwerpstudio Urban-Think Tank (u-tt) die begin maart bij dit filmfestival in Den Bosch in première ging. Al eerder won u-tt de Gouden Leeuw voor dit filmproject tijdens de Architectuurbiënnale van Venetië in 2012.

We hebben te maken met een uitzonderlijke, zelfs radicale kant van urban design. Een expressie van de tijdgeest, waarin (grote) gebouwen leegstaan en vermoedelijk nooit meer gebruikt worden, omdat het grootkapitaal kreunt en lijdt. De crisis, zo staat bijna dagelijks in de kranten te lezen, gaat misschien nooit meer voorbij en daarom zullen we moeten leren leven met verschijnselen als Torre David. u-tt is hierop ingesprongen door Torre David te bestempelen tot onderzoeksproject van een nieuwe samen­levingsvorm waar informeel en spontaan gebruik samengaan met particulier ondernemerschap. Informele verticale gemeenschappen als deze zouden volgens u-tt in meer landen tot bloei kunnen komen als architecten de handen ineen slaan met sloppen­bewoners, met initiatieven uit de ‘onderklasse’. Daardoor ontstaat er een mogelijkheid om een nieuwe inhoud te geven aan het begrip duurzaamheid.

Er is gemakkelijk een vergelijking met Amsterdam-Zuidoost te maken. In plaats van rigoureuze sloop van de honingraatflats hadden hergebruik en herbestemming overwogen moeten worden. Met de laatste honingraatflat Kleiburg gebeurt dat ook: die wordt voor een symbolisch bedrag ‘uitgegeven‘ aan bewoners die de flat naar eigen inzichten kunnen herinrichten. Het is niet te hopen dat dat neerkomt op een hennepplantage, maar eerdere initiatieven in Rotterdam-Spangen hebben aangetoond dat het kan. Er valt van een hopeloos en afgeschreven woningblok een parel te maken. u-tt heeft, met de succesvolle interventie in Torre David, architecten en stedenbouwers opgeroepen dit voorbeeld te volgen. Dit is een voedingsbodem voor experiment, een laboratorium dat bepalend kan zijn voor een nieuwe koers.

u-tt bedrijft een soort stedenbouw die je zowel conceptueel als pragmatisch kunt noemen. De tijd van grote expansies is weg, de actualiteit van nu vraagt om herbezinning en een frisse blik op de bestaande metropool. Dat strekt zich uit van een enkele woning of school tot infrastructuur en hergebruik. Het sleutelwoord is samenleving. Voor u-tt is het de kern voor leefbaarheid in steden waar comfort op de proef wordt gesteld.

Bewoners van Caracas hebben dagelijks te maken met congestie in het verkeer, met moeilijk bereikbare en verpauperde wijken. Infrastructuur is in metropolen als Caracas, Rio de Janeiro en Jakarta zo slecht ontwikkeld dat de steden tegen hun eigen groei oplopen of zelfs dreigen te verstikken. Voor Caracas stelde u-tt voor een kabelbaan aan te leggen over een bergrug die dwars door de stad loopt, om zo wijken met elkaar te verbinden. Onorthodoxe ontwerpen, die zijn nodig in steden waar geïnstitutionaliseerde stedenbouw nooit is toegepast.

u-tt is een Venezolaans-Oostenrijkse combinatie, opgericht in 1993 door Alfredo Brillembourg die geïntrigeerd raakte door de samenwerking tussen bewoners en architecten. Wij zouden dat inspraak noemen. Inspraak mocht dan hot zijn in het Nederland van de jaren tachtig, maar raakte betrekkelijk besmet door de ermee gepaard gaande uitwassen. In top-down georganiseerde maatschappijen als de Venezolaanse was inspraak revolutionair. In 1998 voegde zich Hubert Klumpner uit Wenen bij het bureau van Brillembourg. Klumpner had een fraaie staat van dienst als hoogleraar bij Columbia University en als mede-oprichter van SLUM-lab (Sustainable Living Urban Model Laboratory), lang voordat duurzaamheid op de agenda stond.

De benadering van u-tt vertoont parallellen met de manier waarop Rem Koolhaas begin deze eeuw de metropool in de derde wereld analyseerde. Lagos in Nigeria laat volgens Koolhaas op een intrigerende manier zien hoe onderontwikkeling en ontwikkeling samengaan. Voor westerlingen mag Lagos een puinhoop of een chaos lijken, voor de inwoners zelf kent de stad een bepaalde orde. ‘De massale verkeers­infarcten leiden tot geïmproviseerde markten op wegen en langs spoorlijnen. Dat is niet achterlijk, zoals wij geneigd zijn te denken, maar juist een blik in de toekomst’, stelde Koolhaas, die de casus-Lagos met studenten van de Harvard Graduate School of Design onderzocht. Lagos is een voorbeeld van zelforganisatie, jubelde Koolhaas. Hij voelde niet de aandrang om daar een oplossing voor aan te dragen. Lagos is wat het is. Want de tijd voor grand design door stedenbouwkundigen is voorbij. Koolhaas vindt net als u-tt dat urban design zich meer moet richten op het bestaande en op de kracht van de informele gemeenschap dan op het zoveelste utopia.

Daar zit wat in. Omdat de wereldbevolking al enige tijd voor meer dan de helft in steden woont – hetgeen tot een tiental miljoenensteden ten zuiden van de evenaar heeft geleid – moet de aandacht van ontwerpers uitgaan naar de verdeling van de schaarste. Schaarste aan grond, aan goede infrastructuur, aan schone lucht (zie het smog-probleem in Beijing) en aan groen waar de stedeling even kan ontsnappen aan de dichte bebouwing. u-tt ontwerpt dan ook niet zozeer nieuwe stadswijken, de studio herschikt en arrangeert het bestaande. Opmerkelijk is dat Brillembourg en Klumpner daarvoor de steun van de bevolking zoeken. De gemeenschap moet er baat bij hebben. Dat lijkt verdacht veel op de methodiek van Aldo van Eyck in de jaren zestig en zeventig in sommige Nederlandse wijken: de aanloop naar de stadsvernieuwing waar de bewoners bij betrokken werden.

In dat licht bezien is het niet zo verwonderlijk dat u-tt ook in Nederland zijn gezicht heeft laten zien, in de naoorlogse wijk Hoograven te Utrecht en in het Olympuskwartier van Almere, een van de jongste uitbreidingswijken. Terwijl de gemeente Utrecht in Hoograven ‘tabula rasa’ wenste – platgooien die strokenbouw – kwam u-tt met een tegenovergesteld plan. Aanpassing van de bestaande bouw, hergebruik en nieuwe injecties in de vorm van studentenwoningen en nieuwbouw van de Hogeschool voor de Kunsten, luidde hun voorstel uit 2008/2010. De Pastoefabriek zou gerenoveerd en in een park geïntegreerd moeten worden. Voor het onderzoek bezochten medewerkers van Urban-Think Tank Marokko om een beeld te krijgen van de plaatselijke omstandigheden die eventueel overgebracht zouden kunnen worden naar Utrecht. De kashba ligt als het ware om de hoek.

‘Stedelijke interventies’ noemden de ontwerpers hun bijdrage aan Utrecht Manifest, een middel om een hybride stadsdeel te scheppen en zo de gemeenschap een impuls te geven. De toch wel benepen hoogbouw zou voorzien moeten worden van uitstulpingen, ‘jackets’ genoemd, waardoor de eenvormigheid in de wijk zou verdwijnen en de bewoners meer woonoppervlak zouden krijgen. De erkers of balkons dragen bovendien bij aan onderling contact. Jammer dat het plan tot dusver niet is uitgevoerd, want het zou net zo baanbrekend zijn geweest als de Torre David in Caracas. In Almere is geen sprake van bestaande condities. Daar wordt een compleet nieuw stadsdeel uit de grond gestampt en is gemeenschapszin non-existent. Dat kun je stedenbouwkundig oplossen door binnenhoven te scheppen waar bewoners elkaar ontmoeten. Groene binnen­hoven, aldus het plan van u-tt, want de wand van de woningen wordt gevormd door balkons, glazen puien, bruggen, uitstallingen van bloempotten, dierenrennen en vogelkooien, kortom een levendige wand die wijst op menselijk verkeer. Met beladen leegtes – de term van u-tt – kan de dreigende anonimiteit van een groeistad als Almere het hoofd worden geboden.

Het is het leitmotiv in het werk van u-tt. De mens in de metropool kan overleven als hem een persoonlijk domein wordt geboden, waardoor hij kan communiceren met zijn omgeving. Met megasteden moeten we leven, laten we er het beste van maken, dat lijkt de boodschap. Daarbij gaat het niet langer om een klinkend of oogstrelend ontwerp: zingeving is belangrijker geworden dan vormgeving. Het is daarom niet meer dan logisch dat twee cruciale ontwerpen van u-tt een paar scholengemeenschappen zijn in Caracas, verticale gymnasia die het cement vormen in (achterstands)wijken.

Toch staat het meest charmante gebouw van de ontwerpers in Maryland en niet eens in een stedelijke context. Het Luna House uit 2008 is een langwerpige villa met twee verdiepingen die uitkijkt over de rivier. Een vide geeft de woonkamer een ongehoord ruimtelijk aanzien, terwijl de veranda’s op beide verdiepingen de bewoners een buitenruimte bezorgen. Hoe zag de villa er vroeger uit? Nee, geen villa, maar een schamele langwerpige houten schuur met betrekkelijk weinig ramen in de gevel. Aan afbreken heeft u-tt niet gedacht. Men heeft doodeenvoudig een glazen schil om het huis gedrapeerd en er een verdieping bovenop geplaatst.

Hergebruik in een extreme vorm. Dat kan met een woonhuis, maar ook met een verlaten wolkenkrabber in Caracas. Sloop geeft immers alleen maar afval en verstoort de binnenstad.

Alfredo Brillembourg spreekt vrijdag 17 mei om 16.55 uur in de Stadsschouwburg


Jaap Huisman is architectuurcriticus van De Groene Amsterdammer. Bij nai010 verscheen zojuist van hem Het nieuwe Rijksmuseum: Cruz y Ortiz architects

Beeld: Urban Think-Tank
Bijschrift: Torre David, het grootste gekraakte gebouw ter wereld