Televisie

BETROKKEN EN MEEDOGEND

TELEVISIE De keuze van de kijker

In het canongebulder past ook de verkiezing van de beste vaderlandse documentaire ooit, initiatief van publieke omroep en Idfa, en gerealiseerd via internetsite De keuze van de kijker. De winnaar stamt uit 1963, nummer twee, drie en vier uit respectievelijk 1987, 1986 en 1961. Klassiekers dus, te weten Alleman (Bert Haanstra), Staat van verzorging (Thomas Doebele en Maarten Schmidt), Levensberichten (Cherry Duyns) en De werkelijkheid van Karel Appel (Jan Vrijman). Nummer één en vier zijn voor de bioscoop gemaakt, twee en drie voor televisie-uitzending in de vorm van drieluiken.

De eerste film jonger dan tien jaar staat op zes: Johan Cruijff: En un momento dado (Ramon Gieling, 2004) en, hoewel een geslaagde productie, is het niet uitgesloten dat de hoofdpersoon mede bijdroeg aan het verkiezingssucces. Wat ook opgaat voor nummer acht André Hazes: Zij gelooft in mij (John Appel, 1999) en misschien zelfs voor de hoogst geëindigde echt recente film (2006), nummer negen, Jimmy Rosenberg: De vader, de zoon en het talent (Jeroen Berkvens).

De hoogst geplaatste uit de laatste vijftien jaar is vijfde: Het is een schone dag geweest (Jos de Putter, 1993) en tegelijk de eerste in de rij van filmers die hun familie als onderwerp namen. Nog directer, zelfs confronterend, gebeurt dat in nummer zeven, In het huis van mijn vader (Fatima Jebli Ouazzani, 1997), de hoogst geplaatste productie door een vrouw gemaakt. Ook nummer tien, Lagrimas negras (1997), is van een vrouw: Sonia Herman Dolz. Van de toptien gaan er vier over kunstenaars en artiesten (schilder Karel Appel, zanger Hazes, gitarist Rosenberg en de Cubaanse bejaarde salsamuzikanten van La Vieja Trova Santiaguera) en wie Cruijff meetelt scoort er zelfs vijf.

Maar de winnaar gaat nou juist over ‘gewone mensen’, over ons allemaal, althans de ‘ons’ van 1963, met het accent op de vrolijke, komische kant van het leven in een wereld die mede daardoor als in-gemoedelijk overkomt (het was het jaar van de eerste grote loonronde, stap van zuinige verzorgings- naar welvaartsstaat). Vertedering zal een rol hebben gespeeld bij de overwinning, heim- of beter tijdwee, antropologische belangstelling bij jongere kijkers, maar wellicht ook de artistieke kwaliteit, ‘de stroom van grafiek, van zwart-wit-beelden die prachtig in elkaar overgaan’, zoals Haanstra’s toenmalige rechterhand, documentairemaker Kees Hin, lyrisch verklaarde.

Ook nummer twee en drie betreffen naamlozen als wijzelf, voorzover wij oud worden (Staat van verzorging) of kanker krijgen (Levensberichten). Opvallend trouwens dat het twee vpro-producties zijn, betrokken en meedogend – terwijl de vpro zo vaak afstandelijkheid en arrogantie is verweten. Het toont ook aan dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer niet erg laag kan zijn geweest: Alleman en Appel zal een enkele jongere wellicht kennen, maar het tv-seriewerk uit de jaren tachtig toch echt niet.

Er valt veel meer te zeggen over zin en onzin van zo’n lijst, over de atomisering van de kijkervaring sinds we niet meer massaal naar de bios gaan voor documentaires en sinds het tv-aanbod versplinterde, over de uitslag (en de voorselectie door professionals), maar ik vestig liever de aandacht op That’s Life, waarin fotograaf/filmer Sander Veeneman op zoek gaat naar kinderen die hij ooit in Malawi, Peru en Zuid-Afrika fotografeerde. Prachtige foto’s zijn het van prachtige kinderen in zware omstandigheden. Hoe is het hun vergaan, vroeg Veeneman zich af. Wat zijn hun kansen? Kijk en laat u raken in een tijd waarin de belangstelling voor armoede en onrecht elders lijkt weg te smelten als de poolkap.

Sander Veeneman, That’s Life, donderdag 20 december 22.49-23.39 uur, Nederland 2