Pieter Hilhorst

Betweters

De Britse socioloog Anthony Giddens had ooit zo genoeg van het vooroordeel dat sociale wetenschappers alleen open deuren intrappen dat hij besloot de presentatie van zijn onderzoeksgegevens anders aan te pakken. Hij somde zijn belangrijkste bevindingen op en vroeg zijn toehoorders vervolgens of deze resultaten hen verrasten. Zij bekenden eerst schoorvoetend, maar allengs vol zelfvertrouwen en dédain dat deze uitkomsten zo voor de hand lagen dat ze die ook zelf wel hadden kunnen bedenken. Daarna onthulde Giddens zijn list. Zijn fictieve resultaten waren de alledaagse gedachten waarvan hij had aangetoond dat ze niet klopten. Tot zijn verbazing kropen de aanwezigen na zijn openbaring niet van schaamte onder de tafel. De echte resultaten vonden ze eigenlijk ook niet meer dan logisch. Hun wereldbeeld hoefde niet op de helling.

De verkeerspsychologe Fokie Cnossen heeft voor haar proefschrift, waarop zij volgende week aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert, onderzoek gedaan naar het effect van mobiele telefoons, schreeuwende reclameborden en routeplanners op het rijgedrag van automobilisten. Nu heb ik wel eens dwars over mijn autostoel gelegen om te reiken naar mijn tas op de achterbank waarin dwingend mijn mobieltje rinkelde. En ik heb me ook wel eens totaal verloren in de routebeschrijving die mijn attente moeder van internet had geplukt. De aanwijzingen waren veel te gedetailleerd. Voor ik de stad uit was, was ik al een half A4'tje verder. Eenmaal op vreemd terrein moest ik om de honderd meter heftig op de rem trappen omdat daar al het kleine bruggetje opdoemde waar ik rechts af moest slaan. De uitkomst van haar onderzoek leek me dus voor de hand te liggen. Het is triest om te moeten constateren, maar het informatiebombardement maakt het verkeer onveiliger.

Cnossen komt echter verrassend genoeg tot een tegenovergestelde conclusie. Uit talloze tests in rijsimulatoren blijkt dat automobilisten heel goed hoofd- en bijzaken van elkaar kunnen scheiden. Als ze in stressvolle situaties komen, concentreren ze zich volledig op het voorkomen van ongelukken en laten alle afleidingen langs hen heen glijden. Bovendien gaan mensen als ze te veel informatie moeten verwerken langzamer rijden, wat doorgaans de veiligheid vergroot. Mijn eerste reactie op het onderzoek van Cnossen is dat het niet deugen kan. Mijn eigen ervaring met mobieltjes en routeplanners leerde immers het tegenovergestelde.

Maar zo dacht ik in tweede instantie, even lenig als de toehoorders van Giddens, mijn besef dat ik iets gevaarlijks doe, maakt natuurlijk dat ik extra oplet. Zo valt alles naar de uitkomst toe te praten. We beweren dat we onderzoek willen dat ons nieuwe inzichten oplevert, maar zijn daarvoor veel te slim geworden. En dat is voor het groeiende gilde der noeste onderzoekers de pijnlijkste van alle conclusies. Ik ben ervan overtuigd dat 3VO niet na het onderzoek van Cnossen de campagne voor handfree bellen staakt. De verkeers psy chologe komt immers niet met harde cijfers. Bij hoeveel onge lukken is een gsm betrokken?

Het goedgelovig accepteren van onderzoek is definitief verleden tijd. We zijn allemaal betweters in het diepst van onze gedachten. Wij weten maar al te goed hoe arbitrair onderzoek vaak is. Ons brengen ze niet op andere gedachten. Met alarmerende dan wel geruststellende onderzoeken valt geen enkel debat te beslechten Deze quasi-emancipatie, dit anti-intellectuele cynisme belooft niet veel goeds voor de klimaatconferentie in Den Haag.