Hoofdweg, augustus.De aardbeving bij Huizinge betekende politiek een omslagpunt

Mijn auto staat geparkeerd bij het haventje, tussen een oranje Volvo met een oude blauwe kentekenplaat en een elektrische deelauto met een krullend snoer aan de stekker. Vanaf een bankje aan het water kijk ik uit over het glooiende, weidse wierdenlandschap: langs de loop van het water strekken weilanden, graanakkers en bloemenvelden zich uit, stroken groen, geel en paars, en daarachter, in de verte, prijkt tussen hoge bomen de kerktoren van Middelstum. Op 8 augustus 2006 vond daar een aardbeving plaats van 3,5 op de schaal van Richter, wat lange tijd gold als de zwaarste beving in Groningen.

Onderweg naar Huizinge kom je meer namen tegen van schilderachtig mooie dorpen, bekend uit het Groningse aardbevingsdossier. Westerwijtwerd, het dorp van de beving van 3,4 in mei 2019, ligt slechts enkele kilometers verderop, net als Loppersum, in april van dit jaar nog opgeschrikt door een 2,7, en Zeerijp, waar in 2018 de aarde eveneens schudde met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter. Uit het plaatsje Stitswerd kwam enkele jaren geleden het nieuws over koeien die op ongezette tijden hun koppen in de lucht staken waarop een onverklaarbare paniekaanval bij de dieren volgde. De melkveehouder zei dat hij niet dacht dat het door de aardbevingen zou komen – die waren ze inmiddels wel gewend.

De beving bij Huizinge, met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter op 16 augustus 2012 om 22.31 uur, was niet de eerste en zeker niet de laatste, maar wel de zwaarste aardbeving gemeten in Groningen. Met bevingen in Groningen is het net als met hoogste gebouwen: je bent de grootste, totdat je wordt ingehaald, en dan zak je langzaam weg op de ranglijst. Huizinge, een dorp met 65 huizen, staat na tien jaar nog altijd bovenaan.

Anders dan eerdere bevingen betekende ‘de klap bij Huizinge’ politiek een omslagpunt. Er waren al een kleine negenhonderd aardbevingen in de provincie geregistreerd, in 2009 was de Groninger Bodem Beweging opgericht om op te komen voor de belangen van bewoners met schade. Maar pas met Huizinge kwam de aardbevingsproblematiek landelijk op de kaart. Voor het eerst werd een beving door de overheid officieel aan de gevolgen van aardgaswinning in de provincie geweten. Er werd onderzoek gedaan naar de veiligheid van Groningers, waarmee het slechter gesteld bleek dan gedacht. Voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij (nam), exploitant van het Groningen-veld, betekende de beving naar eigen zeggen ‘een keerpunt in het denken en handelen van het bedrijf’ want: ‘Tot dan toe werd ervan uitgegaan dat aardbevingen als gevolg van gaswinning alleen tot schade aan gebouwen konden leiden.’

In de eerste week met openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen, die onderzoek doet naar de besluitvorming over de gaswinning, aardbevingen, schadeafhandelingen en versterking, afgelopen juni, viel de naam ‘Huizinge’ dan ook om de haverklap. Een twijfelachtige eer, vinden de Huizingers.

Drie smalle landwegen leiden naar het wierdendorp, zo geheten naar de aangelegde heuvels die de mensen en hun vee beschermden tegen het water. In een wit huis met een minibieb aan de weg woont Akko Muskens (52) met zijn gezin. Bij de beving in 2012 is hij net aangetreden als bestuurslid van Stichting Dorpsbelangen, drie jaar eerder zijn hij en zijn vriendin vanuit de stad in Huizinge komen wonen. Muskens’ eerste bijdrage aan het dorp is Emo’s Ommetje, een wandelroute langs velden en wegen genoemd naar abt Emo van Huizinge (1175-1237). Hij was de eerste student van het Europese vasteland aan Oxford, bij terugkomst werd hij onder meer pastoor in Huizinge. Het was een man van stavast: voor een geschil met de bisschop van Münster reisde hij in 1211 naar Rome en haalde bij paus Innocentius III zijn gelijk. De kloosterkroniek die hij naliet, met naast historische gebeurtenissen overpeinzingen over het leven, wordt bestudeerd tot over de grens. Een dorpsgenoot dus om trots op te zijn.

De beving van Huizinge is Muskens’ eerste. Hij zit buiten, achter zijn huis, met uitzicht over de velden, als de grond onder hem begint te brommen en schudden. Aan de keukentafel, met hetzelfde uitzicht, vertelt hij bijna tien jaar later: ‘Het was alsof er in een holle ruimte onder mij met iets enorm zwaars werd gegooid. Alsof er reuzen met rotsblokken aan het gooien waren.’ Hij herinnert zich de opgewonden buurman op straat. ‘En nou moet het niet gekker worden!’ had hij gezegd. Muskens vertelt: ‘Voor ons was de beving nieuw, maar voor iemand die hier al dertig jaar woonde, was het de druppel.’

Toen Muskens en zijn vriendin het huis kochten was dat nog net geen bouwval, maar er moest veel gebeuren. Scheuren overal, maar aan aardbevingen dachten ze niet. Nog geen seconde, zegt Muskens: ‘We waren verliefd op de plek en dat huis, daar maakten we wel wat van. Scheuren, nee, leuk, die horen bij zo’n oud huisje. Maar na de beving deden we toch maar eens een rondje om het huis.’ Er bleek veel schade, kennelijk was hier toch iets aan de hand. Voor het eerst deden ze een schademelding.

Huizinge, Jakob van Wolde werkt aan zijn huis.

In de avond en de nacht volgend op de beving melden zo’n negenhonderd mensen uit de wijde omgeving bij het knmi een aardbeving. De volgende dag verschijnen korte berichten in de kranten, over een beving met een kracht van 3,4 nabij Loppersum. Na eerdere bevingen kan de nam, dan nog loket voor de schadeafhandeling van haar eigen activiteiten, rekenen op een paar honderd schademeldingen. Na Huizinge loopt de teller op tot 2500.

‘Huizinge’ wordt een begrip, ook onder politici.

De beving bij Huizinge ‘duurde langer en had een grotere energie-intensiteit dan voorgaande bevingen’, schrijft minister Henk Kamp van Economische Zaken in een brief van 25 januari 2013 aan de Tweede Kamer. ‘De inwoners van Huizinge en omgeving hebben dit ook als zodanig ervaren.’

Bij zijn brief voegt Kamp drie onderzoeken die na Huizinge zijn uitgevoerd door het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), het knmi en de nam. Een van de belangrijkste conclusies van het knmi is dat de grootste te verwachten sterkte van aardbevingen boven het Groningen-veld moet worden bijgesteld van 3,9 naar tussen de 4 en 5 op de schaal van Richter. Kamp noemt de nieuwe inzichten betekenisvol, zegt ze serieus te nemen en overweegt een tweesporenbeleid: maatregelen tot het voorkomen en beperken van de schade en maatregelen die leiden tot het verminderen van de sterkte van de aardbevingen. Wat betreft dat laatste punt legt hij het advies van het SodM – de gasproductie uit het Groningse gasveld zo snel en zo veel als mogelijk en realistisch terugbrengen – naast zich neer. De minister wil eerst meer onderzoek.

Op basis van nieuwe berekeningen stelt het knmi de kracht van de beving van Huizinge bij naar 3,6 op de schaal van Richter, de krachtigste ooit. De kranten staan nu bol van verhalen over zware aardbevingen op komst in Groningen.

Als projectmedewerker ondersteunt Akko Muskens onderzoek naar leefbaarheid en krimp in kleine kernen in Noord-Nederland, maar voor zijn eigen dorp speelt veel van dergelijke problematiek niet. ‘Er zijn in Huizinge geen voorzieningen, dus die kunnen ook niet verdwijnen’, zegt hij lachend. De school sloot al in 1927, dat is nu dorpshuis ’t Ol Schoultje.

Onlangs gaf het dorp vrijwillig de glasbak op, de brievenbus zou zomaar kunnen volgen, aangezien die toch maar drie keer per week wordt geleegd.

‘Als je vaak restaureert, dan is alles wat oud was op een gegeven moment verdwenen. Dan heb je in de loop der jaren een replica gemaakt’

De precieze omvang van de schade in 2012 vindt Akko Muskens moeilijk in te schatten. Bewoners verenigen zich na de schok voorzover hij weet niet. Hij herinnert zich wel onder meer een bijeenkomst vijf jaar later, in 2017, hij is dan inmiddels voorzitter van Dorpsbelangen, over het idee voor een monument voor Huizinge. Albert Rodenboog, de betrokken burgemeester van gemeente Loppersum, komt daarover van gedachten wisselen met dorpsbewoners. Muskens vertelt: ‘Het is al snel duidelijk dat dit dorp niet zit te wachten op een monument. Nee, wij worden genoeg herinnerd aan de bevingen, daar hebben we geen monument voor nodig. Laat ons maar met rust.’

Na de beving hebben veel mensen veel schade, vervolgt hij, maar in andere dorpen is de situatie nijpender. ‘Als het epicentrum driehonderd meter verderop had gelegen, had niemand ooit van Huizinge gehoord.’

Wel is er Melkema, de imposante kop-hals-rompboerderij met rieten dak en middeleeuwse omgrachting. Van 1555 tot 1974 werd dit boerenbedrijf bestierd door het doopsgezinde geslacht Huizinga, familie van historicus Johan Huizinga, bekend van Herfsttij der Middeleeuwen (1919) en Homo Ludens (1936). Dat rijksmonument in de stutten is nu een boegbeeld van de gaswinningstreurnis, het troosteloos aangezicht van Huizinge, een monument voor de klap op zich. Op de avond van 16 augustus 2017 luiden de klokken van kerken in de provincie om stil te staan bij de beving vijf jaar eerder en trekt een herdenkingstocht van Middelstum naar Huizinge, naar Melkema als symbolisch hart. In deze ‘koffertocht’ sjouwen mensen met koffers en verhuisdozen om de ontheemding van Groningers zichtbaar te maken. Na de plechtigheid bij de boerderij in de stutten lopen ze terug, in de richting van de trillingen die de schok vanuit epicentrum Huizinge veroorzaakte.

Op een vroege ochtend in juni staat Hugo Dokter op de bouwplaats voor Melkema. Als hoofd erfgoed bij Stichting Het Groninger Landschap kent hij het aardbevingsdossier van rijksmonumenten in beheer van de stichting als geen ander. Op het moment van de beving in 2012 was ‘Plaats Melkema’ een partycentrum in handen van een horecaondernemer uit de stad, vertelt hij, maar de exploitatie verliep moeizaam en achterstallig onderhoud hoopte zich op. Na de klap was er schade, er kwamen houten stutten tegen de buitenmuur voor instortingsgevaar en begin 2016 nam de nam het pand over van de ondernemer. Een jaar later kwam Melkema samen met de rijksmonumenten De Haver in Onderdendam en Occo Reintiesheerd in Stedum voor een symbolische euro in handen van Het Groninger Landschap. Dokter voerde zelf de onderhandelingen en de nam gaf een bedrag voor dertig jaar onderhoud mee ‘als bruidsschat’ – voor Melkema kwam dat neer op 1,1 miljoen euro. De stichting besloot te kiezen voor een ‘full-blown’ restauratie, noodzakelijk om de panden te redden, ook al liet de uitvoering nog jaren op zich wachten.

Huizingerweg met kerk in de achtergrond en ree op de weg

Dokter gaat me voor door een stokoude lage deur naar de grote boerenschuur, die even gigantisch als eenvoudig van constructie is. De balken dragen ‘de hoed’, legt Dokter uit, de lage zijmuren zijn er slechts om ervoor te zorgen dat bij storm die hoed niet van de schuur waait. Op zich is zo’n schuur aardbevingsbestendig, maar dat geldt niet voor het zwaardere, oude voorhuis. Het plan is om een ‘functie’ in de grote schuur te plaatsen, want een pand in gebruik blijft beter overeind, en het oude voorhuis zo veel mogelijk met rust te laten, vertelt Dokter: ‘Als je vaak restaureert en repareert, dan is alles wat oud was op een gegeven moment verdwenen. Dan heb je in de loop der jaren een replica gemaakt.’

De stutten zijn inmiddels verdwenen, het schilderwerk is voltooid, er ligt een plan voor de tuin met zijn oude notenbomen en het hele pand is van het gas af. De grote schuur is dit najaar gereed voor exploitatie, bijvoorbeeld voor activiteiten van het dorp, en in het opgeknapte woonhuis in een ander deel van het pand komen huurders. Daarmee is Melkema voorlopig gered. Hij zegt: ‘Wat we nu eigenlijk hebben gedaan, is tijd kopen. We wachten tot die aardbevingsellende voorbij is en maken dan een plan voor de definitieve herbestemming van dit hele object. Komt tijd, komt raad.’ Dat kan rustig zestig jaar duren – een stichting hoeft zelf tenslotte niet in een huis te wonen.

Dat ligt anders voor de burger. Na de beslissing van de minister om de gaswinning niet te temperen – die gaat in 2013 zelfs omhoog – nemen de aardbevingen verder toe, zowel in aantal als in sterkte, en daarmee lopen de schade en soms ook de frustratie en angst onder bewoners op. De nam wijst in 2014 het eerste huis aan voor sloop, een boerderij van een bejaard echtpaar in Middelstum, en vele huizen volgen, vaak omdat ze de kosten voor schadeherstel of versterking simpelweg niet waard zijn. In februari 2015 verschijnt het rapport Aardbevingsrisico’s in Groningen met daarin de harde conclusie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid: de veiligheid van Groningers is tot 2013 niet van invloed geweest op de besluitvorming over de exploitatie van het Groningen-veld.

In Huizinge rijden deze jaren experts en contra-experts af en aan om schade te beoordelen en nog eens te beoordelen. De schoorstenen op de daken worden met het oog op veiligheid vervangen door lichtgewicht exemplaren. Maar hier geen taferelen met complete huizenblokken die tegen de vlakte gaan: het dorp kent geen onveilig verklaarde huizen, geen sociale huur en bovendien geen rijtjeshuizen. Of misschien toch één.

Bloemenzaadteler Jakob van Wolde is verbaasd over de verhitte stemming die hij in december 2018 aantreft bij een voorlichtingsavond voor bewoners in zalencentrum Vita Nova in Middelstum. In 2016 heeft hij het voormalige armenhuis aan de lommerrijke Marialaan in Huizinge gekocht met sprekende gevelsteen: ‘Gesticht voor weeuw en weez verarmd en in nood/ Doch niet voor spilzucht, noch voor venus offerhande/ ’t zij steeds, der brave armen heul en troost/ De slechten strekke het tot last en schande!’ Maar voor een nieuwe schoorsteen rijden de inspecteurs tot zijn ontzetting aan zijn huis voorbij en de Nationaal Coördinator Groningen (ncg), in mei 2015 door de minister ingesteld als sturende kracht achter het programma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen, verklaart de woning op basis van de heersende normen veilig.

Van Wolde besluit naar de voorlichtingsavond te gaan waar de risicoanalyse van woningen wordt toegelicht. De mensen zijn boos, bozer dan hij had gedacht, er worden dingen gezegd die het daglicht niet verdragen. Ergens snapt hij hun woede. ‘Die Groninger wordt steeds een dikke worst voorgehouden en elke keer dat hij hapt, hapt hij mis.’

Van Wolde en zijn vrouw Annerieke, jonge veertigers, ontvangen me in hun tijdelijke woning met uitzicht over de haven. De kleurige bloemenvelden langs het water zijn van hem. Samen met een boer in het dorp verbouwt hij er wilde planten voor de handel in inheemse zaden met het oog op het vergroten van de biodiversiteit, waaronder inheemse berenklauw, vertakte leeuwentand en koekoeksbloem. Het landschap wordt deze dagen getekend door omgekeerde vlaggen van boeren die de crisis verkondigen. Van Wolde vindt wel dat er iets moet gebeuren in de landbouw, maar heeft geen goed woord over voor de overheid, noemt Nederland ‘een ongelooflijk incompetent land’. De omgang met aardbevingsproblematiek is daar debet aan. ‘Ze trekken hier zó veel uit de grond. Ik snap dat hun schoorsteen moet roken, dat de Zuidas moest worden aangelegd. Daar zul je mij niet over horen. Maar ga dan niet zitten zeuren als hier een paar huisjes versterkt moeten worden.’

Annerieke voegt toe: ‘En zet er een beetje vaart achter.’

Van Wolde schaamt zich voor de mensen die een slaatje uit de situatie willen slaan, zegt hij, maar schrijnende gevallen moeten sowieso direct geholpen worden – precies zoals de gevelsteen op hun armenhuis dat voorschrijft. Het pand verkeert bij aankoop in slechte staat, Van Wolde weet dat hij eigenlijk vier muren koopt, maar tijdens een grootscheepse verbouwing wil hij een versterking meteen meenemen.

De avond in Middelstum blijkt een opening te bieden. Tegen het eind van de tumultueuze bijeenkomst steekt hij zijn hand op en vraagt: waarom wordt er in Huizinge niet versterkt? Zijn woning is een geschakelde armenwoning, in essentie een rijtjeshuis. Hij krijgt een kaartje mee van de hoge baas van de ncg en die belooft te komen kijken. Van Wolde vertelt: ‘Die man was heel welwillend en ook reëel. Hij zei: “Het is één dikke stroop, maar wij gaan ervoor zorgen dat je mee kunt glijden.”’

Zo glijdt het armenhuis aan de Marialaan in de batch speciale gevallen. Vijf jaar moesten ze er vervolgens op wachten – de paddenstoelen groeiden in huis, dwars door de vensterbank heen – maar het armenhuis is, voorzover Van Wolde weet, het enige woonhuis in Huizinge dat nu versterkt wordt.

‘De een is mondig en kan voor zichzelf opkomen, maar de ander kan dat niet. Die mensen geven gewoon op, die denken: laat maar zitten’

Mogelijk dat daar nog verandering in komt. Inwoners van Huizinge ontvingen deze zomer een brief van de ncg, sinds 2020 belast met de opname, beoordeling én de bouwkundige uitvoering van de versterkingsoperatie. Op dit moment vindt de ‘opname’ van Huizinge plaats, dan wordt beoordeeld of de huizen voldoen aan de heersende aardbevingsnorm die stelt dat je een gebouw veilig en op tijd moet kunnen verlaten. Van de website van de ncg: ‘Bij deze beoordeling houdt ncg er rekening mee dat de gaswinning in 2022 stopt.’

Huizinge, 3 augustus. Reint Wobbes in zijn tuin met hond Evert

Op het hoogste punt van de wierde van Huizinge staat de middeleeuwse Janskerk, uitgevoerd in karakteristieke rode baksteen, even sober als prachtig gedecoreerd. Oude paadjes leiden de heuvel op en rond de kerk liggen graven, vaak in de richting van het huis of de boerderij van de overledenen. Een eenvoudig graf met de naam Kleine Reina spreekt tot de verbeelding.

Binnen in de kerk hangt boven de banken een collectie schilderijen van een Britse schilder, Michael Reynolds, die zijn laatste jaren doorbracht op het Groningse platteland. Zijn portret van dirigent Bernard Haitink bevindt zich in de collectie van de National Portrait Gallery, in Huizinge hangt naast een serie schilderijen over het leven van Maria ook het intrigerende doek The Mushroom Club. Daarop loopt een stoet mensen met geiten- en stierenkoppen achter een leider met een mysterieuze gouden schaal aan, blind een kolkende watermassa in. Een heerlijk staaltje onverdroten maatschappijkritiek.

Dat is aan Reint Wobbes (81) welbesteed. De kenner van het Groninger landschap was eerst zeeman en vestigde zich in 1973 samen met zijn vrouw in Huizinge, in de streek waar zijn familie vandaan komt. Op een zondagochtend ontmoet ik hem en hond Evert bij de kerk. Enkele dagen later praten we in de tuin van zijn woning, geverfd in een zeeblauwe kleur, bij een appelboom zwaar van appels, ooit door hem zelf geplant.

Kleine Reina was de dochter van de schoolmeester, weet hij, ze overleed op achtjarige leeftijd aan de gevolgen van een tropische ziekte die mogelijk meekwam met een van de schepen van haar grootvader die reder was. Huizinge zit vol poëzie en Wobbes heeft die paraat. Voor hem op tafel ligt het stamboek van de familie Huizinga uit 1774. Hoewel Johan Huizinga zeker wel eens in Huizinge kwam, werd hij hier niet geboren, maar letterkundige Pieter Huizinga Bakker wel. Van hem is het lange gedicht op de eerste pagina, waarin hij onder meer exclameert: ‘Zweef, lieve Dichtgeest! buiten kommer,/ In ’t oud vermaeklyk HUISINGA,/ En zie, gezeten in de lommer,/ Zyn Veldgebuure, Melkema, (…)’.

Wobbes ontving een Zilveren Anjer voor zijn inzet voor het cultureel erfgoed in Groningen. Zijn hele leven al neemt hij het op tegen invloeden die landschap en gebouwen bedreigen, van gifbelten tot ruilverkaveling, en wat het aardbevingsdossier betreft ziet hij twee grote plagen: de aardbevingen zelf en het ‘onverstand’ dat erbij komt kijken. Als betrokken burger – Wobbes was jarenlang bestuurslid van Stichting Oude Groninger Kerken, is betrokken bij Stichting Recht voor Groningen en Platform Kerk en Aardbeving – kent hij daar legio voorbeelden van, maar hij heeft ook ervaring uit de eerste hand. Na de beving van 2012 werd de schade opgenomen in de kerk. ‘Dat deden ze liggend op de grond met verrekijkers en fototoestellen. Ik heb gezegd dat er een steiger moest komen, dat ze het gewelf met de schilderingen eerst moesten afkloppen om de schade goed te kunnen zien.

De schade werd in eerste instantie op 26.000 euro gezet, meent Wobbes; bij nadere beschouwing, met alle vertraging van dien, bleek 180.000 euro passend.

In zijn eigen huis zitten genoeg scheurtjes en scheuren, vertelt hij, maar het gaat hem om één specifieke scheur. De inspecteur die langskomt mag wegens veiligheidsvoorschriften nergens op klimmen, nog niet op een keukentrappetje staan. ‘Ik kreeg een rapport met, ik geloof, 150 foto’s van scheuren die er niet toe doen, die me ook geen moer kunnen schelen, maar die ene scheur werd genoemd als een scheur van ongeveer een halve millimeter diep. Ik heb toen mijn broodmes gepakt, dat heb ik zo ver mogelijk in de muur gestoken, daar een foto van gemaakt en opgestuurd.’ Wobbes haalt binnen een boek met aardbevingsverhalen, een uitgave van het Gasberaad, en slaat het open op de pagina met die foto. Het mes zit bijna tot aan het heft in de muur. ‘Toen moest er alsnog een expert komen voordat ze toegaven dat die scheur dieper was dan een halve millimeter.’

Wobbes kan erom lachen, maar het hele proces is pure willekeur en dommigheid, als je het hem vraagt: ‘Het is een bespottelijke toestand. De overheid is niet voor ons gaan staan, wat ze wel verplicht zijn. Burgemeesters hebben zich laten intimideren door een multinational.’

Zojuist heeft Wobbes de brief ontvangen van de Nationaal Coördinator Groningen over de opname van Huizinge. ‘De beving is tien jaar geleden, het was de zwaarste beving, en nu komen ze kijken?’

We lopen nog een rondje door zijn weelderige wilde bloementuin, aangelegd na de dood van zijn vrouw. Wobbes wijst op het bijzonder mooie trilgras, ook wel bevertjesgras genoemd.

Huizinge, Melkema, de imposante kop-hals-rompboerderij met rieten dak en middeleeuwse omgrachting.

Akko Muskens is moe gestreden als voorzitter van Dorpsbelangen. De beving van 2012 leverde Huizinge zeker ook veel op, zegt hij, met subsidies schaften bewoners zonnepanelen aan, namen een aanbouw, dubbel glas. Als Dorpsbelangen grepen ze elke kans op subsidie aan, ze knapten het haventje op, legden een speelweide aan, zorgden voor een elektrische deelauto, regelden voor Emo’s Ommetje een brug. Het dorp wordt mooi opgeknapt, zegt hij, linksom of rechtsom veelal met nam-geld, maar de huizen zijn níet versterkt. Muskens en zijn vriendin willen verduurzamen, van het gas af, maar ze wachten al jaren op een beslissend oordeel over wel of niet versterken. En sinds 2015 al houdt Muskens zich bezig met de versterking van ‘t Ol Schoultje waar dit najaar mee zal worden begonnen. Het slepende proces, vertraagd door de overgang van de ene naar de andere instantie, van de ene naar de andere procedure, van de ene naar de andere begroting met stijgende bouwprijzen, is een van de redenen dat hij binnenkort stopt bij Dorpsbelangen.

Gelukkig kent Huizinge ook nieuwkomers met nieuwe energie. Op een steenworp afstand van de kerk woont zangeres Marlene Bakker (37) met haar man. Zij zingt, schrijft en brengt albums uit in de Groningse streektaal. In 2014 kreeg ze bekendheid met Loat Grunnen nait zakken, een lied gebaseerd op een gedicht van Hanne Wilzing, een dichter uit Oost-Groningen, net als Bakker zelf. Daarin zingt ze onder meer over de nam en het kabinet (‘nam nemt t gas, blif as spekkoper beuren/ t kamnet gramfoont: Nederland het t stoer’). In het refrein steekt ze Groningers een hart onder de riem. ‘De reacties waren mooi, mensen lieten weten dat het hen had gesterkt’, vertelt Bakker in haar tuin naast een bloeiende Oost-Indische kers. ‘Maar dat liedje is nog steeds relevant en dat is zuur.’

Na de Rockacademie in Tilburg woonde Bakker in de stad Groningen, maar in coronatijd verlangde ze terug naar het platteland. Eigenlijk niet naar aardbevingsgebied, maar ze vielen nu eenmaal op dit huis en dat het in Huizinge stond, vormde uiteindelijk geen bezwaar omdat het kabinet de belofte had gedaan de gaskraan dicht te draaien. Wel belandden ze meteen in de molen van schadeafhandeling en ook zij ontvingen zojuist de brief met aankondiging van de opname van Huizinge. Bakker weet niet wat ze ervan moet denken. ‘Mooi dat ze komen controleren, maar wat voor consequenties heeft hun advies? En als we ervoor kiezen niet te laten controleren, wat voor consequenties heeft dat dan? Het is choosing between a rock and a hard place – je weet gewoon niet waar je voor kiest.’ Ze voelt zich veilig in haar huis, zolang het kabinet zich aan de belofte houdt.

Haar indruk is dat er wel degelijk pijn en frustratie onder Huizingers heerst: ‘Mensen hebben een knauw gehad. De een is mondig en kan goed voor zichzelf opkomen, maar de ander kan dat niet. Die mensen geven gewoon op, die denken: laat maar zitten.’ Eerder liep Bakker mee met de fakkeltochten voor Groningen en bij tien jaar beving van Huizinge zal ze zeker stilstaan. ‘Maar ik ben meer in de actiemodus dan in de herdenkingsmodus. Er valt niet zo veel te herdenken, want we zitten er nog middenin. Nee, geef mij maar actie.’

Op 10 en 11 september is Melkema te bezoeken tijdens de Open Monumentendagen