Menno Hurenkamp

Bevriende besprekers

Waar is het debat, vroeg de minister-president zich onlangs af in een brievenboek. Waar zijn de intellectuelen met de grote idealen? Maar behalve zijn partijgenoten viel niemand Balkenende bij in zijn klaagbrief aan fellow traveler H. Mulisch. Het was een malle klacht voor iemand die zonder enige intellectuele verwondering de doodstraf voor Saddam Hoessein steunde. De intellectuelen zijn hier wel degelijk, alleen maken ze gelukkig niet al te veel kabaal. Grote woorden gebruiken laten de Nederlandse intellectuelen graag aan de Fransen over. Elke week een gezwollen brief van een ‘filosoof’ op de voorpagina, en kijk eens hoe dat land er voor staat. De bescheidenheid van de Nederlandse intellectueel is een groot goed. Er is een historische verklaring voor: we zijn door de eeuwen heen een praktisch volkje geweest, dat liever meedenkt met het bestuur dan met intellectuele vlammenwerpers politieke vergezichten schildert. Dat valt alleen maar toe te juichen.

Er is ook een geografische uitleg voor die gematigde toon. Nederland is klein. Je komt elkaar snel tegen en dan is onaardig doen niet zo handig. Als je de boekenbijlage Cicero van de Volkskrant moet geloven is Nederland zelfs erg klein. Daarin stonden de afgelopen weken herhaaldelijk besprekingen van boeken van verstandige mensen. Een bespreking van een boek over vertrouwen in de democratie van de politicoloog Herman van Gunsteren, een bespreking van een boek over gelijkheid van de sociale wetenschappers Paul de Beer, Pieter Pekelharing en Jelle van der Meer. Het zijn interventies die relevante thema’s aansnijden. En de besprekingen waren ook geschreven door intellectuelen wier werk ik hoog acht – door respectievelijk de publicisten Pieter Hilhorst en Dick Pels.

Maar de recensies lezen is zonde van de tijd. Omdat de recensenten de schrijvers niet alleen goed kennen, maar ook als mens graag mogen. Een goede bespreking kan daar niet uit voortkomen. Baltasar Gracian, zeventiende-eeuws jezuïet en de linke neef van Machiavelli, geeft een suggestie waarom dat zo is. Hij adviseert in paragraaf 181 van Handorakel en kunst van de voorzichtigheid: ‘Zonder te liegen niet elke waarheid uitspreken. Niets vergt meer omzichtigheid dan de waarheid, die neerkomt op een aderlating van het hart. Er is evenveel innerlijk beraad voor nodig een waarheid uit te spreken als voor zich te houden.’ Bevriende besprekers besmetten boeken. Misschien interesseert het de Volkskrant niet, misschien is de krant niet op de hoogte. Wat is erger? Misschien is Nederland zo klein dat voor het bespreken van boeken alleen vrienden te vinden zijn.

In een klein land is alles wat intellectuelen te verwijten valt ook politici aan te rekenen. Niemand zegt ooit eens tegen Maxime Verhagen van het cda dat hij de man is die de reptielen van deze wereld een slechte naam geeft. Het zou geen kwaad kunnen als een tegenstander hem dat eens zei. Als het niet waar is, is het tenminste ook niet helemaal onwaar. Maar het gebeurt niet. Want Verhagen is wel de tweede man van de eerste partij. Dus houdt Wouter Bos hem te vriend, want anders onderhandelt het dadelijk lastig over – zeg – die nieuwe huurwet. Saai, maar de hoop is dat die saaiheid resultaat oplevert voor de mensen die in huurhuizen wonen. Voor een krant die in boekbesprekingen doet is deze redenering net wat minder aansprekend, want lezers profiteren zelden van voorspelbaarheid.