Onder hun bed lag een kleed en onder dat kleed zat een luik. Ik zat boven de schuifdeuren. Ze hadden kleine kinderen en als het gevaar geweken was, werd ik uit het luik gehaald en mocht ik gewoon in de huiskamer tot het weer gevaarlijk werd en dat was regelmatig en soms vrij lang. De Koekebakkers waren schatten en helden. Ik hield ongelooflijk veel van ze. Ik heb ze gelukkig nog lang gekend.
Als ik op de Willemsparkweg loop, komen er altijd herinneringen boven. Niet zo gek, want ik ben er geboren en ik heb er achttien jaren gewoond, ook het grootste deel van de oorlog. Het geeft een beetje een sentimenteel gevoel.
Vandaag kijk ik naar beelden uit Kaapstad, naar de heren Mandela, Mbeki en De Klerk, de president en de vice-presidenten van Zuid-Afrika. Ik bewonder ze en ik ben ontroerd. De tijd heelt alle wonden, maar er waren daar weinig schuifdeuren om boven te zitten. Hier waren er veel, maar niet veel beschikbaar.
Lang leve het nieuwe Zuid-Afrika.