Bevrijding

Gisterenavond liep ik naar huis over de Willemsparkweg. Ik ben ‘op’ de Willemsparkweg geboren, op nummer 44, en ik kan er niet lopen zonder even stil te staan en naar dat huis te staren. Ik weet dan ook weer precies wie er vroeger in dat blok woonden, aan de even en aan de oneven kant. Een enkeling woont er nog steeds. Ik zie de buren van vroeger - over hun dak moest ik een keer vluchten. Ik zie het beeld van de straat op een ochtend zeer vroeg. Er liepen wat mensen, iedereen had iets voor de linkerborst, een hoed, een tasje. Ik had een boek in mijn hand en hield dat op dezelfde hoogte, voor mijn ster. Die verborgen die andere mensen dus ook. Er was uitgelekt dat er razzia’s zouden komen en ik werd weggebracht naar een onderduikadres, vlakbij, in de Van Eeghenstraat, bij de familie Koekebakker die ik goed kende.

Onder hun bed lag een kleed en onder dat kleed zat een luik. Ik zat boven de schuifdeuren. Ze hadden kleine kinderen en als het gevaar geweken was, werd ik uit het luik gehaald en mocht ik gewoon in de huiskamer tot het weer gevaarlijk werd en dat was regelmatig en soms vrij lang. De Koekebakkers waren schatten en helden. Ik hield ongelooflijk veel van ze. Ik heb ze gelukkig nog lang gekend.
Als ik op de Willemsparkweg loop, komen er altijd herinneringen boven. Niet zo gek, want ik ben er geboren en ik heb er achttien jaren gewoond, ook het grootste deel van de oorlog. Het geeft een beetje een sentimenteel gevoel.
Vandaag kijk ik naar beelden uit Kaapstad, naar de heren Mandela, Mbeki en De Klerk, de president en de vice-presidenten van Zuid-Afrika. Ik bewonder ze en ik ben ontroerd. De tijd heelt alle wonden, maar er waren daar weinig schuifdeuren om boven te zitten. Hier waren er veel, maar niet veel beschikbaar.
Lang leve het nieuwe Zuid-Afrika.