Dans - Danse de nuit

Beweging als bezwering

Het nieuwe werk van Boris Charmatz is een verstrengeling van ongepolijste moderne dans en de lichaamstaal van rappers. Straks te zien midden op het Anton de Komplein in Zuidoost.

Het nieuwste dansstuk van Boris Charmatz, toch een vooraanstaande, regelmatig terugkerende gast op het festival, is gratis. Dat kan bijna niet anders, want Danse de nuit speelt zich namelijk af in de openbare ruimte: tijdens het Holland Festival op het Anton de Komplein in het Amsterdamse Zuidoost. En dus raakt in een stadsparkje in Wenen naast metrostation Karlsplatz, waar de voorstelling vorige maand een paar avonden te zien was, het publiek dat speciaal is gekomen vermengd met toevallige passanten. Uitgelaten vriendengroepjes die eerst lacherig commentaar geven op de vreemde bijeenkomst, met hun smartphones filmpjes maken van de dansers, om daarna op te gaan in de rest van de toeschouwers. Een stelletje met wild haar en piercings op mountainbikes dat afstapt en met fiets en al meebeweegt met het zich verplaatsende publiek. Skaters die toekijken met één been op hun stilgevallen skateboard. Ze vormen een spiegel van de in bonte stadskleding uitgedoste, divers getinte dansers, die sneakers en stoere jacks dragen, kniebeschermers over hun kleurige leggings of een lang djellaba-achtig hemd over een hippe trainingsbroek.

Lawaaiierige nieuwkomers worden soms even tot stilte gemaand door degenen die zich op het vertoonde willen concentreren. Maar eigenlijk is het de voorstelling zelf die deze concentratie afdwingt. Zonder dat er ordebewakers of dranghekken aan te pas moeten komen, eist Danse de nuit een plek op in het levendige centrum van de stad. In de periferie van de dansers lopen alleen ‘belichters’ mee die felle vierkante lampen op hun rug dragen en daarmee de aandacht sturen. Een originele oplossing, die doet denken aan de manier waarop de begeleiders van de Friday Night Skate die in het Amsterdamse Vondelpark begint behangen zijn met mobiele verlichting en muziekapparatuur. De bemande politiewagen die in Wenen voor het metrostation staat, wordt onderdeel van het stadsdecor. Net als de auto’s op de drukke weg die langs het park omhoog gaat over een luxe winkelpassage boven op het metrostation, en de jongeren die daar lopen en joelend reageren op het verzamelde volk beneden hen. En de geagiteerde stemmen van alcoholisten die met drankflessen en blikjes bier tegen de betegelde muren van de helverlichte metro-ingang hangen.

Medium danse de nuit boris brussey 4
© Boris Brussey

Als er luid geschreeuw klinkt vanachter de kring van toeschouwers die rondom de dansers staan, is je eerste gedachte dat er een verwarde dakloze tekeergaat. Een toeschouwer die zich losmaakt uit de kring treft achter het publiek een van de dansers aan, die ligt te kronkelen op het asfalt terwijl hij verwoed teksten uitspuwt. Hij lijkt vergeten door zijn collega’s, die verderop in de publiekskring bij elkaar zijn gekropen in een licht pornografisch groepstafereel van tegen elkaar aan rijdende, pulserende lijven, zichzelf begeleidend met een vunzige raptekst. De luidkeelse razernij van de achtergebleven danser klinkt als een giftig commentaar op dit wellustige groepstafereel. Maar even later dringt de achterblijver zich heftig pratend en gebarend door de toeschouwerskring heen en voegt zich bij zijn pulserende, loom rappende collega’s.

De optelsom van tekst en beweging in Danse de nuit maakt deze nieuwe creatie van Charmatz tot een indrukwekkende ervaring. Het gebruik van tekst is in de open, hybride moderne dans van dit moment niks bijzonders, maar meestal is gesproken taal een toegevoegd element. In Danse de nuit gaan spreken en dansen helemaal gelijk op. Een uur lang werken zes dansers zich non-stop door aaneengeregen teksten terwijl ze continu bewegen. Mooi of virtuoos zijn de bewegingen niet. Dat verwacht ook niemand bij Boris Charmatz. Net als zijn land- en generatiegenoot Jérôme Bel, die onlangs een Utrechtse versie vervaardigde van zijn dansstuk Gala, waarin amateurs in alle maten, kleuren en leeftijden zwaar ontroeren met hun onbeholpen pógingen om mooi te dansen, is Charmatz een voormalige profdanser die als choreograaf alle interesse in virtuositeit is verloren. En net als Bel zoekt hij in gedemocratiseerde werkprocessen de uiterste grenzen op van wat dans kan zijn, waarbij (het publiek laten) nadenken over de functie van het lichaam samen opgaat met het uitvinden van nieuwe theatrale vormen.

In Danse de nuit bezigen de dansers een unieke straatdansstijl die ruw expressief is en illustratief gebarend. Het is een verstrengeling van ongepolijste moderne dans en de lichaamstaal van rappers. Bij een rustigere episode in de choreografie, waarbij de woordenstroom uiteenvalt in herhaalde, losse zinnen, grijpen de dansers onbeholpen één been vast en strompelen wat in het rond. In tekstdichtere gedeeltes krijgen hun bewegingen een duizelingwekkend tempo, alsof elk uitgesproken begrip, elke zinswende ook fysiek moet worden uitgedrukt. Dans en gesproken taal liggen volledig in elkaars verlengde en hebben dezelfde intensiteit. Alles wat de zes dansers doen en zeggen, lijkt van levensbelang. Tegelijk is het zo veel dat het voor de toeschouwers onmogelijk is om alles mee te krijgen. Er zijn duidelijk, synchroon uitgesproken passages, zoals het lange, aangrijpende relaas over de aanslag op Charlie Hebdo, het woordelijke interview dat een goede vriend van de doodgeschoten hoofdredacteur Charb vlak na de aanslag heeft gegeven. Maar op andere momenten debiteren de verspreide dansers dwars door elkaar een eigen verhaal in hun Engels-met-Frans-accent en moet je als toeschouwer kiezen wie je – ook in letterlijke zin – wil volgen.

In zekere zin is het praatdansen in Danse de nuit een vervolg op Manger, de voorstelling van Charmatz die twee jaar geleden op het Holland Festival te zien was. Het centrum van alle bewegingen was hierin de mond van de dansers, die op de meest inventieve manieren, hijgend en kreunend vellen (eetbaar) papier verorberden, en de onzichtbare woorden erop fysiek leken te verteren. Het publiek stond bij Manger los in de ruimte tegenover de dansers, en toen sommige toeschouwers deze vrijheid bleken te benutten door zich tussen de dansers te begeven, wilde Charmatz hierop verder.

‘De thema’s zijn zo complex dat ze het debat kunnen verstikken. Daarom zit er veel chaos in de woorden die de dansers spreken’

Danse de nuit, gemaakt in samenwerking met de dansers, gaat over het effect van terroristische aanslagen zoals die op Charlie Hebdo. ‘In Frankrijk, in Europa, wordt de publieke ruimte beheerst door de dreiging van gevaar en door veiligheidsmaatregelen’, aldus Charmatz in een interview. ‘In Franse steden lopen soldaten met machinegeweren rond. We zijn bevroren door angst.’ Een overdachte ‘preek’ mocht een dansstuk hierover niet worden: ‘Ik wilde dat we heel snel heel veel gedachten en ideeën zouden uitspreken die in onze hoofden opkomen over wat we op dit moment zouden willen zeggen of doen.’ Dit om de taal waarin de ‘politiek van de terreur’ doorgaans is vervat, op te schudden en vrij te maken. ‘De thema’s zijn zo complex dat ze het debat kunnen verstikken. Daarom zit er zo veel chaos in de woorden die de dansers uitspreken.’ Je zou de intense spoken word- en bewegingsstroom in Danse de nuit als een bezwering kunnen zien van de spanning in de openbare ruimte.

Dat de voorstelling gespeeld wordt op grootsteedse pleinen, boven op parkeergarages en in stadsparken, reflecteert de inhoud van dit dansstuk. Alle gedebiteerde teksten gaan over de grens tussen privé-leven en openbaar gedrag. Er klinkt een bizarre fantasie van Tim Etchells, de voorman van de Engelse performancegroep Forced Entertainment, die beelden oproept van beroemde filmsterren in vreemde combinaties en situaties, alsof ze op een drugsovergoten afterparty zijn. De tekst waarmee Danse de nuit eindigt, ook van Etchells, is juist een fantasie van iemand die leeft zonder een enkel spoor achter te laten, die ook in de openbare ruimte onzichtbaar is en door niemand wordt opgemerkt. Dit verlangen om niemand te zijn staat in een wreed contrast met het eerder uitgespuwde verhaal over Charb, die juist weigerde om ook onder de doodsbedreigingen van IS-terroristen zijn nadrukkelijke aanwezigheid op te geven.

Met zijn doordachte dansstukken vol citaten en verwijzingen is Charmatz wel eens pseudo-intellectualisme verweten. Maar je hoeft niet te weten dat de uitroep ‘Get out of my space, get out of my head’ uit het begin van Danse de nuit verwijst naar een installatie van Bruce Nauman om er door geraakt te worden als dansers dat in het bijzijn van het publiek bijna wanhopig steeds herhalen. En de fysieke vertaling van de woorden geeft voldoende tegenwicht voor de intellectuele exercitie die dit dansstuk óók is.

In de ruimtelijke verhouding tussen dansers en publiek wordt de spanning tussen afstand en nabijheid voortdurend opgezocht. De dansers wurmen zich soms ellebogend door de toeschouwers heen, vlijen zich aan voeten, grijpen een hand vast, trekken aan een jaspand, schrijven een onzichtbaar woord op iemands skateboard, betasten vluchtig een grappig poppetje op het stuur van een fiets. Een van hen begint ineens omstanders te omhelzen terwijl hij de woorden ‘Maybe’ en ‘No’ herhaalt: een kortdurende aanklamping (‘Maybe’) waarna hij ze weer loslaat (‘No’), alsof hij steun en warmte zoekt die hij niet kan vinden.

Zoals de toeschouwers kunnen kiezen welke woorden hen aanspreken in de continue tekstlitanie, zo kunnen ze ook kiezen hoe ver of dichtbij ze bij de dansers willen zijn. En hoe aanwezig ze willen zijn – een toeschouwer die dichtbij kruipt met een filmend mobieltje wordt onderdeel van de voorstelling – of juist anoniem en onzichtbaar. Omdat de dansers zich plots verplaatsen en de veilige publiekscirkel dan uiteenvalt, moet je steeds opnieuw positie kiezen. Soms zoekend naar waar de dansers zijn gebleven, dan ineens door hen opgejaagd. ‘Move!’ roepen ze, terwijl ze de toeschouwers bijeendrijven – en hoewel je weet dat het spel is, kruipt er paniek in je lichaam. En dan is er die ene, adembenemende scène waarin de dansers zwijgen. Stil begeleiden ze ons naar een plek verderop. Zij weten waarheen. Ze zijn onze beschermers. Behoedzaam en rechtop lopend scannen ze de omgeving af van het donkere park. In hun armen een onzichtbaar machinegeweer.


Danse de nuit. Op 8, 9 en 10 juni op het Anton de Komplein in Amsterdam-Zuidoost; hollandfestival.nl

De Groene Amsterdammer doet het Holland Festival en zijn eigen lezers een verzameling bijzondere verhalen cadeau. Ze getuigen van de lange, soms heel kritische, relatie van het weekblad met het festival: de eerste bespreking verscheen al in juni 1948. Max Arian, die zelf als jongetje van zestien zijn eerste Holland Festival in 1956 beleefde en gedurende vele edities als kunstredacteur bij de Groene werkzaam was, dook in het archief en stelde wat hij noemt een reeks ‘boeketten’ van verhalen samen.