Het CDA wil dat de vakbeweging zich aanpast aan de nieuwe tijd

Beweging in de beweging

Op 2 oktober wordt in Amsterdam gedemonstreerd tegen het regeringsbeleid. Het kabinet zal daar niet wakker van liggen. Het CDA eist een vakbeweging die meer van deze tijd is.

De taal die FNV-voorzitter Lodewijk de Waal op zijn weblog gebruikt is voor de leden van het kabinet-Balkenende II symbolisch voor wat er volgens hen mis is met de vakbeweging. «Hier loopt vakbondsmacht», schreef De Waal na een actiedag bij staalgigant Corus: «Harde werkers, bonken van kerels, besmeurde overalls, die het gewoon niet meer pikken.» Eerder vorige week, na de ook voor de vakcentrales zelf verrassend hoge opkomst bij de demonstratie in Rotterdam, stond er in De Waals digitale dagboek: «(…) dan marcheren over die brug, opgetild worden door havenwerkers (…)».

Het is in de ogen van deze regering retoriek uit andere tijden. Daarmee spreek je jongeren en vrouwen niet aan. Dit woordgebruik gaat alleen nog maar over de gestaalde kaders die binnenkort met pensioen gaan. Voor wiens belangen komt de vakbeweging eigenlijk nog op als nog geen dertig procent van de werkende bevolking lid is van een bond en als die leden ook nog eens vooral mannen zijn die in fabrieken of in de bouw werken? Is die vakbeweging nog wel een representatieve gesprekspartner, waar het kabinet naar wil en moet luisteren en waarmee het akkoorden moet willen sluiten? Voorzitter Doekle Terpstra van de christelijke vakcentrale CNV voelde goed aan hoe het kabinet over hem en zijn collega’s denkt toen hij half augustus in De Groene Amsterdammer zei dat «de politiek uit is op de scalp van de vak beweging». Die houding ergert met name de grootste regeringspartij, het CDA, mateloos.

De politiek zou dan uit mogen zijn op de scalp van de vakbeweging, de vakcentrale FNV is uit op niets minder dan de val van dit kabinet. De ruzie tussen de vakbeweging en het kabinet is dan ook geen gewone ruzie over een procentje meer of minder loonsverhoging, zelfs in wezen niet over het prepensioen. Het is een, naar Nederlandse verhoudingen ongekend hard, conflict over macht en invloed. Er is aan weerszijden zo gescholden en op de man gespeeld dat men, in tegenstelling tot bij vroegere ruzies, nu helemaal niet meer met elkaar wil spreken.

De bom barstte half mei. Toen mislukte het voorjaarsoverleg tussen het kabinet, de vakcentrales en de werkgevers. De vakcentrales kondigden meteen een hete herfst vol acties aan; het kabinet besloot prompt cao’s niet langer algemeen verbindend te verklaren en hard in te grijpen in de vut en prepensioenregelingen. Iedereen is het erover eens dat kabinet en bonden elkaar in mei eigenlijk heel dicht waren genaderd. Dat het toch mis is gelopen, voedt het idee dat er meer aan de hand is. Dat is ook zo.

Het was de PvdA’er Thijs Wöltgens die ongeveer veertien jaar geleden de discussie aanzwengelde over het primaat van de politiek. Volgens hem was de politiek te veel de gevangene geworden van adviesorganen waarin belangengroepen hun zegje mogen doen. Dat moest anders. Sindsdien is er her en der gesneden in het aantal adviesorganen en in de wettelijke plicht van het kabinet om advies aan te vragen.

Maar de discussie over het spanningsveld tussen de eigen koers van de politiek en het luisteren naar adviezen uit het veld is nooit echt weg geweest, en dit kabinet heeft haar weer doen oplaaien. Toen in mei werkgevers en werknemers in de Sociaal Economische Raad (SER) een akkoord hadden bereikt, weigerde het kabinet dat integraal over te nemen. Het liet zich geen dictaat voorschrijven, was de boodschap. Voor die weigering werd het kabinet overigens direct bekritiseerd, omdat die niet leek te passen bij zijn filosofie dat burgers in de huidige samenleving meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Zou een kabinet met zo’n idee niet juist moeten juichen als werkgevers en werknemers samen afspraken maken?

Van de regeringspartijen VVD en D66 wekt het geen bevreemding dat ze zich niet de wet laten voorschrijven door de sociale partners. D66 heeft al vaker de positie van de SER aangekaart en VVD-fractievoorzitter Van Aartsen zei begin deze zomer nog dat Nederland maar eens moest ontpolderen, wat staat voor minder overleggen met derden.

Voor de grootste regeringspartij, het CDA, ligt het echter minder eenvoudig. Daar wordt in de coulissen wel bezorgd nagedacht over een uitweg. De christen-democraten hechten traditiegetrouw aan het maatschappelijk middenveld, en daar hoort ook de vakbeweging bij. Het CDA is in de huidige coalitie ook de partij met de achterban die zich het meest roert tegen de kabinetsplannen. Dat vertaalt zich in de peilingen, waarin de christen-democraten op groot verlies staan. Maar ook bij het CDA valt de vakbondsretoriek niet in goede aarde. Binnen de partij groeit de irritatie over de centralistische benadering van FNV, CNV en MHP, met honderden regels en regeltjes, alsof alle arbeidssituaties er hetzelfde uitzien. Dat ze dan vervolgens ook nog eens van de regering eisen dat die zich er niet mee bemoeit als zij er met de werkgevers uit zijn, is een brug te ver. Meer verantwoordelijkheid voor burgers en maatschappelijk middenveld betekent volgens het CDA niet dat de regering geen eigen verantwoordelijkheid heeft.

Vinden de christen-democraten dat die centralistische regeldrift al niet meer van de 21ste eeuw is, de vakcentrales sluiten hun ogen ook te veel voor de noodzakelijke vernieuwing van de verzorgingsstaat; vernieuwing die volgens het kabinet nodig is om het oneigenlijk gebruik van voorzieningen te stoppen. Zoals het in economisch slechte tijden in de WAO sluizen van werknemers. Ook moet het afgelopen zijn met massaal uitstappen via vut of pre pensioen. Dat was een maatregel uit de jaren tachtig, bedoeld om grote groepen jongeren aan het werk te helpen, maar past niet meer in een tijd van vergrijzing. Bij die vernieuwing hoort ook overleg over arbeidsvoorwaarden op het niveau van een bedrijfstak, of nog lager, per onderneming en individu.

Collectief is uit, maatwerk is in. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid benadrukte die boodschap nog eens in een recent interview in NRC Handelsblad. De Geus komt zelf voort uit de vakcentrale CNV. De voormalige vakbondsman zou het conflict volgens een theorie die ook in het CDA circuleert als breekijzer gebruiken, om te bereiken wat hij in zijn tijd als vakbondsbestuurder al wilde: een modernere vakbeweging en een herverdeling van de bevoegdheden in polderland Nederland. De Geus, zo gaat die theorie verder, zou niet alleen gerekend hebben op een afkalvende invloed van de vakbeweging, maar zich ook gesteund weten door de aangesloten bonden die zich wel flexibel opstellen en zorgen dat ook onderwerpen die voor vrouwen en jongeren aantrekkelijk zijn op de agenda komen.

Terpstra’s opmerking over de scalp zit wellicht toch niet ver naast de werkelijkheid. Wie haar echter letterlijk neemt, ziet een slachtoffer voor zich met een hevig bloedende kop dat niet lang meer te leven heeft. En dat wil het CDA nou net niet. Juist een overheid die verantwoordelijkheid bij burgers wil leggen, heeft een maatschappelijk middenveld nodig.

Vandaar de opmerking van CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen in de Volkskrant dat hij «graag nieuw leiderschap zou zien bij de vak beweging». Die uitlating bevatte een waarschuwing én een handreiking.

De waarschuwing is dat de centrales niet moeten denken dat het conflict is opgelost als er andere poppetjes komen. Terpstra had, eveneens in De Groene Amsterdammer, gezegd dat het bestuur van het CNV opstapt als er te weinig mensen in actie komen tegen de kabinetsplannen. Verhagen zei in de Volkskrant dat ze er met alleen nieuwe gezichten niet zijn. Al zal het CDA stiekem wel denken dat fris bloed aan de overlegtafel in één klap de persoonlijke gekwetstheid uit de weg ruimt die nu zo groot is dat ze een oplossing welhaast onmogelijk maakt. Als de vakcentrales centralistisch blijven opereren, zagen ze volgens Verhagen de poten onder hun eigen stoel weg, omdat ze dan, in de ogen van het CDA, organisaties zonder achterban en dus zonder invloed dreigen te worden. En waarom zou een kabinet nog met die organisaties overleggen? Helemaal geen overleg met sociale partners kan echter verstrekkende gevolgen hebben. Dan dreigen arbeidsonrust, te lage lonen in economisch slechte tijden, stakingen, kortom alles uit de tijd voordat Nederland invloedrijke vakbonden kreeg.

De handreiking van Verhagen is: als jullie, vakcentrales, nou vernieuwen, dan blijven wij met jullie overleggen, want wij zijn echt niet uit op jullie letterlijke scalp. De boodschap van de CDA-fractievoorzitter geldt voor alle vakcentrales, maar is vooral gericht aan het christelijke CNV. Het moet het CDA een doorn in het oog zijn dat het CNV bij de onderhandelingen vooraf al had besloten te blijven optrekken met de FNV, die dit kabinet het liefst ziet verdwijnen. Als het CNV daar ook op uit is, dan voelt dat voor het CDA als een dolkstoot in de rug vanuit de eigen achterban. Of heeft de christelijke vakcentrale het conflict gewoon slecht gemanaged? Heeft het wel nagedacht over hoe het conflict beëindigd moest worden toen het dat aanging?

Omgekeerd krijgt het kabinet zo’n verwijt ook vanuit de vakbeweging. Premier Balkenende zou, bij gebrek aan praktijkervaring in de Nederlandse overlegeconomie, geen regie hebben gevoerd, waardoor vooral VVD-minister Zalm van Financiën te veel macht heeft gekregen en de ruzie gierend uit de hand is gelopen. Zalms opmerking dat hij wel vanuit zijn ministerie zou zwaaien naar actievoerders op het Malieveld heet kenmerkend te zijn voor het dédain waarmee hij de vakbeweging tijdens het overleg heeft bejegend.

Zaterdag is de grote protestdag van de vakbeweging op het Museumplein in Amsterdam. Zondag is rustdag. Maar daarna, op maandagmorgen, ligt het conflict nog steeds op tafel.

Het CDA ziet maar één uitweg: een modernisering van de vakbeweging. De vraag is of daar vanuit het kabinet ook iets tegenover komt te staan. Een eerste gebaar tijdens de Algemene Beschouwingen in de vorm van een soepeler overgangsregime voor het prepensioen vinden de vakcentrales niet voldoende. Er wordt nu verder nagedacht. De ideeën gaan richting scholing, alerter reageren op toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt, en heel misschien, eventueel, in de toekomst toch weer eens wat collectief regelen.

Maar één ding is voor dit kabinet heel duidelijk. De vakcentrales kunnen blijven eisen dat hun voorstellen van mei integraal geaccepteerd worden, het kabinet zal dat niet doen, hoeveel mensen er zaterdag ook op het Museumplein staan.