Boekreizen

Bewijs van nabijheid

Wat gebeurt er als een boek of schrijver je zo nieuwsgierig maakt naar een bepaald oord dat je er daadwerkelijk naartoe afreist?

Ik ben talloze malen naar het zuiden gereisd, maar nooit om een stad, streek of landschap te bezoeken omdat ik daarover in een roman gelezen had. Ik kan me zelfs niet herinneren daarvoor ooit ook maar een kilometer te zijn omgereden als ik toch toevallig in de buurt was. Dat geldt natuurlijk niet voor schilders, beeldhouwers, architecten of stedenbouwers; hun werk, zeker dat uit voorbije eeuwen, is grotendeels plaatsgebonden en niet-transportabel, je kunt het dus alleen ter plekke bewonderen. Maar het mooie van boeken is nu juist dat ze elke plaats- en tijdgebondenheid ontstijgen , ja, dat de betere schrijvers dat vaak uitdrukkelijk gewild hebben.

Zo’n reis in het spoor van vul-maar-in heeft algauw iets van een pelgrimage. En ik ben een lezer van boeken, een bibliomaan voor mijn part, geen pelgrim van de literatuur, geen zoeker naar sporen van een werkelijkheid die de schrijver achter zich heeft gelaten, misschien zelfs heeft willen uitwissen. Ik heb ze altijd een beetje lachwekkend gevonden, de mensen die met een vroom gezicht achter een gids aansjokken die vertelt aan welk cafétafeltje de Schrijver elke ochtend zijn koffie of elke namiddag zijn aperitiefje dronk. Kregen die mensen daardoor een helderder inzicht in zijn werk? Ik denk eerder dat de pelgrimage vaak een leesvervangende handeling is, misschien zelfs een boetedoening, omdat men altijd heeft verzuimd de schrijver nabij te komen in de enige handelingen waar het bij hem op aankomt en die altijd ontsnappingshandelingen, bevrijdende handelingen zijn.

De literaire pelgrim is een gelovige. Hij wil niks weten van uitgewiste sporen, metamorfosen en ontsnappingen. Hij verzamelt relikwieën en amuletten als bewijs van zijn nabijheid. Hij is familie van de bibliofiel, de handtekeningenjager, de snuisterijenverzamelaar en de museumoprichter. Hij hoopt in de oorspronkelijke omgeving van de Schrijver de lucht van potloodslijpsel, pen of pet op te snuiven, en aldus, in trance, iets van diens goddelijkheid deelachtig te worden. De boeken blijven voor hem, vrees ik, gesloten.