Bezeten! maar van wát dan?

Het prominente Berlijnse toneelgezelschap, de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz, speelt een ruim vier uur durende versie van Dostojevski’s roman ‘Demonen’, gekruid met scènes uit Albert Camus’ toneelversie van dit boek, ‘De bezetenen’. Regie voert artistiek leider Frank Castorf.

BERLIJN - Laat één ding vooraf gezegd zijn: Frank Castorf is de meest intrigerende theaterregisseur in het Berlijnse (misschien wel in het totale Duitse) theater van dit moment. Hij heeft zijn woede behouden. Die woede is de razernij van een Ossi tegenover de dictatuur van de Wessi’s. Nog niet meteen de bladzij omslaan - ik geef U de ondertitels: Ossi’s zijn de inwoners van de voormalige DDR, die in 1989/1990 werd opgedoekt. Wessi’s zijn de usurpators uit het voormalige West-Duitsland. West heeft Oost in de afgelopen tien jaar verslonden. En Frank Castorf hoort tot degenen die daarover nog altijd razend zijn. Al zijn theaterstukken walmen die razernij uit. En maakt ze tot hersenknersende bele venissen over de recente Duitse geschiedenis. Welke klassieker - of nog-nét-niet-klassieker - hij ook door zijn handen laat gaan, steeds zijn Castorfs regies jankende hartekreten: hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren. Vraagteken. Uitroepteken. Er zijn niet zoveel theatermakers meer bij onze oosterburen die zo intens kunnen schreeuwen. En met zoveel humor, talent en liefde voor acteurs en actrices. Dus zette ik mij schrap voor Castorfs versie van Dämonen, een theatertekst naar een roman van Dostojevski, gemixt met een bewerking die eerder werd gemaakt door Albert Camus. De tekst/het stuk gaat over een groep volledig op hol geslagen idioten. Ze willen radicaal zijn, het wereldbeeld van hun ouders kapot slaan. Alleen ze weten niet hóe. De roman en de toneeltekst handelen over die zoektocht.De voorstelling van de Berliner Volksbühne opent sterk. We kijken naar een doorzonwoning en horen de personages via zendmicrofoons. Ze kijken naar een comedy op de televisie. Ze lachen zich kapot. Na vijf minuten begint daar meteen het probleem van de voorstelling, ze lachen net iets té hard: álles gebeurt dubbel, wat heet: drie-dubbel. Ieder effect wordt schaamteloos drie, vier keer overgedaan. Dat houdt een half uur, drie kwartier stand. Daarna slaat de verveling toe. Daar komt nog bij dat de ontwerper van de voorstelling (Bert Neumann) een effect heeft bedacht. De doorzonwoning van de revolutionaire slapjanussen & kleinburgers (er wordt wat afgeouwehoerd in dit stuk) is gebouwd op een draaitoneel: we krijgen steeds een ander zicht op het huis. Inclusief de aanpalende vijver - zwembad? - waar de would-be anarchisten in en uit wandelen. Midden in de voorstelling leverde dat overigens een fantastisch nummer op: gevecht van een vroeg oudgeworden schrijver met een strandstoel. Het nummer duurde minstens een kwartier en was klassieke slapstick: man in strijd met een ding waarvan hij het effect niet kent. Hij werd door de stoel opgevreten; allerlei klassieke comedy-trucs. Het hielp de vertelling niet echt vooruit. Halverwege haakte ik als kijker in ieder geval af. Met almaar die ene vraag die zich in drie stadia laat stellen: waar gaat dit over, waar houden die mensen zich mee bezig, waarom moet ik hier naar kijken? Geen idee.Ik heb dit materiaal in het vorig seizoen in Nederland vertolkt gezien door de formatie Els Inc. van Arie de Mol (Brand was de titel). Daar was de wanhoop van die doorgeslagen nihilisten voortdurend voelbaar. Hier werd die wanhoop doodgetrapt met wrange grappen, die op den duur hun doel misten. Kwaad was ik na afloop. Frank Castorf is voor mij nog altijd een Duitse theaterheld. Hier is hij van zijn voetstuk gevallen. Dämonen is een gemakzuchtige gelegenheidsvoorstelling (gemaakt in co-productie met veel centen uit Wenen). Is de ex-DDR-dissident nu ook salonfähig geworden? Heeft hij zich uitgeleverd aan ‘de grote jongens’, aan de vreetbak met het grote geld. Vraagteken. Uitroepteken. Geen idee! Bah! Boeh!