Film - The Wailing

Bezetenen in het bos

De Emmaüsgangers waren ‘verbijsterd en door angst overmand’, en ze ‘meenden een geestverschijning te zien’.

Medium 06 0

En dan, in Lukas 24:38: ‘Maar hij zei tegen hen: waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?’ Met deze tekst begint The Wailing, een Koreaanse horrorfilm van bijna drie uur lang waarin de symboliek van het christendom, het boeddhisme en het sjamanisme een vreemde mix vormen.

De regisseur is Na Hong-jin. Die naam is belangrijk, want hij heeft al twee onvergetelijke films gemaakt: het duistere The Chaser (2008), over een seriemoordenaar, en The Yellow Sea (2010), een extreem gewelddadige film waarin de conventies van het liefdesdrama en het gangsterepos moeiteloos in elkaar overlopen.

Zoals in deze films verwisselt Na Hong-jin soepel van verteltoon in The Wailing. Na een opening waarin de komisch ogende, zwaarlijvige politieagent Jong-gu (Kwak Do-won) een aantal bizarre moorden op het dorpje Gokseong (oftewel ‘het gejammer’) in de omgeving van Seoul onderzoekt, verandert de sfeer naar dodelijke ernst wanneer bekend wordt dat er een geheimzinnige man in het bos woont, slechts bekend als ‘de Japanner’. Algauw wordt duidelijk dat er boze geesten in het spel zijn, wat in een tragedie ontaardt wanneer ook het dochtertje van Jong-gu door demonen bezeten blijkt. Het kwaad toont zijn gezicht, en angst en paranoia nemen bezit van de dorpelingen. Immers, gewone mensen, buren van deze of gene, hebben moordneigingen die wel eens besmettelijk kunnen zijn. Wat te doen, hier op het platteland? Achterlijk zijn de bewoners niet, maar ze tonen zich wel ontvankelijk voor bijgeloof, of het geloof, het is maar hoe je het bekijkt.

De moeder van Jong-gu weet raad; ze schakelt een sjamaan in. Deze man probeert de geest uit het lichaam van het kind te verjagen met een spectaculaire, bloedige ceremonie vol tromgeroffel en dierlijke offers. En de vraag, ook aan de kijker: inderdaad, het is mumbo jumbo, maar durf je er wel aan te twijfelen? Nog dieper gaat het mysterie wanneer Jong-gu een vreemde, jonge vrouw ’s nachts in het dorpje ontmoet die ‘het kwaad’ zegt te kennen. Een prachtig moment komt wanneer de jonge vrouw, gekleed in het wit, tegen de doodsbange agent vertelt dat hij een haan drie keer zal horen kraaien voordat de zon opkomt. Opnieuw Lukas dus, nu boek 22 rond vers 30. Op basis van deze bijbelreferentie valt het mysterie inderdaad te ontrafelen, maar geloof mij maar: dat biedt weinig soelaas. Zoveel blijft onzeker in deze film, zoveel climaxen worden afgewisseld met verdere spanningslijnen en nieuwe vragen dat een enkel antwoord nooit komt, of dat moet in de allerlaatste minuten gebeuren.

The Wailing werkt op meerdere niveaus: het is een gezinsdrama, een overpeinzing van vaderschap, een commentaar op het belang van spiritualiteit in moderne tijden – vandaar de vraag aan de Emmaüsgangers – en een pulpvertelling over de dreigende zombie-apocalyps die ons nu al wel heel lang in het gezicht staart in de naoorlogse populaire cultuur. Regisseur Na Hong-jin houdt zijn chaotische plot vlijmscherp bij elkaar. Resultaat: een van de vreemdste, beste films van het jaar.

Te zien vanaf 6 oktober


Beeld: Hwang Jun-min in The Wailing (20th Century Fox)