Ach Europa! #4: Adam Zagajewski

Bezing het verminkte continent

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski beschouwt Europa als een onevenwichtige beschaving vol schoonheid en wreedheid. ‘Voor Polen is er nu een beetje hoop, omdat Europa zegt: tot hier en niet verder.’

‘Een introvert die niets liever doet dan lezen en naar muziek luisteren moet geen zitting nemen in het parlement’ © Jan Postma

De opvallende hoeveelheid Polen in haar boekenkast ontlokte theatermaker Marjolijn van Heemstra ooit de woorden: ‘Allemaal dichters die in hun werk herinneren aan wat we te verliezen en al verloren hebben.’ Een van hen, Adam Zagajewski, omschreef in zijn laatste bundel zichzelf en zijn collegadichters als ‘pre-Socraten’: ‘Ze begrijpen niets/ Ze luisteren naar het fluisteren van brede laaglandrivieren./ Ze bewonderen vogels in vlucht, kalme tuintjes in de voorsteden,/ Hogesnelheidstreinen die ademloos vooruit snellen’.

Lees er geen valse bescheidenheid in. Wie weet hoe weinig hij begrijpt, weet wat hij te zeggen heeft.

Het is half januari wanneer Zagajewski (Lwów, 1945) te gast is op het internationale literatuurfestival Winternachten in Den Haag. Een van de onderdelen draagt de wat pompeuze titel ‘Re-Inventing Europe with Adam Zagajewski, Luuk van Middelaar and David van Reybrouck: How Can the EU Win (Back) the Hearts and Minds of Its Citizens?’ In de zaal zit een prinses – ze heeft haar hele boekenclub meegenomen.

Zagajewski noemde politiek twee jaar geleden in een interview een even onontkoombaar als wezenlijk deel van het leven. Maar, zo voegde hij daaraan toe, de grootste overwinning van de populistische bewegingen die overal in Europa voet aan de grond krijgen is de wijze waarop ze ons leven weten te reduceren tot niets anders dan die politieke dimensie.

Of zijn poëzie neerkomt op de weigering zich naar die reductie tot politieke dimensies te schikken, vraagt Van Reybrouck hem. Zagajewski: ‘Wat betekent het om Europeaan te zijn? Of liever nog: wat betekent het om mens te zijn? Ieder mens houdt er politieke ideeën op na. Maar we moeten ook iets anders hebben. Ik wil graag het iets anders verdedigen. De muziek. De poëzie. De menselijkheid en de medemenselijkheid.’

‘Europa maakt een hoop lege retoriek los’, zegt hij een paar uur voor het optreden in een kleine vergaderruimte in zijn hotel tegenover het Binnenhof. ‘Iedereen heeft het beste ermee voor.’ Hij blijft even stil en citeert dan met een glimlach Shakespeare: ‘Woorden, woorden, woorden.’

‘Ik ben geen activist en ik zou geen goed parlementslid zijn, ik zou alleen maar verlangen naar mijn bureau en mijn stilte. Maar zoals ik ooit onder het communisme een dissident werd omdat ik mijn politieke voorkeuren niet voor me hield, zo voel ik ook nu niet de behoefte om mijn afschuw over de huidige Poolse regering te verbergen. Europa is een horizon waartegen mijn ideeën en handelingen zich een leven lang grotendeels hebben afgespeeld. Al betekent dat helaas niet dat ik, in politieke zin, naar het front zou trekken om voor Europa te vechten.’

Omdat u nu eenmaal voor alles dichter bent?

‘Omdat ik het temperament mis. We hebben allemaal ons eigen temperament en met dat temperament hangt ook de rol die we te vervullen hebben samen. Iemand die is geboren om een man of vrouw van de actie te zijn moet dat doen. En een introvert die niets liever doet dan lezen en naar muziek luisteren moet geen zitting nemen in het parlement.’

Europa begon voor Zagajewski als niet veel meer dan een droom. ‘We konden niet reizen. Dat was wat het juk van het communisme betekende. Pas toen ik 22 was ging ik naar Praag. Hoewel dat nog altijd tot mijn deel van Europa behoorde, was het in zekere zin toch ook echt het grotere Europa. Het was een fascinerend moment, want de eerste voorboden van de Praagse lente waren al voelbaar. West-Europa volgde pas veel later. Het was een droom die voortkwam uit de boeken die we lazen, de films die we keken, de geschiedenis die we kenden. Het was een totaal geïdealiseerd beeld natuurlijk, zoals alle dissidenten de neiging hadden het Westen te idealiseren: een magisch continent zonder wreedheid, economische onderdrukking of een bezoedelde geschiedenis van kolonialisme. We zagen alleen de beste momenten.’

Men verlangde een beter leven in materiële zin, maar voor alles hunkerde men naar de vrijheden: ‘De vrijheid van vestiging en de vrijheid van overtuiging. Dat was de Europese droom: de vrijheid om in verschillende landen vrienden te hebben.’

In zijn in 2017 naar het Engels vertaalde memoir Slight Exaggeration schrijft hij over de verdwenen geboortegrond van zijn vader – een man met een groot gevoel voor humor en ironie ‘die humanisten altijd bezag met een zeker wantrouwen, maar niet zonder jaloezie’ – en het gevoel van ontheemding dat dat tot gevolg had. Hij schrijft over poëzie als ‘mystiek voor beginners’ en over oude en nieuwe werelden. Herinneringen en literaire en muzikale liefdes wisselen elkaar af in een bezield verband. Het is de biografie van een blik op de wereld. Geen verhaal van een leven maar van een sensibiliteit, een poëtische gevoeligheid.

In Slight Exaggeration schrijft u hier en daar over hoe een alledaagse grijsheid kan worden doorboord door momenten van grote schoonheid. Kijkt u ook met zo’n dubbele blik naar Europa, als enerzijds een machinerie die dag in, dag uit doormoddert, en anderzijds iets wat van een inherente schoonheid getuigt?

‘Ja. Ik denk nu bijvoorbeeld aan hoe ik van de middeleeuwse structuur van Europese steden houd. Ik heb jaren in Houston gewoond en hoewel ik mijn vrienden daar koester is de stad vormeloos. In de Europese stad is de continuïteit tussen de generaties voelbaar. Het concentrische model van de stad, met een duidelijk aanwijsbaar centrum, correspondeert volgens mij op een symbolische manier met hoe we denken. Europese steden hebben de structuur van de menselijke geest.’

Ik doelde eerder op het contrast tussen Europa als intellectuele droom en de politieke realiteit van de Europese Unie die je, af hankelijk van je perspectief, als een perpetuum mobile van vrede of kapitalistische onderdrukking kunt beschouwen. In hoeverre is het Europa dat we hebben gebouwd iets wat beantwoordt aan de dromen van hen die ons voorgingen?

‘Iedereen heeft politieke ideeën. Maar we moeten ook iets anders hebben’

‘Als je als burger op tv de gigantische gebouwen en de onvoorstelbare hoeveelheid klerken ziet, dan vraag je je af: waar is het hart van Europa? Het lijkt in die zin inderdaad te zijn vervreemd van de droom. We hebben nood aan een ander idee van Europa. Een meer sentimenteel idee. Emotioneler en sterker verbonden met de cultuur en de geschiedenis.

Ik houd van het beeld van de Chinese toeristen die in drommen op Europese musea af komen: ze weten waarnaar ze op zoek zijn. Ik bedoel daarmee niet dat het halve barbaren zijn, ze hebben hun eigen cultuur die, hoewel deels vernietigd, ouder is dan de Europese. Maar ze weten tegelijkertijd heel goed welke schatten Europa herbergt.

Iedere avond zijn er door heel Europa concerten waar fantastische muziek ten gehore wordt gebracht. Er komt misschien weinig jong volk op af, maar het is nog niet voor altijd verloren. Het ontbreekt alleen aan een verbinding tussen het bureaucratische Europa en het Europa van de kunst en de verbeelding.’

Maar die verbinding is wel mogelijk?

‘De leiders van Europa kunnen een menselijke, humanistische taal bezigen. Een persoonlijk voorbeeld: Donald Tusk vertaalde ooit bij een prijsuitreiking in Spanje eigenhandig een van mijn gedichten naar het Spaans. Zoiets zal Europa niet redden, maar het was enorm ontroerend. Het was een prachtig gebaar van iemand die zoveel andere dingen te doen heeft, maar die de moeite neemt poëzie te lezen en het zelfs te vertalen naar een taal die hij niet volledig machtig is.’

In 2004 gaf Adam Zagajewski in Rotterdam een lezing tijdens de Nexus-conferentie. Hij sprak onder meer over de noodzaak om te blijven nadenken over Europa, al was het maar om te voorkomen dat het zou wegteren totdat er niets anders zou overblijven dan een gigantisch winkelcentrum. ‘We kampen nu met het grotere probleem van de populistische bewegingen die overal de kop op steken’, zegt hij nu. ‘Het is een buitengewoon vreemd fenomeen. In Polen hangt het bijvoorbeeld samen met een soort pre-fascistische mentaliteit. Het valt niet volledig te verklaren uit economische motieven, er is sprake van ressentiment. En de illusie dat het land zonder een elite af zou kunnen is wijdverbreid. Totale bullshit natuurlijk. Maar we zien het in Polen, in Italië, in Hongarije. Dit is zonder enige twijfel de grootste bedreiging.

Er is sprake van een vorm van nationalisme waaraan de wet ondergeschikt wordt gemaakt. Ik zou het niet simpelweg af willen doen als fascisme, want dat is een grove simplificatie. Maar er klinken pre-fascistische noten en daarvan kun je alleen maar diep ongelukkig worden.’

De Poolse burgemeester Paweł Adamowicz werd eerder deze week vermoord, vandaag is een dag van nationale rouw…

‘Zijn begrafenis is vandaag in Gdansk, maar in veel meer steden zijn massa’s op de been. Mijn vrouw vindt het niets dat ik op deze belangrijke dag hier ben. Iemand die sterft neemt al snel mythische proporties aan, maar hij was een goede burgemeester met een democratisch hart.

Het was de daad van een eenzame wolf, maar het kan niet worden afgedaan als willekeurig of onvoorspelbaar. Er is een golf van haat over het land gespoeld. Ik kan niet langer dan een halve minuut naar onze publieke omroep kijken voordat de leugens me te veel worden. Er is niets romantisch of idealistisch aan dit nationalisme. Het is gecultiveerde haat, cynische politiek van mensen die zich vastklampen aan de macht.’

Het is de regerende PiS-partij volgens u alleen om de macht te doen?

‘Het is puur cynisme, maar dat betekent niet dat ze geen ideeën hebben. Zonder ideeën geen politiek. Ook dit nationalisme kun je vanuit de ideeëngeschiedenis proberen te begrijpen. Het is een reactionaire beweging tegen alles wat liberaal en emancipatoir is. Dit is een tijd van verdere emancipatie van vrouwen en lhbt-mensen. En vooral in de provincie worden de veranderingen waarmee de moderniteit gepaard gaat als beangstigend ervaren. Traditionele manieren van leven lijken te worden bedreigd door het onbekende en de PiS begrijpt donders goed wat de centrale tegenstellingen van onze tijd zijn en zet dat begrip cynisch in om de macht te behouden.’

We horen veel over de druk op de Poolse rechtsstaat.

‘Het is een systematische aanval vanaf het moment dat de nieuwe regering in 2015 werd geïnstalleerd. Er waren de beruchte nachtelijke sessies van het parlement waarin er om twee uur ’s nachts over wetten werd gestemd die om drie uur ’s nachts door de president werden ondertekend. Een soort Nacht und Nebel-politiek om de scheiding der machten ongedaan te maken. Nu is er een streepje hoop, omdat Europa heeft gezegd: tot hier en niet verder.’

Ligt daar een uitweg?

‘Er is niets romantisch of idealistisch aan dit nationalisme’

‘Het is geen nieuw fenomeen, er zijn altijd zulke momenten van tegenslag, maar de moderniteit heeft uiteindelijk de langste adem. De Poolse oppositie is sterk, het is geen apathische maatschappij en dit najaar zijn er weer parlementsverkiezingen.’

In mei zijn Europese-Parlementsverkiezingen.

‘Er is nog altijd een groot enthousiasme voor Europa in Polen. Voor sommigen is dat een puur economische zaak, maar voor heel veel mensen is het nog altijd vooraleerst een emotioneel verhaal. De jongste generatie is onvermijdelijk aangeraakt door de vergetelheid, een twintiger voelt niet meer wat een gigantisch privilege de vrijheid om te reizen is, maar de ouders van zo iemand weten het maar al te goed.

Het is onmogelijk een droom-Europa te bouwen. Europa moet ook sober en realistisch zijn. Er zijn zo veel mensen die niets om Mozart of Joyce geven en dat moeten we accepteren. We kunnen mensen niet in engelen veranderen. Maar als horizon moet die droom wel altijd worden gekoesterd.’

In zijn thuisstad Krakau voelt hij zich niet minder Europees dan elders. Er wonen veel Duitsers en aardig wat Italianen. Maar belangrijker: ‘Al lopende waan je je in een Europese anthologie. Het is een prachtige oude stad en veel eraan is Pools, maar lang niet alles. Denk aan de fantastische middeleeuwse kunstenaar Veit Stoss, een beeldhouwer uit Neurenberg die in Krakau werkte en die ons het prachtige half-reliëf altaar van hout naliet.’

Maar men moet weten van die culturele versmelting om hem te kunnen waarderen?

‘Men moet om te beginnen de ideologie van puurheid afzweren. De stompzinnige gedachte dat wij Polen anderen niets verschuldigd zijn. Polen heeft uit de tijd van de Poolse Delingen een zelfbeeld als slachtoffer geërfd. Ook dat wordt nu cynisch uitgebuit. Maar er zijn geen onschuldige landen in Europa. Ieder land heeft een bezwaard geweten. Wij hebben onze geschiedenis van diepgeworteld antisemitisme en de wijze waarop we Oekraïners hebben behandeld. Iemand die realistisch is erkent dat. Je kunt best van je land houden zonder dat op stompzinnige wijze te doen.’

Hoe doet men dat?

‘Door kritiek te formuleren op dat wat die kritiek verdient. Maar in Polen wordt de geschiedenis vormgegeven door de overheid. Het onplezierige wordt onderdrukt en er is slechts aandacht voor de martelaren en de helden. Alles wat schaduwen werpt wordt aan het zicht onttrokken. Er is zelfs een minister voor het verleden en een Instituut voor de Nationale Herinnering. Vorig jaar werd er een wet aangenomen die kritiek op het Polen van tijdens de Tweede Wereldoorlog strafbaar stelde. Gelukkig verdween die wet na internationale druk in de la. Maar het is lastig, de wijze waarop de geschiedenis in dienst van de regeringspolitiek wordt gesteld.’

Zijn we überhaupt in staat onze eigen geschiedenis met open vizier tegemoet te treden?

‘“We” is altijd een ingewikkeld woord. Maar als ik denk aan dichters en historici: ja. Er zijn altijd wel mensen in staat tot een zekere mate van objectiviteit. Maar er zal nooit een enkelvoudige stem klinken. Ook ons beeld van de geschiedenis wordt uiteindelijk gevormd door een veelheid van stemmen. Het is altijd onderwerp van debat en niets staat voor altijd vast. Iedere generatie moet haar eigen historische biografieën schrijven, we hebben die constante vernieuwing van de geschiedenis nu eenmaal nodig.’

Welk gesprek moet Europa nu over haar geschiedenis voeren?

‘Ik stuitte niet zo lang geleden in een boek op de frase “this cruel European civilisation” en merkte dat ik geschokt was. Maar het klopt: de Europese geschiedenis is zo vol wreedheid. De religieuze oorlogen, eeuwen van jodenvervolgingen. Toch werden ook op die momenten de meest prachtige kathedralen gebouwd en deden de schilders in stilte hun werk. Het is een onevenwichtige beschaving vol schoonheid en wreedheid, een beschaving die in staat is zichzelf opnieuw uit te vinden. Europa wordt altijd herboren. Al is het soms van korte duur.

Het gaat nu in veel opzichten goed. Afgezien van de wijze waarop men met vluchtelingen omgaat, maar dat is zo’n groot onderwerp dat het een aparte discussie verdient. Alleen voor hen is Europa nu dat wrede continent. Ik ben niet in staat alle dimensies van deze problematiek te overzien, maar ik weet dat deze mensen wreed worden behandeld. Maar ik weet ook dat het gemakkelijk is om thuis als humanist op de bank te zitten en de grootheid van je hart te laten spreken.’

In het eerste nummer na de aanslagen van 11 september 2001 drukte The New Yorker Zagajewski’s beroemdste gedicht af. In de vertaling van Gerard Rasch bevat Probeer de verminkte wereld te bezingen de regels: ‘Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien;/ een ervan had een lange reis voor de boeg,/ een ander wachtte slechts het zoute niets./ Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,/ beulen gehoord die een lied van vreugde zongen./ Je moet de verminkte wereld bezingen.’

Hij schreef het jaren eerder. Als student maakte hij soms lange wandelingen met zijn vader. In het oosten van Polen kwamen ze spookdorpen tegen waar ooit Oekraïners hadden gewoond, totdat ze werden gedwongen te verhuizen. Het zien van deze dorpen waar ooit mensen woonden, en nu niets dan netels, maakte grote indruk op hem. ‘Vooral de bomen die waren achtergebleven in onbeheerde gaarden waren prachtig’, zegt hij.