Groen

Bezitsdrift

Er begint me iets op te vallen aan mezelf, in relatie tot de tuinen die ik in vast onderhoud heb. Ik word bezitterig; de onderhoudstuinen worden mijn tuinen. Steeds wil ik terug om te zien wat de ingrepen die ik gedaan heb voor effect hebben. Hoe een struik die ik beter niet midden in de winter moest snoeien, er nu bij staat. Hoe een compleet leeggehaalde border, de rozenstruiken streng weggeknipt, oude ooievaarsbekken gescheurd en opnieuw in de grond gezet, er nu bij staat. De honderdvijftig tulpen die in november in een geometrisch patroon gepoot zijn: komen ze op en houden ze zich aan het patroon? Een tuin die ik ontworpen heb, maar die ik iemand anders heb laten aanleggen omdat Chinese natuurstenen tegels van 50x50 zich wat moeilijk in een treincoupé laten vervoeren, ook die wil ik terugzien, en ik houd mijn hart vast, want ik heb ooit een foto doorgemaild gekregen met daarop een palmboom, in míjn tuin. Een palmboom! Ik zie wel eens een tuineigenaar zelf in de weer met een zaag of een snoeischaar, en dat vind ik soms moeilijk te verkroppen, hoewel ik heel goed weet dat de lap grond achter zijn of haar huis ligt en niet achter het mijne.
En nog iets valt me op: die vreemde bezitsdrift gaat niet op voor alle tuinen. Er zijn tuinen waar ik niet om maal, die ik straal vergeet tot ik weer eens opgebeld word. Dat overstijgt de bazen of de kwaliteit van de tuinen, ik heb er niet goed een verklaring voor en dat is ergens beangstigend en opwindend tegelijk. Omdat ik bijna het idee krijg dat er ‘iets’ is in die brokken gecultiveerde natuur en dat dat 'iets’ zijn weerslag heeft op mij, misschien wel op zoiets als 'mijn ziel’. En, nog even verder denkend, hoe zal dat gaan als ik over een tijd eindelijk eens begin met mijn eigen tuin? Kan 'mijn ziel’ dat wel aan, of gaat hij scheuren of zelfs uit elkaar barsten? Is dat waarom ik hier maar steeds blijf zitten, in de stad, tussen steen en glas, beton en staal?