Bezuinigen op zijn amerikaans

Met getrokken messen staan ze nu al maandenlang tegenover elkaar, Bill Clinton en de Republikeinen. De president moet binnenkort zijn begroting voor 1997 voorleggen. Maar na negen maanden onderhandelen, honderden uren debatteren in het Congres en vijftig uren topoverleg in het Witte Huis is er nog altijd geen akkoord bereikt over de begroting van 1996. Sinds november heeft de impasse twee keer geleid tot het sluiten van alle niet-essentiele openbare diensten. Nog steeds werkt de publieke sector op halve kracht: het personeel krijgt wel betaald, maar velen kunnen niets doen omdat de begrotingen van hun diensten niet zijn goedgekeurd.

De Democraat Chris Dodd jammerde in de Senaat dat ‘de hele wereld ons uitlacht’. Maar je kunt je afvragen of de gelatenheid waarmee de Amerikanen bereid lijken om scherpe bezuinigingen te aanvaarden, wel zou bestaan zonder het politieke theater in Washington. Kijk naar Frankrijk, waar de politici het veel gemakkelijker leken te hebben. Aangezien het presidentiele paleis en het parlement daar in handen zijn van dezelfde partij, kon de regering ongehinderd een plan lanceren om het begrotingstekort voor 1998 te halveren. Maar dit leidde tot de grootste stakingsgolf sedert 1968. Het plan staat nu op de helling en de populariteit van Chirac en Juppe kelderden diep. In Amerika daarentegen zijn de president en het Congres het na veel bekvechten eens geworden over de noodzaak om het begrotingstekort niet te halveren maar volledig te elimineren (tegen het jaar 2002). Clinton heeft daartoe ingestemd met sociale bezuinigingen die veel verder gaan dan wat Juppe in Frankrijk voorstelde. Niet alleen heeft dat geen protest veroorzaakt, Clintons populariteit is zelfs gevoelig gestegen. Hoe hard zijn plan ook is, in vergelijking met de Republikeinen lijkt hij pal te staan voor de sociale voorzieningen.
De bruuske arrogantie van Juppe deed in Frankrijk een strijdwil ontwaken die voorgoed ingedommeld leek. Franse werknemers lieten weten dat 'de wetten van de markt niet ons probleem zijn’. Dat lost niets op, maar het stelt een belangrijke vraag over de fundamentele spelregels van de globale economie. In Amerika worden zulke vragen (nog) niet gesteld. De wetten van de markt en hun politieke gevolgen lijken er even onvermijdelijk als de zwaartekracht.
De eindeloze touwtrekkerij in Washington maakte de inzet van het debat duidelijk: het doel (evenwichtige begrotingen) staat niet meer ter discussie, enkel de manier waarop. En zelfs over de manier zijn Clinton en de Republikeinen het intussen grotendeels eens geworden. De resterende twistpunten zijn in feite details. Maar een finaal akkoord blijft moeilijk bereikbaar, omdat de schaduw van de verkiezingen boven de onderhandelaars hangt. Beide kampen willen kunnen pochen dat zij de krachtmeting wonnen. En sommigen in beide partijen denken dat een impasse hen electoraal zal helpen. Hoe deze tactische overwegingen het overleg verder zullen beinvloeden, is afwachten. Maar dat de bezuinigingswoede de inkomenskloof in de Verenigde Staten nog groter zal maken - wie er ook wint in november - is nu al een uitgemaakte zaak.