Bezuinigingsnachtmerrie

Het volgende kabinet zal voor het bepalen van zijn sociaal-economische beleid geen rekening hoeven houden met een advies van de Ser. De FNV-onderhandelaars zijn door de bonden, de Abva Kabo voorop, gedwongen hun steun aan het akkoord in te trekken. Vreemd is dat niet. Kern van het concept-advies van de Ser was arbeid goedkoper te maken door verkleining van het verschil tussen bruto- en nettoloon.

Dat moest 15 miljard gaan kosten. Ongeveer 5 miljard daarvan zou moeten komen uit ombuigingen in de collectieve sector. De herkomst van het resterende bedrag werd opengelaten. Werkgevers stelden zich op het standpunt dat 5 miljard daarvan gevonden moest worden in bezuinigingen, met name op de sociale zekerheid.
AOW-premie heffen over pensioenen levert nog eens een dikke 4 miljard op. Beide zaken worden in het Ser-advies genoemd. Aan wat daar tegenover moet staan, het creeren van werkgelegenheid, worden veel mooie woorden gewijd. Maar nergens wordt duidelijk om welke aantallen banen het precies gaat. Met andere woorden, het enige kwantitatieve element in het bijna 400 pagina’s tellende verhaal is het te bezuinigen bedrag op de collectieve sector en de sociale zekerheid. Dat dit een aantal FNV-bonden in het verkeerde keelgat schoot, is niet verwonderlijk.
De afgelopen weken hebben de politieke partijen hun werkgelegenheidsscenario’s laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Ook daarin veel bezuinigingen in het teken van de broodnodige banengroei. De mooiste cijfers kregen de programma’s van CDA en VVD. Beide partijen stellen bezuinigingen voor in de orde van grootte van 20 miljard, vooral door nog scherper ingrijpen in de sociale zekerheid. De VVD bepleit een ministelsel, het CDA bevriezing van alle uitkeringen, inclusief de AOW.
Het effect van dit alles is echter dat de werkloosheid in de komende kabinetsperiode van ‘94 tot '98 niet afneemt, maar groeit tot 600.000. Het CPB gaat daarbij uit van zijn 'realistische’ model, waarin de werkgelegenheid maximaal met een half procent per jaar groeit, terwijl de beroepsbevolking met 0,8 procent per jaar toeneemt. Om in het jaar 2005 in de buurt te komen van volledige werkgelegenheid, is een jaarlijkse groei van de werkgelegenheid van 1,5 procent nodig. Driemaal zoveel dus. Dat vereist een economische groei van zo'n 6 procent per jaar. Dat houdt niemand voor mogelijk en is vanwege de negatieve milieueffecten ook niet wenselijk. Ondanks alle voorgestelde bezuinigingen zal de werkloosheid niet dalen. En dus zal het bij de nu voorgestelde maatregelen niet blijven. Wat dan dreigt, is de invoering van een zo volstrekt uitgekleed basisstelsel in de sociale zekerheid benevens een zo volledige deregulering van de onderkant van de arbeidsmarkt dat de WAO-maatregelen van het huidige kabinet daarmee vergeleken kinderspel zullen lijken. Het resultaat is een verdere verscherping van de tweedeling: een nog ongelijker verdeling van werk en inkomen. Het sprookje van de volledige werkgelegenheid wordt in snel tempo een nachtmerrie.