Bezuinigingswedloop

In 1822 slaagde het Latijns-Amerikaanse staatje Poyais erin 160.000 pond op te halen bij internationale beleggers. Op deze staatsobligaties hoefde het slechts zes procent rente te betalen, evenveel als andere Latijns-Amerikaanse landen in die tijd. Het voorbeeld toont de oneindige wijsheid van de financiële markten: die is er niet.

Achter de fictieve natie ging de Britse avonturier en bedrieger Gregor MacGregor schuil. Als ‘prins van Poyais’ wist hij jarenlang goedgelovige investeerders om de tuin te leiden.
Dat financiële markten meer te maken hebben met emoties dan rationele keuzes is bekend. Toch zijn het diezelfde markten die sinds het uitbreken van de Europese schuldencrisis serieuzer worden genomen dan ooit. Of het een nieuw bezuinigingspakket is of de uitslag van de Nederlandse verkiezingen, steeds staat dezelfde vraag centraal: wat is de reactie van de kapitaalmarkten?
De meest recente poging om de internationale beleggers te sussen stamt van afgelopen weekend. In Toronto kwamen de G20 overeen dat in 2013 de nationale begrotingstekorten gehalveerd, in 2016 verdwenen zijn. Tegelijkertijd moeten landen er alles aan doen de economische groei te bevorderen. Het is een compromis tussen Amerika en Europa, over de vraag of de wereldeconomie gebaat is bij verdere stimulering of bezuinigingen.
Was het maar zo simpel. Natuurlijk moeten de enorme schulden worden afbetaald. Maar wat zich op dit moment afspeelt in Europa, heeft niets te maken met een weloverwogen sanering van de overheidsfinanciën. Eerst Griekenland, Portugal en Spanje, toen Duitsland, Italië en Engeland; de ene na de andere staat presenteert gigantische bezuinigingspakketten om de kredietverstrekkers gerust te stellen. Er is een heuse bezuinigingswedloop ontstaan.
Het beangstigende aan een wedloop is dat het nooit genoeg is - de Sovjet-Unie kan daarover meepraten. Inmiddels heeft Engeland er al een schepje bovenop gedaan. Ook Griekenland en Spanje kunnen gedwongen worden een tweede bezuinigingsronde aan te kondigen, nog voordat de eerste goed en wel van start is gegaan. Het draait dan ook al lang niet meer om de vraag welke bezuinigingen verstandig zijn. Om in de gunst van de markten te blijven, overbieden staten elkaar met miljardenkortingen. Dat komt sommige politici prima uit. Zoals Mark Rutte, die de komende kabinetsperiode twintig miljard euro wil bezuinigen. Met veel minder harde ingrepen kan Nederland evengoed aan de Europese regels voldoen en wordt het economische herstel níet kapotbezuinigd, maar de VVD-leider heeft andere prioriteiten. De schuldencrisis is gewoon een mooie kapstok om een lang gekoesterde hervormingsagenda aan op te hangen.
Kind van de rekening zijn de laatste door sociaal-democraten geregeerde eurolanden: Griekenland, Spanje, Portugal. Dat komt niet doordat linkse politici potverteerders zijn. Het waren vaak rechtse regeringen die de schuldenlast in deze landen hebben doen exploderen. Meer voor de hand liggend is dat zij simpelweg niet zo populair zijn bij 'de markten’. Achter die abstractie gaan immers ook maar gewone mensen schuil. Geen oneindig wijze deskundigen, geen geheime wereldregering van speculanten, maar normale jongemannen met een mooie auto en een rechtse politieke voorkeur, die in staat zijn een prins van Poyais te vertrouwen als hij hen een toffe peer lijkt. Dat is hun goed recht. Maar het is waanzin dat de Europese democratieën door zulke snotjongens hun economische politiek laten bepalen.