Opheffer

BHL

Ergens in de maanden nadat Theo van Gogh was vermoord, werd ik gebeld door de Franse filosoof BHL, oftewel Bernard Henry Levi. Het was een van die merkwaardige telefoontjes in die tijd. Merkwaardig omdat ik op dat moment tegenover Ian Buruma zat, die ook al wilde weten wat er in Nederland aan de hand was. (Merkwaardig ook, in het licht van de geschiedenis, omdat ik direct daarna een telefoontje uit de West Wing van het Witte Huis kreeg.)

Het gesprek met BHL was kort en zakelijk. Hij vroeg me of ik vond dat Nederland de laatste jaren was veranderd en hoe. Ik gaf mijn analyse en hij zei een paar keer ‘aha… aha…’ Later stuurde hij nog een journaliste op me af voor zijn tijdschrift en mocht ik alles nog een keer uitleggen in gebroken Frans.

BHL is niet geliefd in Nederland, wist ik. Na wat rondstruinen op internet en na het lezen van zijn boek over Daniel Pearl en Sartre weet ik waarom. Hij is absoluut een ijdeltuit, en ergerlijker: hij is een levensgenieter met invloed en intelligentie. Hij adviseert Chirac over bombardementen In Servië, hij schrijft rapporten over Afghanistan die in Frankrijk invloedrijk zijn en hij heeft een tegendraads oordeel over Amerika in Irak. Hij spiegelt zich duidelijk aan Sartre, wat betreft zijn maatschappelijke betrokkenheid, maar hij wekt de indruk intelligenter te zijn dan de oude existentialist. Hij is in ieder geval duidelijker, helderder. Wat ook irriteert is dat hij alles mee heeft: hij heeft vele vrouwen, hij is buitengewoon rijk geworden door zijn rijke ouders, hij heeft in de hele wereld huizen en hij vertelt voortdurend aan iedereen die het wil horen dat hij een enorme snob is. Hij heeft zelfs in extenso uit de doeken gedaan hoe zijn dag eruitziet. Vroeg opstaan, schrijven, lunchen in Colomb d’Or in St. Paul de Vence, schrijven, niet lunchen maar zwemmen in de Middellandse Zee, schrijven en ergens uit eten in een toprestaurant, bijna altijd met een topfilosoof of een internationaal bekende politicus. Is hij niet in Frankrijk, dan reist hij de wereld af – naar de brandhaarden. Soedan. Israël. Kosovo. Amerika. Irak. Kabul. Noem maar op. Tussendoor maakt hij een speelfilm. (Die trouwens, zo hoorde ik in Parijs, tot op de bodem gekraakt is.)

Maar heeft hij gelijk?

Ach, wat hij van Sartre heeft geleerd, is dat het niet zo veel uitmaakt welk oordeel je hebt. Sartre heeft in de jaren zestig en zeventig werkelijk alles verkeerd beoordeeld. Had hij het juist beoordeeld – zoals Aron – dan was hij niet zo populair geworden. Je merkt aan het boek dat BHL over Sartre heeft geschreven dat hij gedacht moet hebben: wil ik een leven als Sartre of een leven als Aron? Hij koos voor het eerste. Ik lees nu zijn boek Duizelingwekkend Amerika. Het is een geweldig boek. Jaloersmakend. Een intelligente reportage. Irritant ook. Je leest het, en je weet: ik wil ook zo’n boek maken, maar ik heb het geld en de tijd niet, en wellicht ontbreekt het mij ook aan de intelligentie en het netwerk. En omdat het zo knap irritant is, moet je alle zeilen bijzetten om BHL niet te gaan haten. Je hoopt op zijn val – maar je weet ook dat hem dat niet zal gebeuren. Daar is hij te charmant en te slim voor.

Maar heeft hij gelijk?

Dat doet er bij hem niet toe, dat is het ergerlijke.