Bibi de brokkenpiloot

Binnen een half jaar na zijn overwinning is Benjamin Netanyahu erin geslaagd zijn land naar de rand van de afgrond te drijven. Een hele prestatie van zo'n telegenieke nitwit. Maar nog is Israel niet verloren. Als Bibi tenminste alsnog de rol van wijs staatsman wil instuderen.
KORT VOOR de verkiezingen in mei van dit jaar werd Benjamin Netanyahu geïnterviewd over Israels toekomst. Of zijn zoontjes nog in het leger zouden moeten vechten? De kandidaat-premier begon zijn antwoord met een ‘Ik hoop van niet’, maar herstelde zich al gauw: ‘Gezien het feit dat onze regio altijd het oude Midden-Oosten zal blijven, en nooit het nieuwe Midden-Oosten zal worden, zal Israel zich wel tot in lengte van dagen met hand en tand moeten verdedigen.’

Het ‘nieuwe Midden-Oosten’ - Peres’ droom van politieke erkenning door en economische samenwerking met de Arabische wereld - is een geliefd doelwit voor rechtse spot geworden. Peres’ val en Bibi’s opkomst tekenen de aflossing van het falende 'Vrede door welvaart’-model door de anti-utopie van 'Zonder vrijheid geen vrede’, vrij vertaald ook wel 'De hele wereld is tegen ons’.
BENJAMIN ('Bibi’) Netanyahu werd in 1949 geboren als middelste van drie kinderen in een rechts-zionistische familie. Het conservatief-nationalistische gedachtengoed dat zijn handelsmerk werd, kreeg hij met de moedermelk mee. Zijn jeugd werd getekend door een gebrek aan vastigheid; vader Benzion, professor in joodse studies, kreeg geen aanstelling in Jeruzalem en trok in de jaren vijftig en zestig naar vooraanstaande Amerikaanse universiteiten. In de Verenigde Staten deed Bibi zijn uitstekende Engels op. Echte vrienden vond hij er echter niet. Wel in Israel, waar hij jaarlijks de zomer doorbracht. Zijn diepste band had hij met grote broer Yonatan, die in een commando-eenheid van het Israelische leger diende. Van 1967 tot 1972 trad Benjamin in Yonatans voetsporen.
Na zijn diensttijd trouwde Bibi met een Jeruzalemse jeugdliefde, die hij meevoerde naar de Verenigde Staten en met wie hij een dochter kreeg. Hij bracht het tot graduate aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology en vond spoedig een goed betaalde managementbetrekking.
Over de jaren die volgden blijft zijn biografie vaag. Geruchten willen dat hij pogingen deed om - onder een andere naam - Amerikaans staatsburger te worden; volgens sommigen omdat hij er politieke ambities had, volgens anderen om onder belastingproblemen uit te komen. Ondertussen groeide er iets moois tussen hem en een collega. De overspelige relatie verliep volgens een patroon dat zich nog vaak zou herhalen: Bibi liep tegen de lamp, biechtte zijn zonden op en verkreeg absolutie van zijn wettige echtgenote. Terug in Israel strandde het huwelijk alsnog, waarop Benjamin maar weer eens naar de Verenigde Staten trok. Hij trouwde er zijn aristocratische en zeer on-joodse minnares, maar deze band was evenmin een lang leven beschoren.
In 1976 sneuvelde Bibi’s broer Yonatan in Entebbe (Oeganda) bij de spectaculaire bevrijdingsactie van Israelische passagiers uit een door Palestijnen gekaapt vliegtuig. Dit verlies drukte een diep stempel op Bibi. Hij begon zich steeds meer voor de politiek te interesseren. En de politiek zich voor hem. In 1982 - Likoed, 'zijn’ partij, was sinds vijf jaar aan de macht -, werd hij adjunct-chef van het Israelische gezantschap in Amerika. Twee jaar later maakte hij al deel uit van het team dat strategische besprekingen voerde met de Verenigde Staten. Dit resulteerde in een informeel Amerikaans-Israelisch bondgenootschap. Vanaf dat moment was Netanyahu’s carrière niet meer te stuiten. Zijn retorische talenten maakten hem geknipt voor de post van vertegenwoordiger in de Verenigde Naties.
In 1988 kwam Netanyahu in de Israelische politiek terecht. Binnen de kortste keren was hij daar staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. De Golfoorlog maakte hem vervolgens tot een bekend CNN-gezicht. In oktober 1991 benoemde premier Shamir hem tot woordvoerder van de Israelische delegatie op de vredesconferentie in Madrid. Een paar maanden later kwam Shamirs rechtse coalitie echter ten val, waarop Likoed in de oppositie belandde - maar niet dan nadat Netanyahu er in de Knesset een drastische herziening van het kiesstelsel door had gejaagd: vanaf 1996 zou de minister-president rechtstreeks worden gekozen.
NA DE NEDERLAAG van Likoed trad Shamir af als partijleider. Bibi slaagde er in 1993 in het leiderschap van de partij te veroveren. Dit ondanks de zogenaamde gloeiende-cassetteaffaire, een volgens Bibi door zijn Likoed-rivaal David Levy georganiseerde geruchtencampagne die wilde dat hij zijn derde echtgenote Sara - een stewardess met fotomodelambities en een volgens de roddelpers labiel en bazig karakter - nu ook al bedroog. Onder druk van het gerucht dat zijn politieke vijanden een tape van hem en zijn maîtresse hadden bemachtigd, haastte Bibi zich naar de televisiestudio’s, waar hij een publieke akte van berouw opvoerde en David Levy van geïntrigeer beschuldigde. Sara en Bibi legden het bij, maar zijn electorale positie bij het behoudende volksdeel was beschadigd. En zijn paniekvoetbal gaf aanleiding tot twijfel aan zijn leiderscapaciteiten.
Intussen voerde Netanyahu een verandering door in de interne constitutie van Likoed, die zijn eigen positie nagenoeg onaantastbaar maakte. Dit maakte hem niet populair binnen eigen gelederen. De gebruuskeerde Levy richtte een jaar later een eigen partij op.
In de nationale politiek bleek Likoed intussen niet in staat het door Peres en Rabin op gang gebrachte Oslo-vredesproces tegen te houden. De rechtse oppositie kwam niet verder dan lawaaiige demonstraties. Bibi nam het voortouw in een agressieve en steeds scherper op de persoon gespeelde campagne tegen Rabin. In de zomer van 1995 liep hij in opiniepeilingen bij tijden zelfs lichtjes op de eerste minister voor. Maar zijn onverantwoordelijke ophitserij maakte hem na de moord op Rabin persona non grata. Zijn loopbaan bereikte een dieptepunt toen Rabins weduwe tijdens de begrafenis publiekelijk weigerde hem een hand te geven. Peres, die na Rabins dood een voorsprong van twintig procent had op de Likoed-leider, besloot de verkiezingen te vervroegen.
Begin 1996 zag het er somber uit voor Bibi. Peres leek op een verpletterende overwinning af te stevenen. Binnen Likoed ging het gerucht dat de gematigder politicus Dan Meridor een putsch tegen Bibi plande. Maar het geluk schoot Bibi te hulp. In de eerste plaats in de vorm van Arik Sharon, die een monsterverbond wist te smeden met Bibi’s concurrent Raful Eitan en Bibi’s aartsvijand Levy; ze trokken zich terug uit de race om het premierschap.
Ten tweede veroorzaakten islamitisch-fundamentalistische zelfmoordaanslagen een breuk in het vredesproces. Het gevoel van onveiligheid deed Peres’ voorsprong slinken. Een televisiedebat gaf uiteindelijk de doorslag: op 29 mei won Netanyahu de verkiezingen. Zijn voorsprong bedroeg minder dan een procent, maar onder Israels joodse meerderheid behaalde hij een voorsprong van elf procent.
HOE KREEG BIBI, deze opportunistische redenaar, het voor elkaar? Het antwoord is te vinden in zijn acteertalent. Zo klaagde hij, hoewel zelf ongodsdienstig, het secularisme van links aan. Zo predikte hij, hoewel zelf serieel polygaam, de gezinswaarden. Zo poseerde hij, hoewel zelf een rijke manager, als spreekbuis van al diegenen die niet van de economische hausse onder de Arbeiderspartij hadden geprofiteerd. Kolonisten beloofde hij meer nederzettingen, angstige burgers minder ontploffende autobussen.
Bibi is de geboren public relations-man. Met zijn kreukvrije pakken, zachtblauwe overhemden en wereldwijze praatjes lijkt Bibi de vleesgeworden lokroep van het land der onbegrensde mogelijkheden. Bibi wint met steun van twee groepen die allebei ontevreden zijn over Israels koers: diegenen die vinden dat Israel meer als Amerika moet worden, en diegenen die vinden dat het land al veel te westers is en juist joodser moet worden. Israeli’s die vinden dat Israel vooral Israelischer moet worden, een prettig-mediterraan mengsel van goed weer, welvoorziene supermarkten, individuele vrijheid en gezelligheid, dit alles overgoten met een zionistisch sausje, die Israeli’s stemden Peres.
Netanyahu is niet al zijn verkiezingsbeloften nagekomen. Betrouwbaarheid was nooit zijn sterkste kant. Zoals teleurgestelde ultra’s zeggen: 'Wie zijn vrouw bedriegt, kan ook het Land van Israel ontrouw worden.’ Arik Sharon, fanatiek voorstander van ongebreidelde kolonisatie, werd met een tweedehands ministerie afgescheept. Nathan Sjtsjaranski is geen dikke vriend meer. Zelfs met Yitzhak Mordechai, de populaire generaal, is de verstandhouding bekoeld. En onder Bibi’s voetvolk wachten velen nog steeds op de beloofde baantjes. Zijn in een mum van tijd klaargestoomde regering is een bizarre en weinig coherente mix van politieke acolieten, tijdelijk gepaaide vijanden en concurrenten. Het geheel gestut door religieuze bondgenoten, elk met eigen agenda.
De harde kern van zijn achterban bestaat uit ultra-orthodoxen en kolonisten; hoewel het fanatiekere deel van het nationaal-religieuze publiek op hem uitgekeken begint te raken. Politiek heeft Bibi zijn zege echter niet minder te danken aan uiterst rechtse groepjes Amerikaans-joodse extremisten - dezelfden die vervolgens onder meer de opening van de Jeruzalem-tunnel doordreven. De financiële invloed van de joodse diaspora op de Israelische politiek is toegenomen.
OOK POLITIEK groeit het gewicht van het niet-Israelische jodendom. Onder Bibi’s persoonlijke adviseurs bevinden zich nogal wat buitenlanders, wat veel bevreemding wekt. Zijn adviseur voor internationale betrekkingen Dore Gold, afkomstig uit Amerika, rept zelfs al van discriminatie van niet-sabras. Het punt is echter niet zozeer het aantal niet in Israel geboren Bibi-paladijnen (de diaspora stond immers aan Israels wieg) alswel het on-Israelische ethos dat ze vertegenwoordigen. Verontrustender dan deze kongsi is het feit dat Netanyahu amper de echte beroepsexperts uit de veiligheidsdiensten en het leger raadpleegt. Zelfs Defensieminister Mordechai was niet in het besluit rond de tunnel in Jeruzalem gekend. En dit geval staat niet op zichzelf. De gevolgen van zijn amateuristische beleid blijven niet uit.
Consistent kan Netanyahu’s politieke lijn niet worden genoemd. Tijdens de verkiezingscampagne beloofde hij meermalen Arafat niet te zullen ontmoeten. Eenmaal aan de macht liet hij zich door president Weizman dwingen Arafats hand te drukken. En sinds de onlusten van afgelopen maand is het Bibi die achter de raees aanholt. Idem met zijn ongemakkelijke erkenning van de realiteit der Oslo-akkoorden. Ook hier ging hij na lang talmen door de bocht, zonder uit zijn gedraal enige politieke winst te slepen.
De lijst is langer. Kandidaat Bibi liep te hoop tegen wat hij zag als een te grote invloed van 'linkse’ officieren op het beleid, en beloofde een civiele Nationale Veiligheidsraad naar Amerikaans voorbeeld. Premier Netanyahu slikte dit voorstel onder druk der militairen weer in. Kandidaat Bibi beloofde krachtige uitbreiding van Israels nederzettingen in Palestijns gebied. Premier Netanyahu bouwt net genoeg op de Westoever om de Arabieren ziedend te maken, maar tegelijk zo weinig dat hij nu al de kolonisten van zich heeft vervreemd.
Netanyahu beging in hoog tempo zo veel blunders dat hij er vervolgens onder internationale druk niet aan ontkwam serieus over ontruiming van Hebron te gaan onderhandelen. Nu houdt Arafat hem aan het lijntje in plaats van omgekeerd. Aan het Syrische front hebben gesprekken plaatsgemaakt voor wapengekletter. Nu acteertalent niet meer voldoet en hij voor keiharde keuzen staat, weet Netanyahu zich vaak geen raad. Anders dan zijn door de wol geverfde voorgangers is Bibi geen partij voor sluwe vossen als Arafat en Assad.
Netanyahu plukt nu de vruchten van zijn kiesstelselherziening. Daar de nieuwe wet het het parlement onmogelijk maakt de regering naar huis te sturen als het niet eerst de Kamer ontbindt en nieuwe verkiezingen forceert - een vooruitzicht dat de meeste volksvertegenwoordigers afschrikt - is het voor Israel nagenoeg onmogelijk van Bibi af te komen. Hoeveel schade hij ook berokkent, Israel zit opgescheept met een overjarige puber, voorzien van die quasi dictatoriale bevoegdheden.
Zoals iedere zichzelf respecterende staatsman, profileert ook Netanyahu zich nu als schrijver. Naast enkele werken over internationale terrorismebestrijding is vooral zijn geschrift Een plek onder de zon, een historisch pleidooi voor een onbuigzaam Groot Israel, van belang. Net als in Begins denken - maar zonder de persoonlijke redenen die Begin had - staat in Netanyahu’s denken de holocaust centraal. Hij is geobsedeerd door veiligheid en overleven, en koestert een oneindig wantrouwen ten aanzien van de Arabieren. Wie zijn boeken en redevoeringen leest, komt onder de indruk van zijn welbespraaktheid, al schemert zijn gebrek aan diepgang daar steeds doorheen.
De hamvraag is: is Netanyahu in de eerste plaats een rechts-extremistische fanaticus die toevallig ook telegeniek is, of is hij vooral een sluw machtspoliticus die zich bedient van willekeurig welke ideologie om zijn ambities te realiseren? Anders geformuleerd: kan hij veranderen? Zoniet, dan is het vredesproces ten dode opgeschreven; zo ja, dan bestaat er een sprankje hoop - al is het maar omdat alleen een 'veilige vrede’ zijn herverkiezing in 2000 kan veiligstellen.
WAT ZIJN DE vooruitzichten? Hoewel Bibi niet de indruk wekt dat hij echt vrede kan brengen, zou hij op een brede consensus kunnen rekenen als hij daar toch in slaagde - volgens het recept dat 'alleen Democraten oorlog kunnen verklaren, en alleen Republikeinen vrede kunnen sluiten’. Zou Netanyahu in die richting gedrongen kunnen worden? In de huidige regeringscoalitie staan Bibi’s partners overwegend rechts van hem. Maar in het centrum van Israels politiek bestaat meer consensus dan op het eerste gezicht lijkt.
Bibi, misschien geschrokken van wat hij zelf heeft aangericht, neigt steeds meer naar de opvatting van de Derde Weg, een in zijn kabinet opgenomen rechtse afsplitsing van de Arbeiderspartij, die een afgezwakt - voor de Palestijnen vermoedelijk onaanvaardbaar - territoriaal compromis voorstaat. De kloof tussen deze stroming en de opvattingen van de binnen de Arbeiderspartij rechts staande Ehud Barak lijkt niet onoverbrugbaar. Zou daar een regering van nationale eenheid uit kunnen voortkomen?
Voor vrede zijn echter veel meer concessies nodig dan Bibi op dit ogenblik bereid lijkt te doen. De kans dat de internationale gemeenschap Bibi ertoe weet te dwingen het vredesproces tot een 'goed’ einde te brengen, is niet groot. De grootmachten hebben niet veel trek in confrontaties, en Israel heeft zich nooit laten dwingen. Een verdere neerwaartse spiraal in de richting van een regionale uitbarsting is daarmee waarschijnlijker dan heropleving van het vredesproces. Het hoeft geen betoog dat een dergelijk scenario catastrofaal kan eindigen. Maar een beperkte oorlog zou ook de prikkel tot een nieuwe vredesronde kunnen zijn.
Netanyahu is zonder twijfel intelligent, maar hij kampt met een ernstige karakterstoornis. Als mogelijk antwoord op de absurditeit van het bestaan bracht Albert Camus ooit de acteur naar voren, die zich steeds een nieuwe identiteit kan aanmeten en zo duizend levens leidt. Voor Netanyahu lijkt permanente rolwisseling eerder het symptoom van een onvaste identiteit dan van existentiële zingeving: zwenkend tussen Amerika en Israel, tussen echtgenote en minnaressen, zouden ook zijn schijnbaar rotsvaste ideologische overtuigingen wel eens theaterkostuums kunnen blijken, uitwisselbaar al naar gelang de behoefte een innerlijke leegte op te vullen.
Israels toekomst lijkt af te hangen van het onbewezen vermogen van zijn premier nu eens de rol van wijs en genereus staatsman in te studeren.