Bibi heeft gewonnen, maar israel verliest

Israelisch-Palestijnse vredesonderhandelingen kùnnen niet slagen zolang Israel niet tot echte concessies bereid is. Maar de regering-Nethanyahu is psychologisch niet rijp voor een compromisvrede met de Palestijnen. In amper drie maanden is ‘Bibi’ erin geslaagd Israels internationale positie op alle fronten te verzwakken. Zijn onbuigzame opstelling in Washington heeft zijn positie in Israel echter juist versterkt.

Bibi’s overwinning kan op den duur echter Israels nederlaag worden. Het land zal op weinig steun van buitenaf kunnen rekenen als het de rekening krijgt gepresenteerd. En de kans dat dat gebeurt, is groot: de Arabische grieven stapelen zich op.
Arafats positie is tijdelijk versterkt, maar hij zal haar waarschijnlijk niet kunnen consolideren. De Palestijnse president zal elk compromisje van Israelische zijde moeten betalen door nieuwe Israelische eisen te slikken. En echte overeenstemming over hoe de angel uit het kernconflict te halen, is nagenoeg uitgesloten.
Het is dan ook onduidelijk hoe Israel de concessie kan doen die Arafat nodig heeft om nieuwe Palestijnse geweldsexplosies te voorkomen dan wel in toom te houden. Het deksel kan alleen op de ketel worden gehouden door de Palestijnse Autonomie in een politiestaat te veranderen. Arafat zal de tussenliggende periode benutten om zijn leger uit te breiden en zijn diverse veiligheidsapparaten te stroomlijnen. Als hij overleeft, zal zijn bewind meer op onderdrukking dan op consensus berusten.
Na de ontlading van vorige week en de huidige anticlimax is het onzeker of de Palestijnen genoeg energie hebben voor nieuwe massamobilisaties. Gezien hun zwakte en verdeeldheid ligt een duideljke nieuwe agenda niet voor het grijpen. Maar afhankelijk van nogal toevallige triggers kan de volgende intifada morgen uitbreken of nog even op zich laten wachten.
Israel is geschrokken, maar Likoed speelt de Arbeiderspartij bekwaam de zwarte Piet toe. Anderzijds is Netanyahu niet gezwicht voor de ophitserij van kolonisten en ultrarechts om ‘eens en voor al’ met de Palestijnen af te rekenen. Maar een volgend Israelisch-Palestijns oorlogje zal de druk om de Oslo-akkoorden vervallen te verklaren, enorm vergroten.
Arafats tussenlanding in Parijs roept de vraag op of hij in staat is een tweede, Europees front tegen Israel te openen als tegenwicht tegen Clintons pro-Israelische houding. Enige invloed kan de Europese Unie wel hebben: ze brengt het grootste deel op van de fondsen voor de Palestijnse Autonomie, en Netanyahu heeft net zomin als Arafat baat bij honger of epidemieën in Gaza en op de Westoever. Verder houden westers geld en wapentuig Arafat in het zadel. Wanneer in de komende tijd Israels internationale positie gaat afkalven, zullen deze drukmiddelen de Palestijnen goed uitkomen. Bedreigender dan kritiek uit Europa is voor Israel echter een slechtere band met de Verenigde Staten - en die vatten Israels houding als onnodig provocerend op.
Maar waar het gaat om 'vitale nationale belangen’ zal uiteindelijk geen enkele Israelische regering buigen voor welke druk ook…