Laaghangende oordelen

Bidden

Ik bid voor je. Ik krijg het vaak te horen aan het eind van een literaire avond, van mensen die in het publiek hebben gezeten en het op een of andere manier lastig vonden om te horen dat ik niet meer geloof, of liever, dat ik niet meer tot de groep van gelovigen behoor. Want het doet afbreuk aan het groepsgevoel.

Het is altijd een ongemakkelijk moment, als iemand dat zegt. Misschien omdat ik heb meegekregen dat bidden iets intiems is, en omdat iemand die ik helemaal niet ken mij betrekt in zijn intieme relatie met zijn God. Wij zeiden vroeger nooit: ik bid voor je. Soms is het een man die meldt dat hij voor me bidt, en dan hoor ik zijn vrouw later zeggen: zeg, onze buurman is ook ongelovig. Waarom bid je eigenlijk niet voor hem?

Small bidden.3

Ik geloof wel dat het aardig is bedoeld, ook al wordt er eigenlijk gezegd: je kunt zeggen wat je wil over je ongelovigheid, maar ik denk gewoon toch dat het beter is dat je je overgeeft aan God. Moeilijker is het wanneer een bijeenkomst afgesloten wordt met een gebed waarin God wordt gesmeekt om mij het licht te doen zien. Dat ervaar ik als kleinerend, zoals het altijd kleinerend is als er in jouw aanwezigheid in de derde persoon over je wordt gepraat.

Voor mij is bidden iets dat je in je eentje doet, op een stille plek. De binnenkamer, zo leerden we vroeger, was in het oude Israël een kamer zonder ramen, waar het koel was en waar geen geluid van buiten doordrong. Op zo’n plek bid je, en je doet het stiekem. Bidsamenkomsten kende ik niet. Alleen bid- en dankdag voor gewas en arbeid (een woensdag in het voor- en najaar waarop alle reformatorische leerlingen vrij krijgen om naar de kerk te gaan), maar de gebeden duurden daar net zo lang als gewoon op zondag.

In andersoortige christelijke kringen is het echter heel gebruikelijk om in groepen te bidden, voor bijvoorbeeld de eigen kerk, de eigen stad, het eigen land, de eigen regering. Of voor christenen waar ook ter wereld. Dat soort gebeden vinden plaats op vaste momenten in de agenda.

Zo is er, om een paar voorbeelden te noemen, ieder jaar een vaste week van het gebed, waar met name scholen aan meedoen. Een week voor Prinsjesdag wordt in Den Haag de kroonbede gehouden. Mensen uit Haagse kerken komen bij elkaar om te bidden voor het nieuwe politieke jaar. En er is een Nederlandse 24/7-gebedsgroep: ongeveer zevenhonderd mensen doen in toerbeurt voorbede voor Nederland en Israël. Hun missie is het laten opklinken van een constante stroom van gebeden.

God heeft onze inlichtingen niet nodig, noch ons gebed

Iedereen kan zich voorstellen dat zulke bijeenkomsten samenbindend werken. Maar werken die gebeden ook?

Het beroemde Amerikaanse gebedsexperiment wees in 2006 uit dat bidden de genezing van hartpatiënten niet bespoedigde. Er was geen verschil tussen de groep patiënten voor wie gebeden werd en de groep die het zonder gebeden moest doen. Beide groepen wisten niet dat er voor hen gebeden werd. Er was een derde groep die wel wist dat er voor hen gebeden werd, en patiënten uit die groep genazen minder snel. Een verklaring: ze ervoeren stress door het idee dat er een heel gebedsteam met hen bezig was.

Voor een gelovige is dat geen reden om niet meer te geloven in het gebed. Op de website van de EO reageert publicist Reinier Sonneveld: ‘Het probleem is alleen dat je helemaal niet weet of voor de ene groep meer of minder wordt gebeden! Iedereen kan namelijk bidden, ook ver buiten het gezichtsveld van de wetenschappers. Denk alleen al aan een willekeurig kind dat bidt voor “alle zieke mensen”. Dat geeft zo’n grote “ruis” in de onderzoeksresultaten, dat die bij voorbaat al zinloos zijn.’

Wanneer een gebed niet wordt verhoord, gebruiken gelovigen ook vaak de metafoor van het kind, dat soms dingen vraagt die niet goed voor hem zijn, zoals rood snoep. Dat geef je als vader ook niet aan je kind. De hemelse Vader weigert om die reden ook wel eens iets.

Gert Jan Segers, die nu onderhandelt over regeringsdeelname, heeft de kracht van het gebed heel duidelijk ervaren. Toen hij zich erg inspande voor strengere aanpak van mensenhandel en prostitutie kreeg hij na een jaar hard werken te horen dat de pvda niet mee wilde doen. Een gebedsgroep die elke dinsdag op de publieke tribune van de Tweede Kamer bidt, pikte de kwestie op en drie dagen had hij steun van twee belangrijke partijen, waaronder de pvda, en uiteindelijk is het initiatiefvoorstel aangenomen.

Toch vraag je je af waarom gebed nodig is als je gelooft in een alwetende God die ook op eigen initiatief kan ingrijpen. Kerkvader Augustinus heeft daarover gezegd dat het gebed niet dient om God te instrueren, maar om de ziel op te bouwen. God heeft onze inlichtingen niet nodig, noch ons gebed. Mensen hebben het nodig, als een oefening in overgave. Daarbij helpt het geloof van anderen. Zoals een vriendin van me alleen kan lijnen in de veertigdagentijd. Ze is niet echt gelovig, maar het feit dat anderen het zijn, versterkt haar geloof in haar eigen standvastigheid.

Conclusie: bidders ervaren soms steun, van God, van elkaar of allebei, maar ‘Ik bid voor je’ tegen een ongelovige heeft zelfs dat samenbindende niet.