Bidden voor Andries

Doordat ik zonder religie ben opgegroeid, heb ik de Bijbel altijd op precies dezelfde manier gelezen als de Metamorphosen van Ovidius, de sprookjes van Grimm en Gullivers reizen.
Het kwam niet in me op dat er mensen konden bestaan die dat anders zagen. Die naïviteit ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt, zodat ik vorige week vol ongeloof naar al die EO-leden in Barneveld keek die oprecht geschokt waren dat hun bloedeigen Andries Knevel het scheppingsverhaal uit Genesis niet langer letterlijk neemt. ‘Andries…’, sprak een man, met bibberende onderlip, recht in de camera van Nova. ‘We bidden voor je…’
De eerste impuls is, vanzelfsprekend, een schaterlach. Zijn die kippenboeren écht zo achterlijk? Hoe kon God nu de aarde in ‘zes dagen’ scheppen als het verschijnsel ‘dag’
pas bestond toen die aarde af was?
De tweede impuls is teleurstelling. Teleurstelling omdat een grote bevolkingsgroep niet meer begrijpt (of nog niet begrijpt) wat mythologie en fictie inhouden. De rijkdom van de verhalen uit de Bijbel is aan gelovigen totaal niet besteed.
Het verhaal van Adam, Eva en de zondeval is bij-
voorbeeld een van de krachtigste mythen uit onze cultuur, schatrijk aan betekenissen, op talloze niveaus gelaagd, met een indringende emotionele zeggingskracht en een fantasierijke wijsheid. Reduceer je het tot een historisch traktaat, dan trap je het plat tot een eendimensionaal, al met al niet erg overtuigend stuk keukendweil.
Dat zou niet erg zijn als Barneveld inderdaad slechts een clubhuis voor kippenneukers was, maar het probleem is dat deze bij uitstek onliteraire houding bij een groot deel van ons electoraat heerst, groot genoeg om fantasieloosheid een regeringsmacht te laten verwerven.
Voeg daarbij dat Amerikanen nog liever een moslim dan een atheïst als president zouden hebben (zoals Maarten van Rossem in zijn programma liet zien), en je krijgt een glimp van de verschrikkelijke wereld waarin wij leven.
Volgens Joseph Brodsky zou het in die wereld een stuk beter gaan als regeringsleiders meer fictie zouden lezen. Beslist, mits we daaraan toevoegen dat ze ook zouden begrijpen wat het karakter van fictie is, dat ze kúnnen lezen.
Het christelijke geloof werkt dat vermogen actief tegen. Toen ik studeerde waren er behoorlijk wat Zeeuwse meisjes in rokken die de boeken van Jan Wolkers, Louis Paul Boon of Gerard Reve niet mochten lezen. Hoe kun je onder zo’n regime ooit iets van de Nederlandse literatuur snappen? Dat ze nu niettemin met een doctorandustitel in de Nederlandse letteren rondlopen is een grof schandaal. En hoe kunnen die christenen met hun fictievijandig oog ooit hun eigen Bijbel begrijpen?
Het gaat nog veel verder. De oorlogen die gevoerd worden vanwege de vermeende aanwezigheid van de hoofdpersonen uit de Bijbel, Koran of Thora zijn even onzinnig als de pogingen van middeleeuwse ontdekkingsreizigers om de Hof van Eden op aarde te vinden. Ook het islamitisch geïnspireerd terrorisme komt uiteraard voort uit onbegrip van de aard van fictie. De wereld zit vol met mensen die dringend Brodsky moeten lezen.
Neem bijvoorbeeld die ondernemer die vorig jaar in het televisieprogramma van Andries Knevel zat. Deze meneer had de Ark van Noach nagebouwd. Kosten: een miljoen euro. Meneer was ervan overtuigd dat die boot echt bestaan had. ‘Bewijzen kunnen we dat niet, maar we kunnen de mensen wel een handreiking geven, laten zien hoe het geweest is.’
Zijn stunt is even kolderiek als dat het zou zijn wanneer iemand het vliegtuigje uit Joe Speedboot zou namaken, de teletijdmachine uit Making History van Stephen Fry of de toverdrank van Panoramix, als bewijs dat het echt gebeurd is.
Iemand geeft een miljoen euro uit om het archetypische verhaal van Noachs Ark te vernietigen, te ontdoen van zijn rijke mythologische dimensies en terug te brengen tot een platte kermisattractie. Misschien is dat het moment geweest dat Andries Knevel wroeging kreeg.
Dat hij nu tot inkeer komt, is hoopgevend. Laten we bidden dat er een dag komt dat alle christenen instemmend kunnen grinniken om de volgende passage uit De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera: ‘Meteen aan het begin van Genesis staat dat God de mens heeft geschapen om hem te laten heersen over vogels, vissen en levende wezens. Uiteraard werd Genesis geschreven door een mens en niet door een paard.’