Biechtstoel

Hoewel voortdurend transparantie wordt gepreekt, leidt de veelheid aan onderhandelingen over een veelheid aan akkoorden juist tot minder openheid. Partijen willen zichzelf niet kwetsbaar maken.

Transparantie is het nieuwe modewoord, en niet alleen in Den Haag. Had je in het recente verleden woorden als robuust en slim die te pas en te onpas werden rondgestrooid, nu is het transparantie. Bij het presenteren van nieuwe plannen of in discussies duiken dat soort modewoorden ineens overal op om vervolgens altijd verstikkend te werken. Wees maar eens tegen een robuust plan, een slimme constructie of een transparante overheid.

Misschien dat juist omdat transparantie nu zo in is me de ouderwetse biechtstoel opviel die onlangs op het Plein in Den Haag stond. Voor mij was die stoel een statement, die stoel ging tegen de tijdgeest in. Aan biechten is niks transparants. Behalve degene die de biecht afneemt, heeft niemand er iets mee te maken wat je in de biechtstoel vertelt. Zelfs degene die de biecht afneemt, moet daarover zijn mond houden. In de stoel op het Plein biechtte de stad Den Haag haar zonden op aan iedereen die ze wilde horen. Vanwege het biechtgeheim kan ik daar hier verder niet over schrijven.

Het beeld van die biechtstoel kwam weer boven bij het lezen van het Jaarverslag van de Raad van State. Dat was nog niet op bij het onderwerp waar vice-voorzitter Piet Hein Donner vorige week na de presentatie van het jaarverslag het nieuws mee haalde. Donner hekelde met het aanhalen van een door hem geliefde spreuk van de kerkvader Augustinus van Hippo de wispelturigheid van de wetgever: ‘Waar de gerechtigheid verdwijnt, wat zijn staten dan anders dan roversbenden.’

Het was een bondige manier om te zeggen dat wetgeving in een democratische rechtsstaat niet slechts ingegeven mag zijn door de wensen van de toevallige meerderheid in het parlement en door het financieringstekort van de overheid. Dan weet de burger niet meer waar hij aan toe is. Wat een recht lijkt, blijkt dan net zo betrouwbaar als wisselkoersen.

De herinnering aan de biechtstoel dook pas op bij een andere constatering van Donner in het jaarverslag. Wat de vice-voorzitter waarneemt, gaat net als de biechtstoel tegen de tijdgeest in. In plaats van transparantie rond de besluitvorming in het openbaar bestuur ziet Donner juist hoe moeilijk openbaarheid is geworden. Het is volgens hem het gevolg van ‘toegenomen onderlinge afhankelijkheid’ in een ‘verweven werkelijkheid’. Je ziet meteen een web voor je dat in elkaar klapt als je ook maar één draadje doorsnijdt.

Je kunt maar beter niet open zijn. Dat beperkt je onderhandelingsruimte

Dat is ook precies wat Donner duidelijk wil maken. Het is niet meer alleen politiek Den Haag dat beslissingen neemt; het zijn ook niet meer alleen de daarvoor ingestelde officiële adviesorganen, zoals de ser of Raad van State, die daarover vooraf adviseren. Was het nog maar zo overzichtelijk. Dan kon je nog eens rustig filosoferen over de vraag of het primaat bij de politiek ligt of bij de werkgevers en werknemers in de ser. Als ik Donner goed heb begrepen is dat inmiddels een te simpele voorstelling van zaken.

Door op een rijtje te zetten met wie het huidige kabinet allemaal al akkoorden heeft gesloten schetst Donner de toegenomen onderlinge afhankelijkheid in die verweven werkelijkheid. Over het zorgakkoord mochten organisaties in de zorg meepraten, over het sociaal akkoord sociale partners en over het begrotingsakkoord voor 2014 oppositiepartijen, om er slechts drie te noemen. Die akkoorden staan bovendien niet los van elkaar. Zo lag het sociaal akkoord er al, met gevolgen voor de begroting, toen het kabinet met de oppositie ging praten over het begrotingsakkoord. Toen dat vervolgens eenmaal was gesloten had dat begrotingsakkoord op zijn beurt weer gevolgen voor het sociaal akkoord.

Wat dit met transparantie, of dus eigenlijk met juist minder openheid te maken heeft? Als je als regeringspartij niet alleen met je coalitiepartner moet onderhandelen, maar ook met allerlei organisaties in de zorg die onderling niet dezelfde belangen hebben en dan ook nog eens met oppositiepartijen met verschillende wensen, dan kun je maar beter niet open zijn. Dat beperkt je onderhandelingsruimte.

Waar al die met elkaar samenhangende akkoorden waarover met verschillende soorten gesprekspartners over wordt onderhandeld toe leiden, is dat je als burger niet meer weet waar je moet aankloppen voor verantwoording en controle. De politiek verantwoordelijken kunnen zich achter de andere ondertekenaars van het akkoord verschuilen. Dat draagt bij aan de ontevredenheid in de samenleving.

Als oplossing voor gebrek aan verantwoording en controle pleit Donner niet voor uitbreken uit het web en terugkeer naar macht bij de nationale overheid. Dat kan volgens hem al niet vanwege de toegenomen onderlinge afhankelijkheid in de samenleving. Web-akkoorden – om ze zo maar even te noemen – hebben volgens Donner daarnaast het voordeel dat ze het draagvlak in de samenleving voor maatregelen en besluiten verbreden.

Die web-akkoorden nopen er, zo vindt hij, dan wel toe dat politici niet langer pas achteraf verantwoording afleggen over de uitkomst, maar voortaan vooraf open en eerlijk in een publiek debat vertellen welke richting ze uit willen, welke prioriteiten ze hebben en welke randvoorwaarden ze stellen aan de uitkomst. Dan dus geen wensenlijstjes voor de begroting van 2015 die opduiken in de wandelgangen en de media, maar eerst een openlijk debat over welke richting partijen uit willen nu de economie weer voorzichtig aantrekt. Pas daarna mogen regeringspartijen en d66, ChristenUnie en sgp dan achter de gesloten gordijnen van de biechtstoel gaan onderhandelen.