Biedingsoorlog

Ik ben een belabberde onderhandelaar. Zo bracht ik eens een afgereden auto naar een dealer, die er twee rondjes omheen liep en een prima bedrag noemde. Althans, voor een auto waar zojuist door een andere garagist een lekke koppakking bij was gediagnosticeerd.

‘Oké…’ mompelde ik. En beging toen de fout: ‘Maar moet je er niet even in rijden?’

De handelaar keek me onderzoekend aan en wenkte een kompaan, wiens lichaam voor driekwart verdween in de opengesperde bek van een rode motorkap. ‘Henk! Kom eens effe naar een motortje luisteren.’

Dat kostte me vijfhonderd euro. Eigenlijk ging ik meteen al in de fout. Bij ‘oké…’ was het al mis. Ik had niet ‘oké’ moeten mompelen, maar hem moeten uitlachen. Van auto’s en huizen ligt de prijs niet vast, en elk genoemd bedrag is alleen maar een uitnodiging om met een tegenbod te komen.

Ik heb een kennis eens in actie gezien op de markt. ‘Twintig euro’, vroeg de marktkoopman voor een lamp. ‘Tien’, bood de ander. ‘Achttien’, was het antwoord, waarop mijn kennis riep: ‘Acht.’

‘Dat werkt altijd’, zei mijn kennis, die de lamp voor twaalf euro meenam. ‘Omlaag gaan. Dat verwachten ze niet. Raken ze compleet van in de war, en dan sla jij je slag.’

Vorige week is er in Amerika een debuutroman voor bijna twee miljoen dollar aan een uitgever verkocht. Een drieluik van Francis Bacon leverde 105 miljoen op. Een viool uit de Titanic wisselde voor één miljoen van eigenaar.

Eén miljoen voor een stuk wrakhout. Maar je betaalt natuurlijk voor het verhaal. Op deze viool is iemand van dat beroemde orkestje blijven doorspelen terwijl het schip zonk. De bespeler had het instrument van zijn verloofde gekregen. Anderhalve dag heb ik rondgelopen met het plan voor een novelle over die viool, maar ik kon er alleen maar sentimentele poep van maken, en straks komt er ongetwijfeld een Amerikaan met een boek over die viool, waar voor verschijning al filmrechten van verkocht raken en uitgevers een ‘biedingsoorlog’ om voeren die de prijs opdrijft naar twee miljoen.

Je betaalt voor het verhaal. Elke geldwaarde is een psychologische waarde. Zo ben ik op dit moment op een huis aan het bieden. Een neefje met meer ervaring raadde aan twee, drie dagen te wachten. Want door meteen na de bezichtiging met een bod te komen ondermijnde ik mijn onderhandelingspositie.

‘Ja, en dan is het weg!’

‘Omlaag gaan. Dat verwachten ze niet. Raken ze compleet van in de war, en dan sla jij je slag’

‘In deze markt?’

‘Die makelaar zegt dat hij veel aanloop heeft.’

‘Haha, en dat geloof jij? Dat hóórt hij te zeggen! Dat vergroot zíjn onderhandelingspositie.’

‘Ik weet het niet. Ik ga toch vandaag bieden.’

‘Wacht nu gewoon maar drie of vier dagen. Durf wat risico te nemen.’

Hij zal vast gelijk hebben, maar risico is niet mijn tweede naam, en ik was al bloednerveus dat ik in de dagen vóór de bezichtiging zou worden afgebeld. Niet goed. En dat hier opschrijven is al helemaal desastreus. Je moet je nooit in je kaarten laten kijken!

Wat mij verbaast aan de grotemensenwereld is dat kleine goederen een vaste prijs hebben, terwijl juist van de wat essentiëlere spullen als auto’s en huizen de prijskaartjes vloeibaar zijn, en de koop altijd tot stand komt na een spel van bluf, kleine of grotere leugens, biedingen met bedragen waarvan beide partijen weten dat het allemaal nog maar voorzetten zijn, en daar dan toch over praten alsof het om definitieve bedragen gaat. Elk huis en elke auto wisselt alleen na toneelstukjes van eigenaar. Volgens mij zou het allemaal een stuk efficiënter gaan als de prijzen vast lagen, of als de kopers en verkopers meteen hun eindbod ‘op tafel leggen’. Dat scheelt een hoop nerveus wachten naast telefoons.

Maar bieden is oorlog voeren, en soms betalen uitgevers hierdoor miljoenen voor een debuutroman of een uit zee geviste viool. Bij de Frankfurter Buchmesse en de London Book Fair schijnen romans ook tot kleine oneliners te worden teruggebracht, een pitch, waarmee iedereen een magische buzz probeert te genereren rond een ‘titel’. Zoemt die buzz maar luidruchtig genoeg, dan springt iedereen er als een konijn achteraan en schiet de prijs de hemel in. Je betaalt voor het verhaal, en in het geval dat de handelswaar zelf een verhaal is, dan betaal je voor het verhaal rond dat verhaal.

In het geval van dat tweemiljoenboek, City on Fire van Garth Risk Hallberg, betekent dit dat op voorhand al duidelijk is dat dit boek bij de massa kan aanslaan. Dat legt een immense druk op die jongen, en hij neemt een waanzinnig risico voor het vervolg van zijn schrijverscarrière. Maar ja, risico is dan ook zijn middle name.