Biezen voor Chanel

Ik heb een probleem met de toenemende internationalisering van literatuur.
Ik droom wel eens dat ik zoiets zeg zonder er een raar gezicht bij te trekken, overdag wel te verstaan, want ’s nachts droom ik weer heel andere dingen.
Niet dat ik verder van plan was de draak te steken met Tim Parks, want hij was het die deze opmerking maakte in gesprek met Bas Heijne. Het was eigenlijk meer dat ik erop wilde reageren, op zijn uitspraken over internationalisering, en dat toen ik zijn opmerking overtypte ik weer wist hoe plagiaat werkte. De verleiding van de intelligente of sierlijke formulering van de ander blijkt maar een zeer kortstondig genoegen als je hem zelf overneemt. Wat bij Parks als een bedachtzame slotsom overkomt, klinkt uit mijn mond hysterisch.
Internationalisering, kent u die uitdrukking, meer dat werk.
En toch probeer ik het best vaak, iets over te nemen van een andere schrijver. Zeker als ik net begin met schrijven en denk los te moeten komen van mezelf. Alles in een breder maatschappelijk kader te moeten vatten bij voorkeur. Net zoals vroeger denk ik blijkbaar nog steeds dat het pas dan kan beginnen als ik het vieste snoepje doorslik. Dus ik pak een willekeurig boek - iets non-fictie-achtigs, iets dat me niet echt interesseert maar er wel gewichtig uitziet - sla het op zomaar een bladzijde open, kijk welke zin mijn aandacht trekt en schrijf die over.
Elk sektarisme, hoe geborneerd ook, is in staat de latente energie van de radicale verliezer te mobiliseren.
Zo, het begin is er.
Ik weet zeker dat zo plagiaat wordt geboren. Bij mij werkt het tenminste zo. Geef me een zin, en ik maak er wat van. Mijn laatste roman is geheel gebouwd op beginzinnen van artikelen uit de New York Review of Books van 25 mei 2006. ‘Atomic Secrets’ stond heel groot op de cover, en ik dacht: hé, goeie titel. En zo ging het verder.
Schrijvers willen volgens Parks tegenwoordig internationale schrijvers zijn en lezers willen alleen nog maar schrijvers lezen die tot de allergrootste van de planeet behoren, niet tot die van enkel zijn eigen land. Ik ben altijd bereid tot begrijpend knikken, zeker als een van mijn lievelingsschrijvers aan het woord is, maar hier zou ik misschien al een beetje met mijn wenkbrauwen gaan werken. De gemiddelde Nederlander leest volgens mij liever de nieuwe Maarten ’t Hart dan de nieuwe Salman Rushdie. Maar goed, Parks is op stoom en gaat verder. Schrijvers richten zich niet langer op de lokale situatie en lokale kwesties, zo oreert hij, omdat een internationaal publiek daar niet in geïnteresseerd is.
Hier zou ik gaan sputteren, omdat ik aan Pieter Verhoeff moest denken, de filmer. Hij vertelde een keer dat hoe regionaler het drama, hoe universeler de snaar die je bij het publiek raakte. Hij had dit zelf ondervonden met zijn Friese films, zoals Het teken van het beest, maar ook Nynke. Hoofdrolspeelster Monic Hendrickx ging tot in India aan toe op de schouders. Het was overigens oorspronkelijk Willem Frederik Hermans, die die wet had geformuleerd, zo vertelde Verhoeff. Maar Parks zou vast de films van Pieter Verhoeff niet kennen, en Willem Frederik Hermans zou hij ook niet direct als autoriteit accepteren. Maar ik moest nu toch iets zeggen, eenmaal aan het sputteren geslagen.
Gerbrand Bakker!
Bas Heijne had misschien hetzelfde gedacht, óf Gerbrand Bakker is inmiddels zo beroemd dat hij spontaan bij Parks opkomt, want hij vervolgt dat er weliswaar schrijvers zijn die over lokale kwesties schrijven, zoals Gerbrand Bakker in Boven is het stil, maar dat die dat dan toch doen met dat internationale publiek al voor ogen. Dat het dan toch meer gaat om de menselijke relaties, en minimaal om de culturele context.
Ik zou weer verder gaan met knikken, en zou denken aan het zinnetje dat me was opgevallen in de Engelse vertaling van Boven is het stil. 'I shit twice a day.’
Het staat op bladzijde 33 van The Twin. In het Engels dient de boertigheid zich nog exotischer aan, denk ik.
Ondertussen zit ik naar Zomergasten te kijken, met Erwin Olaf. Hij heeft een fragment uit een documentaire over Chanel. Platteland, krom vrouwtje, dat biezen maakt bij de stof die Chanel gaat gebruiken het komende seizoen. Ik kan alleen nog maar denken aan de jas die ik vorig jaar paste in een winkel in Den Haag, zonder meteen te weten wat hij kostte. Ik had hem zien hangen in de etalage, ik was net klaar met een optreden voor Winternachten, ik werd naar een speciale ruimte geloodst waar ik mezelf van alle kanten kon zien. In die jas. Ik weet nog dat ik naar de mouwen keek, hoe die waren afgebiesd. Ik dacht aan alle avonden dat ik laat in de trein zou zitten. Hoeveel troost ik zou ondervinden van die zorgvuldig afgebiesde mouwen. Andere mensen kopen een auto.