Big Brother zingt en danst

De juichbanden in voetbalstadions laten weer eens zien hoe technologie wordt ingezet als oplossing voor het gebrek aan menselijke interactie.

Het werkt als een soort lachband bij comedyshows. Omdat in de meeste landen geen publiek meer aanwezig mag zijn bij voetbalwedstrijden plakken televisiezenders er het geluid van gezang en gejuich onder, als zat het stadion helemaal vol. In Spanje projecteren ze zelfs een virtueel publiek op de tribunes. Voor de kijker thuis moet het gejuich de illusie scheppen van een twaalfde man die de teams opzweept, al is het in werkelijkheid dus stil.

In zijn roman Lullaby schrijft Chuck Palahniuk dat het meeste ingeblikte gelach bij Amerikaanse comedyshows is opgenomen in de jaren vijftig. Wat je hoort is het gelach van mensen die allang overleden zijn, het is het geluid van de doden.

Bij voetbal komt de geluidsband van eerdere wedstrijden die de betreffende clubs tegen elkaar hebben gespeeld. De basis wordt gevormd door geijkt stadionrumoer, waarna een producer in de studio er live de oooh’s en aaah’s bij gemiste kansen en het gejuich bij een doelpunt doorheen mixt. Scheldkanonnades op de scheidsrechter of spreekkoren over joden blijven daarbij natuurlijk achterwege, dat is het handige van technologie, je kunt er de werkelijkheid mee verschonen van het menselijk tekort. En ondertussen moet je er maar op vertrouwen dat alles goed en eerlijk verloopt, en je gejuich als Feyenoord-supporter bijvoorbeeld niet opeens gebruikt wordt voor het Ajax-kamp.

Het is de aloude belofte van technologie: het is net echt, maar dan beter, geloof me maar. Want deze keer zitten er leuke gadgets bij. Zo levert Sky Sport een nieuwe ‘video-room’ bij de Premier League met daarin een chatfunctie, polls en voorspellingen. Bovendien kun je stemmen op je favoriete ‘yell’ of juich: degene met de meeste stemmen wordt zo snel mogelijk weer gebruikt.

Zonder geluidsband zijn wedstrijden nu eenmaal niet hetzelfde, legde een wetenschapper in het tijdschrift Wired uit. De mens is een sociaal wezen, we letten op elkaar om te weten wat we zelf moeten doen. ‘Meelachen’, zei Rutte ooit tijdens een verkiezingscampagne, ‘dan doet het minder pijn’ – ik meen bij een grapje over zijn haar.

Als we mensen horen juichen groeit ook ons eigen enthousiasme. Het gaat vanzelf, onze hartslag gaat omhoog, de bloeddruk stijgt, we beleven de wedstrijd daarom intenser. Bovendien, aldus dezelfde wetenschapper, fungeert zo’n juichband als aandachttrekker. Aanzwellend geschreeuw laat ons weten wanneer we onze blik weer op de wedstrijd moeten richten. We bijvoorbeeld moeten stoppen met chatten en stemmen in de video-room, omdat er iets nog belangrijkers op het veld gebeurt.

‘Dit gaat niet over kwaliteit. Het gaat over volume’

Gejuich en geschreeuw zijn dus ook een middel om concurrerende geluiden te verslaan. Of zoals Chuck Palahniuk het in Lullaby zegt: ‘Dit is een wapenwedloop van lawaai.’

Lullaby is een roman over dat lawaai, ‘een plaag die binnendringt via je oren’. Het gaat over gehorige huizen, dreunende tv’s, bonkende muziek, blèrende autoradio’s, schreeuwende mensen in hun mobieltjes, over ‘de herrie-oholics en de stilte-foben’, en een eeuwenoud slaapliedje dat baby’s doet sterven.

‘Dit gaat niet over kwaliteit. Het gaat over volume’, aldus Palahniuk. Zet een van je apparaten aan en het geratel barst los. Ooit vertelde iemand me dat op de radio automatisch een muziekje ingestart wordt als het langer dan tien seconden stil is.

Palahniuk schrijft: ‘De goeie ouwe George Orwell had het verkeerd om. Big Brother kijkt niet. Hij zingt en danst. Hij tovert konijnen uit zijn hoed. Big Brother eist je aandacht elke minuut dat je niet slaapt. Hij zorgt ervoor dat je altijd wordt afgeleid. Hij zorgt ervoor dat je volledig in beslag genomen wordt.’ Want: ‘Als de wereld constant je hoofd vult, hoeft niemand zich zorgen te maken over wat er in je omgaat. Als ieders verbeelding is afgestorven, zal niemand ooit nog een bedreiging voor de wereld zijn.’

Nederland is een van de laatste landen waar, begin september, de voetbalcompetitie weer begint. En al mag hier wel publiek aanwezig zijn, het zijn veel minder mensen dan normaal, voor wie het bovendien verboden is te juichen of te zingen. De kans is dus groot dat televisiezenders ook hier een juichband zullen toevoegen. Maar zelf hoop ik dat ze kiezen voor de stilte. Of beter gezegd, voor de geluiden op het veld die je normaal gesproken niet kunt horen. Het gehijg van eenzame spelers op het veld, hun gevloek, een galmende schreeuw van trainer of keeper, het roetsjen van een sliding over het gras, de dreunende echo van een bal op de paal. De werkelijkheid dus die meestal overstemd wordt.

Verreweg de meeste voetbalfans in het buitenland zijn enthousiast over de toegevoegde stadiongeluiden, zo blijkt uit Twitter-polls, omdat een juichband het meest de werkelijkheid benadert die fans kennen en missen, en ze terug willen naar het oude normaal. Maar je zou ook kunnen stellen dat de huidige nieuw-normale situatie juist een kans biedt, een kans om (een gebrek aan) menselijke interactie eens níet te vervangen door technologie. En die hossende polonaise achter een zingende en dansende Big Brother aan je voorbij te laten gaan.