Biggen protesteren tegen Oegandese werkloosheid

Kampala – Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere, schreef George Orwell in 1945. Oeganda werd onlangs herinnerd aan zijn boodschap.

Jeugdige activisten lieten vorige maand twee biggetjes los in de hal van het parlement in de hoofdstad Kampala. De beesten waren geel geverfd, de kleur van de al 28 jaar regerende partij nrm van president Yoweri Museveni. Ze droegen geplastificeerde papieren met het woord ‘M.Pigs’, een aanklacht tegen de parlementsleden (MP’s) die in ruil voor een dik salaris instemmen met de plannen van de corrupte en cliëntelistische regering.

De politie detineerde vijf politieagenten omdat zij de activisten in hun Volkswagen Golf niet tegenhielden bij het parlement. De biggetjes werden publiekelijk geveild en moesten buiten het parlement op hun verkoop wachten, na protesten van een islamitisch parlementslid. De biggetjes vormden in elk geval geen gevaar voor geïnteresseerden: ze werden forensisch getest en droegen geen explosieven met zich mee.

De ludieke actie zette Oeganda’s parlement te kijk en vestigde de aandacht op een nog dringender probleem, dat van de enorme jeugdwerkloosheid. De biggetjes werden losgelaten door Robert Mayanja en Norman Tumuhimbise, rekruten uit Oeganda’s snel groeiende leger van jongeren zonder baan. Oeganda is volgens de Verenigde Naties het ‘jongste’ land ter wereld met 78 procent van de inwoners jonger dan dertig jaar. Van alle Oegandezen tussen vijftien en vierentwintig jaar zit volgens de Afrikaanse Ontwikkelingsbank 83 procent zonder vast werk. Dit probleem dreigt alleen maar groter te worden omdat volgens prognoses het inwonertal van Oeganda in 35 jaar zal verdrievoudigen, tot honderd miljoen.

Mayanja en Tumuhimbise noemen zichzelf lid van actiegroep The Jobless Brotherhood. Ze zijn de loze beloftes van hun regering over het creëren van werk meer dan zat. Oeganda’s onafhankelijke krant Daily Monitor hamerde in een hoofdcommentaar op hun gelijk. ‘De les voor onze parlementariërs is dat ze zich niet het hoofd moeten breken over de inbreuk van de veiligheid rond het parlement (…) maar zich zorgen moeten maken over de waarschuwingen over op hol geslagen werkloosheid, corruptie, uitbuiting van de jeugd en verkwisting door de regering.’ Deze boodschap is aan de overheid niet besteed. Mayanja en Tumuhimbise worden vervolgd. Eén aanklacht luidt ‘het samenspannen om biggetjes het parlement in te smokkelen’. George Orwell had het kunnen bedenken.