Avonturen van Adam III

Bij de dokter

De griep waart door het land. Ook in huize Kirmiziyüz slaat het virus toe. Al weken sloffen we met snotterige koppen door ons huis, of racen we met samengeknepen billen naar de wc.

Wanneer we eindelijk hersteld lijken blijkt dat Adam ook het virus te pakken heeft, boven op de oorontsteking waar hij al eerder mee sukkelde.
Een dik half jaar is hij vrij van ziekteverwekkers gebleven, maar nu is het zo ver: Adam moet naar de dokter. Mijn lief en ik gaan naar onze huisarts op de Wallen. De kinderwagen past niet door het trapgat, maar hij mag zolang in de seksshop naast de praktijk staan, bij de SM-dvd’s. ‘Het is nu toch rustig’, knipoogt de uitbater.
We tillen Adam uit zijn wagen en lopen richting de uitgang. Adam doet snel een greep naar de glimmende roze speeltjes op de toonbank. Giechelend als tieners en met blozende wangen verlaten we de shop en lopen de huisartsenpraktijk binnen.
In de wachtkamer is het druk; de voetballiefhebber in mij ziet in de hoeveelheid wapperende zakdoekjes een voetbalstadion vol fans die het ontslag van de trainer eisen.
‘Zo. Adam. Jongeman. Hoe gaat het ermee?’ vraagt de huisarts, een grote kale man met een kort getrimd baardje. Adam kijkt hem vanaf de schoot van zijn moeder met waterige ogen aan en likt over zijn met snot bedekte bovenlip.
‘Mooi, goed dus’, concludeert de arts.
Een kort onderzoek volgt. Oogjes, keeltje, neusje, oortjes.
‘Dat oortje is nog een beetje ontstoken, maar het gaat de goede kant op. Dat zie je aan de pus die eruit loopt.’
Ik trek een vies gezicht. Misschien vind ik ‘pus’ wel het smerigste woord dat er bestaat, vooral omdat het klinkt zoals het eruitziet.
‘Maar ik snap niet hoe het kan dat er zo veel pus uit kan komen’, zegt mijn lief.
‘Ja ja, liters!’ grinnikt de arts. ‘Je wilt het niet geloven, maar er kan zo veel pus uit een oor lopen als snot uit een neus!’
Ik kijk opzij naar Adam: zijn snot zit inmiddels op zijn kin, maar ondanks dat blijft hij vrolijk kwetteren.
‘Sterker’, vervolgt de huisarts enthousiast, ‘het kan ook uit de oogjes komen, wanneer die ontstoken raken!’
Mijn gedachten dwalen af en ik zie Adam voor me, als een Mariabeeld op een altaar verlicht met kaarsen: niet met tranen van bloed, maar van snot en pus. O gruwel.
Ik word door de kleine man zelf uit die droom geholpen. Hij heeft zijn handjes (die natuurlijk ook met snot bedekt zijn geraakt) naar me uitgestrekt en ik neem hem op schoot. Terwijl de huisarts vertelt dat we ons niet zo’n zorgen hoeven te maken over dat griepje drukt de kleine man zijn gezicht in mijn net bij de Bijenkorf gekochte trui en wrijft die vol met neuspulp.
‘Gewoon goed dat neusje schoon blijven houden, af en toe een zetpil en dan komt het goed’, wordt ons beloofd.
Ik til ons zoontje op. Adams gezicht is brandschoon, hij lacht een tandeloos grijnsje naar me en strekt zijn beentjes zodat hij op mijn knieën komt te staan. Mijn handen ondersteunen hem bij de heupen en zo kijkt hij rechtopstaand fier in het rond. Een trucje dat hij sinds twee weken kan.
‘En verder is hij ingeënt toch?’ vraagt de arts ter afsluiting. ‘Mazelen, polio?’
‘Ja. Zeker.’ Het zijn de eerste woorden die ik tijdens het bezoek zeg. Ik kijk naar Adam die al weer een beginnend stroompje snot uit zijn neus heeft lopen. Zijn voeten staan keurig naast elkaar en hij heeft zijn beentjes gestrekt. Natuurlijk is ’ie ingeënt, denk ik. De griep kan hij hebben. Maar polio? Of de mazelen? De dokter knikt ons begrijpend toe en we maken een vervolgafspraak, over enkele weken.
Beneden aangekomen glippen we zo ongezien mogelijk de naastgelegen sekswinkel binnen om de kinderwagen van Adam weer mee te nemen. Er zijn inmiddels klanten in de zaak die licht geschrokken opkijken. Het zijn toeristen, een jongen en een meisje, die naast de kinderwagen staan. Terwijl we Adam vastgespen schuifelen ze achter ons langs naar de kassa.
‘One box of condoms please’, hoor ik de jongen zeggen. Ondanks zijn verstopte neus hoor ik een dik Italiaans accent. ‘And do you know, where can I find… eh… farmacia… for I have… I think… maybe… the influenza?’