Media Culpa?

Bij de dood van een mediacraat

ROTTERDAM – De laatste keer dat dichter en criminoloog Manuel Kneepkens Pim Fortuyn in levenden lijve zag, was vorige week donderdag tijdens een vergadering van de Rotterdamse gemeenteraad. Kneepkens, lid van de eenmansfractie van de Rotterdamse Stadspartij, viel zijn collega-raadslid van Leefbaar Rotterdam (zeventien zetels) bij die gelegenheid aan op diens unverfroren standpunten inzake de moslimgemeenschap in Nederland. Kneepkens:‘Ik had in zijn boek De puinhopen van Paars gelezen dat Pim Fortuyn in zijn katholieke jeugd altijd had gedacht dat alle protestanten hetzelfde waren. Pas veel later had hij ontdekt dat er binnen protestantse kring toch nog heel wat pregnante verschillen bestonden. Ik hield hem toen voor dat hij ten aanzien van moslims precies dezelfde fout maakte, dat hij alle moslims over een kam schoor, terwijl er in werkelijkheid natuurlijk een wereld van verschil ligt tussen islamitische fundamentalisten en de vreedzame alavieten of de soefi’s in de traditie van Mevlana, de Perzische dichter die op een lijn staat met onze eigen Rotterdamse Erasmus en wiens werk bovendien vertaald is door de grootste Rotterdamse dichter aller tijden, Leopold.’

Kneepkens had niet de indruk dat zijn woorden veel indruk maakten: ‘Fortuyn was in zijn hoofd met heel andere dingen bezig. Hij had zijn speciale das voor de dag dat hij premier zou worden al gekocht. Dat was alles wat hij wilde: minister-president worden. Hij werd wat dat betreft gedreven door een nietzscheaanse Wille zur Macht.Alles moest voor die ambitie wijken. In de raad van Rotterdam bleef zijn politieke bijdrage als raadslid dan ook beperkt tot een paar extreme eisen waarvan hij toch wel wist dat die niet zouden worden ingewilligd.’

Een neveneffect daarvan was dat Leefbaar Rotterdam als grootste partij van Rotterdam tot dusverre nauwelijks uit de verf is gekomen, aldus Kneepkens. Eenmaal in de coalitie met CDA en VVD – een coalitie die op uitdrukkelijk verzoek van Jan Peter Balkenende tot stand zou zijn gekomen – verdween het eigen gezicht van die partij als sneeuw voor de zon. Van alle geruchtmakende verkiezingspunten van de campagne van Leefbaar Rotterdam – zoals het wegwerken van de getto’s van Rotterdam door middel van een politiek van gedwongen verhuizingen voor allochtonen – bleef niets over. Kneepkens: ‘Zelfs de geknakte PvdA kwam via de achterdeur toch weer binnen door het voorzitterschap van belangrijke commissies in handen te krijgen. Je kreeg de indruk dat Fortuyn ook niet erg was gegrepen door het politieke talent van zijn fractiegenoten. Die indruk werd bevestigd door de rede van Fortuyns partijgenoot Sörensen, die afgelopen woensdag tijdens de speciale herdenking van de raad vertelde dat hij en de andere Rotterdamse Leefbaren vaak door Fortuyn werden “gepiepeld”. Fortuyn zag zichzelf als gelijke van De Gaulle, Churchill of Berlusconi; voor die kleine geesten van zijn eigen partij had hij gewoon geen tijd.’

Ooit waren Kneepkens en Fortuyn nog bijna bondgenoten geworden. In de embryonale fase van Leefbaar Rotterdam leefde het idee om Kneepkens lijstaanvoerder van die partij te maken, terwijl Fortuyn als lijstduwer zou fungeren. Maar al snel kreeg Kneepkens weerzin tegen de politieke lijn van Fortuyn. Toen de laatste werd voorgedragen voor het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland was dat voor hem reden om te breken met de partij van Jan Nagel en Henk Westbroek. In dezelfde vaart verliet Kneepkens de gelederen van Leefbaar Rotterdam toen Fortuyn daar als aanvoerder werd aangetrokken. Via de ene zetel die de Stadspartij sinds 6 maart resteerde en in zijn vaste column in Hervormd Nederland bond Kneepkens de strijd aan met het fenomeen Fortuyn. Daarbij ging hij niet zachtzinnig te werk. ‘In Palazzo di Pietro is de deur naar het fascisme niet goed vergrendeld’, zo stelde Kneepkens bij de historische overwinning van Pim Fortuyn in Rotterdam. Ook omschreef hij Fortuyns politieke lijn in een interview eens als ‘fascisme in Armani-pak’. Kneepkens:‘Daarna werd ik direct door Fortuyn gebeld. Ik verwachtte een uitbrander, maar hij wilde alleen een misverstand rechtzetten: hij droeg helemaal geen pakken van Armani, maar liet ze altijd op maat maken door zijn eigen kleermaker.’

Acht Kneepkens zichzelf nu ook schuldig aan de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn en derhalve aan de fatale schoten in het Mediapark?

Kneepkens:‘Het is nu wel uitkijken geblazen. Hier in Rotterdam beginnen de mensen op straat me soms al uit te schelden. In de Diana-achtige hysterie die hier is ontstaan sinds de moord op Pim Fortuyn moet je je wel drie keer bedenken voor je iets kritisch over de overledene opmerkt. Toch moet ik vaststellen dat Fortuyns politieke troefkaart natuurlijk de xenofobie was. Dat was zijn machtigste thematische wapen. Tot diep in het hart van Limburg ben ik mensen tegengekomen die zeker wisten dat ze op Pim Fortuyn zouden stemmen omdat die wel eens wat zou doen tegen al die “zwartjes”. Dat daar in het gedepolitiseerde Rotterdam een markt voor bestond, was al duidelijk toen de Centrumdemocraten en CP’86 in 1994 samen goed waren voor zeven zetels in de gemeenteraad. Leefbaar Rotterdam borduurde op datzelfde sentiment voort, zij het wat verfijnder.

Daarnaast had Fortuyn als Nederlands eerste mediacraat natuurlijk charismatische gaven. Hij zag de televisie als het ideale instrument van een directe democratie. Hij was de eerste politicus die zich vrijwel exclusief bediende van de beeldcultuur, en daar moeiteloos mee samenviel. De grootste fout van zijn concurrenten was dat ze zich door Fortuyn lieten meevoeren naar het domein waar hij heer en meester was: de Soundmixshow en aanverwante cultuuruitingen, de enige arena waar zijn talenten als communicator volledig uit de verf kwamen.’

Kneepkens was dan ook verbaasd toen Leefbaar Rotterdam voorafgaand aan de herdenkingsplechtigheid in de Rotterdamse raad eiste dat er geen pers zou worden toegelaten vanwege zijn vermeende aandeel in de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn. Kneepkens:‘Pim Fortuyn bestond juist bij de gratie van de media. Als politicus was hij het product van de telecratie. Je kunt die twee niet scheiden. Fortuyns leven was een lange hunkering naar erkenning. Hij wilde een mythe worden, een soort nieuwe Willem van Oranje, en via de massacultuur is hij dat uiteindelijk ook geworden. In die zin heeft zijn moordenaar hem nog een dienst bewezen. Hij wordt nu een grotere legende dan hij zelf ooit voor mogelijk zou hebben gehouden.’

Een opvolger voor Pim Fortuyn lijkt niet voorhanden. Zakenman Joep van den Nieuwenhuizen, die ijverig solliciteert naar een eventueel premierschap als de Lijst Pim Fortuyn straks uit de bus komt als de grootste partij in de Tweede Kamer, ligt in Rotterdam in elk geval niet goed. Tien jaar geleden was Van den Nieuwenhuizen bijna verantwoordelijk voor het faillissement van Feyenoord, het vlaggenschip van Rotterdam-Zuid. Dat gebeurde nadat Van den Nieuwenhuizens beursgenoteerde computerbedrijf HCS de zinnen had gezet op Feyenoord. Van den Nieuwenhuizen was er al in geslaagd grip te krijgen op het bestuur van de club toen Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik op de valreep de overname belette. Achteraf gezien een wijs besluit, omdat Feyenoord anders mogelijk zou zijn meegesleurd in de vrije val die HCS kort daarna maakte, waardoor ook Rotterdams voetbaltrots financieel zou zijn geliquideerd. Vak S mag Pim Fortuyn dan wel in het hart hebben gesloten, voor Joep ligt daar niet bepaald een groeimarkt.