Bij de dood van wim klinkenberg

Een minder bekende anekdote over prins Bernhard wil dat deze tijdens zijn jaren bij de Reiter-SS van een van Himmlers hofastrologen te horen kreeg dat hem een lang leven beschoren was: in welke gevaren hij zich ook zou storten, hij zou het allemaal overleven. Apocrief of niet, deze overlevering maakt het inzichtelijker waarom de prins zich altijd met een the devil may care- houding in het volle leven stortte, met vol gas op tegenliggende vrachtwagens afreed of zich op hoogbejaarde leeftijd nog door de geluidsbarriere liet schieten.

Het was dan ook van meet af aan een ongelijk gevecht dat Wim Klinkenberg voerde met zijn innig gehate opponent. Enige maanden geleden, toen Bernhard met een longkwaal in het ziekenhuis lag, zette de al even zieke Klinkenberg nog alles op alles om een nieuwe, vermeerderde druk van zijn levenswerk Prins Bernhard, een politieke biografie te doen verschijnen. Een van tragiek vervulde nek-aan-nekrace tekende zich af.
Klinkenberg had de opgeschoonde en uitgebreide uitgave van deze ultieme anti- biografie in petto voor als Bernhard het tijdelijke met het eeuwige zou verwisselen. Het is hem niet gelukt. Afgelopen zaterdag stierf ‘de laatste stalinist van Nederland’ op eenenzeventigjarige leeftijd, terwijl Bernhard al lang weer uit het dal is opgekropen en binnenkort waarschijnlijk weer waterskiend te zien zal zijn, of bungyjumpend in de Grand Canyon. Uitgever In de Knipscheer meldt een manuscript in handen te hebben met memoires van 'de Klink’, maar van de aangevulde Bernhard-biografie ontbreekt ieder spoor.
In de tot nog toe aan Klinkenberg gewijde necrologieen overheerst de teneur als zou zijn Bernhard-biografie een onleesbaar, onsamenhangend en ongefundeerd haatdocument zijn, dat hooguit waarde heeft als subcultureel curiosum in het rijk van het in Nederland weinig levensvatbare conspiratiedenken. Met een simpele verwijzing naar Klinkenbergs rabiate vasthouden aan de glorieuze Russische revolutie en de monumentale betekenis die hij tegen alle verdrukking in bleef toekennen aan de figuur van Jozef Stalin, pleegt de waarde van Klinkenbergs journalistieke spitwerk te worden geminimaliseerd. De hier en daar inderdaad dolzinnige wijze waarop Klinkenberg de nalatenschap van Stalin bleef verdedigen, was in feite een godsgeschenk voor het Bernhard-kamp. Het zorgde ervoor dat Klinkenbergs boek nooit serieus hoefde te worden genomen.
Zo wordt al te makkelijk vergeten dat Klinkenberg met zijn Bernhard-boek wel degelijk iets groots verrichtte. Natuurlijk was hij vervuld van een bijna onhanteerbare aversie tegen zijn onderwerp, natuurlijk maakte hij zich schuldig aan wel erg speculatieve samenhangen en verbanden, maar tegelijkertijd bracht hij tal van feiten en verhalen naar boven die Bernhard ongetwijfeld de kop hadden gekost als ze waren genoteerd door een minder omstreden journalistieke hand. Klinkenberg was de eerste die het aandurfde om Bernhards relaas over zijn onschuldige lidmaatschap van de SA en de SS nader te onderzoeken en die kwam tot zeer verontrustende conclusies. Zijn onderzoek naar Bernhards rol bij IG-Farben was, alle komplottheorieen ten spijt, van grote betekenis. Ook was Klinkenberg de eerste die wees op de diepere politieke implicaties van de Greet- Hofmansaffaire. De toch niet van Oranje-haat te beschuldigen dra. M. Schenk, auteur van Juliana, vorstin naast de rode loper, erkende jaren na dato het waarheidsgehalte van Klinkenbergs relaas over het duistere plan om Juliana te lozen naar de Sint Ursula-kliniek. Bijna veertig jaar na dato is het leeuwedeel van de Nederlandse pers nog steeds bezig aan een inhaalmanoeuvre, zoals onlangs weer bleek naar aanleiding van de publikatie van Lambert Giebels’ biografie van Beel. Telkens wordt het pionierswerk van Klinkenberg daarbij herontdekt, zonder ook maar zijn naam te noemen. Terecht beklaagde Klinkenberg zich er dan ook vaak over dat zijn vakbroeders en -zusters een grenzeloze 'labbekakkerigheid’ aan de dag legden bij het beoefenen van de royalty-journalistiek. Liever dan zich aan eigen onderzoek te zetten, bleven ze hakken op het 'onbetrouwbare’ spitwerk van Klinkenberg.
Nu hij er niet meer is om zijn journalistieke speurwerk te ontkrachten met zijn allerpersoonlijkste opvattingen over de rechtmatigheid van de Goelag Archipel, zit er postuum wellicht nog een rehabilitatie voor Wim Klinkenberg als onderzoeker van de macht in Nederland in. Een nieuwe generatie journalisten en historici, minder vervuld van dienstbare gevoelens ten opzichte van de autoriteiten en niet behept met Koude-Oorlogstrauma’s, grijpt steeds vaker naar Klinkenbergs werk. Niet om hem na te praten, maar omdat de man in tal van gevallen met opzienbarend feitenmateriaal kwam of zijn lezers in ieder geval op het juiste spoor zette. Zijn ietwat paranoide inslag wordt hem vergeven. Waarschijnlijk kon Klinkenbergs pionierswerk alleen maar worden volbracht met een tikkeltje gebrek aan goedmoedige redelijkheid. Anders was hij er niet eens aan begonnen.