Bij de drugsbestrijding ligt tunnelvisie op de loer

Voor wie het nog niet wist: als het aankomt op ondermijnende criminaliteit zijn ‘we’ het afvoerputje van Europa geworden. ‘We’ is in dit geval Nederland, en deze alarmerende woorden komen van Wim van de Donk, de Brabantse commissaris van de koning. ‘We maken het die lui te makkelijk’, voegde hij er zondag in Buitenhof aan toe. Criminelen moeten harder worden aangepakt en daartoe zijn ‘adequatere instrumenten nodig’ zoals het oprekken van de privacywetgeving.

Nederland heeft inderdaad een probleem. De georganiseerde criminaliteit is ‘meegegroeid met de economie’, aldus een van de criminologen die we spraken voor ons onderzoek naar de aanpak van ‘ondermijnende criminaliteit’, die vroeger gewoon ‘georganiseerde misdaad’ heette. Drugsmisdaad is daarin het belangrijkst. Nederland is niet langer alleen een doorvoerland, we zijn ook steeds meer drugs gaan produceren. Voornamelijk wiet en xtc, deels bestemd voor de export. Dat leidt tot toenemende onrust in de bovenwereld. Door aloude praktijken (witwassen, liquidaties, bedreigingen van burgemeesters) en nieuwe: giftig afval van drugslabs wordt gedumpt in de natuur en inmiddels ook in woonwijken.

Wie wil niet dat daar iets aan verandert? De vraag is alleen: hoe gaan we dat doen? Daarover is opmerkelijk genoeg nauwelijks discussie. Binnen de overheid wordt de oplossing gezocht in ‘repressie en verstoring’. Dat gebeurt op een betrekkelijk nieuwe manier die de afgelopen tien jaar tot wasdom kwam: ‘integrale aanpak’. Daarbij wordt de klassieke methode van opsporing en vervolging aangevuld met bestuursrechtelijke verstoring. Burgemeesters sluiten verdachte panden, de Belastingdienst en het energiebedrijf leggen vorderingen op, de woningbouwvereniging herziet het huurcontract, enzovoort. Deze aanpak, die krachtig wordt gepropageerd door de minister van Justitie en Veiligheid, is echter niet zonder problemen.

‘Hoe harder je optreedt, hoe winstgevender de drugshandel wordt. Je lost het probleem niet op’

Allereerst is de omvang van het probleem niet duidelijk. Onderzoek naar drugscriminaliteit is noodgedwongen gebaseerd op schattingen. Dat het daarmee mis kan gaan toont de kritiek op het geruchtmakende rapport over synthetische drugs van de Politieacademie: Nederlandse xtc en speed zouden goed zijn voor een wereldomzet van 18,9 miljard euro. Experts trokken echter aan de bel omdat het geschatte aantal xtc-pillen dat volgens de onderzoekers zou zijn geproduceerd zowel op nationaal als internationaal niveau vele malen te hoog bleek. Ten tweede kent het bestuursrecht minder waarborgen om een onschuldige te beschermen dan het strafrecht. ‘We geven de burgemeesters vergaande bevoegdheden om mensen dakloos te maken’, meent de Groningse hoogleraar Michel Vols. En dat kan mensen juist dieper de criminaliteit in duwen. En ten slotte weten we al heel lang dat repressie niet werkt. Ze heeft zelfs een averechts effect, aldus de Vlaamse hoogleraar criminologie Tom Decorte. ‘Hoe harder je optreedt, hoe winstgevender de drugshandel wordt. Je lost het probleem allerminst op.’

Omdat de honger naar succes op korte termijn groot is en niemand ‘tegen’ de aanpak van misdaad wil zijn, wordt niet gekeken naar andere oplossingen. Wie het overleg in de Tweede Kamer volgt merkt dat tunnelvisie op de loer ligt. De lijn van de Politieacademie – in het xtc-rapport pleitten de onderzoekers voor verhoging van ‘pakkans en strafmaat’ – is bepalend voor het debat.

Des te opmerkelijker is het dat buiten het parlement juist legalisatie van xtc werd geopperd, zoals bij Zondag met Lubach en in verschillende kranten. Is het dé oplossing? Niemand weet het, want het is nog nooit serieus onderzocht.


Lees het hele onderzoek…