Poetins politiek van eeuwigheid

Bij de gratie van gevaar

Na de instorting van de Sovjet-Unie hebben Russische politici een ‘politiek van onvermijdelijkheid’ verruild voor een ‘politiek van eeuwigheid’. Niet de gang naar utopie, maar een cyclus van dreigingen kenmerkt nu geschiedenis, heden en toekomst. Aan de regering de voortdurende taak een vijand te creëren.

2001, Sint-Petersburg. Poetin, één jaar president dankzij gesjoemel bij het tellen van de stemmen en een sfeer van terrorisme en oorlog in eigen land © Sergey Maximishin / Agentur Focus HH

Amerikanen en Europeanen werden door de nieuwe eeuw geleid door een verhaal over ‘het einde van de geschiedenis’, door wat ik de ‘politiek van onvermijdelijkheid’ zal noemen. Een gevoel dat de toekomst slechts meer van hetzelfde heden is, dat de wetten van de vooruitgang vaststaan, dat er geen alternatieven zijn en dat er dus niets hoeft te worden gedaan. In de Amerikaanse kapitalistische versie van dit verhaal zorgde de natuur voor de markt, die democratie bracht, die voor geluk zorgde. In de Europese versie bracht de geschiedenis de natie, die van oorlog leerde dat vrede goed is en daarom koos voor integratie en welvaart.

Voor de instorting van de Sovjet-Unie in 1991 had het communisme zijn eigen politiek van onontkoombaarheid: natuur staat technologie toe; technologie brengt sociale verandering; sociale verandering veroorzaakt revolutie; revolutie voert utopie in. Toen dit niet waar bleek te zijn, stonden de Europese en Amerikaanse onvermijdelijkheidspolitici te jubelen. De Europeanen hielden zich in 1992 bezig met de voltooiing van de vorming van de Europese Unie. Volgens Amerikanen bewees de mislukking van het communistische verhaal de waarheid van het kapitalistische verhaal. Amerikanen en Europeanen speldden zichzelf gedurende een kwart eeuw na het einde van het communisme hun verhalen over onvermijdelijkheid op de mouw en brachten zo een generatie van millennials zonder geschiedenis groot.

De Amerikaanse onvermijdelijkheidspolitiek verzette zich tegen feiten, zoals dergelijke verhalen altijd doen. Het lot van Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland na 1991 liet duidelijk genoeg zien dat de val van het ene systeem geen schone lei voortbracht waarop de natuur markten genereerde en markten rechten voortbrachten. Deze les had bevestigd kunnen worden door Irak in 2003, als de initiatiefnemers van deze Amerikaanse illegale oorlog hadden nagedacht over de rampzalige consequenties ervan.

De financiële crisis van 2008 en de deregulering van campagnebijdragen in de Verenigde Staten in 2010 vergrootten de invloed van de rijken en beperkten die van kiezers. Terwijl de economische ongelijkheid toenam, slonken tijdshorizonten en dachten steeds minder Amerikanen dat de toekomst een betere versie van het heden in zich droeg. Amerikanen hadden geen functionerende staat die basale sociale voorzieningen garandeerde die elders vanzelfsprekend werden gevonden – onderwijs, pensioenen, gezondheidszorg, transport, ouderschapsverlof, vakantie. Een nieuwe dag kon hun rauw op het dak vallen en hun het gevoel ontnemen een toekomst te hebben.

De instorting van de politiek van onontkoombaarheid is een voorbode van een andere tijdservaring: de ‘politiek van eeuwigheid’. Waar onontkoombaarheid een betere toekomst belooft voor iedereen plaatst eeuwigheid een natie in het middelpunt van een cyclisch verhaal over slachtofferschap. De tijd is geen lijn naar de toekomst meer, maar een cirkel die oneindig vaak dezelfde bedreigingen uit het verleden terugbrengt. Binnen het concept van onvermijdelijkheid is niemand verantwoordelijk omdat we allemaal weten dat het met de details vanzelf goedkomt; binnen het eeuwigheidsconcept is niemand verantwoordelijk omdat we allemaal weten dat de vijand komt, ongeacht wat we doen. Eeuwigheidspolitici verspreiden de overtuiging dat de regering de samenleving als geheel niet kan bijstaan, maar haar alleen tegen bedreigingen kan beschermen. Het noodlot neemt de plaats in van vooruitgang.

Eeuwigheidspolitici verzinnen als ze aan de macht zijn een crisis en manipuleren de daaruit voortvloeiende emotie. Om af te leiden van hun onvermogen of onwil om te hervormen, geven eeuwigheidspolitici hun burgers opdracht met korte tussenpozen vervoering en woede te ervaren, waarmee zij de toekomst verdrinken in het heden. Eeuwigheidspolitici bagatelliseren in hun buitenlands beleid de prestaties van landen die in de ogen van hun eigen burgers een voorbeeld zijn of doen deze teniet. Eeuwigheidspolitici gebruiken technologie om politieke actie uit te dragen, in binnen- en buitenland, ontkennen de waarheid en streven ernaar het leven te reduceren tot spektakel en gevoel.

Onvermijdelijkheid en eeuwigheid maken verhalen van feiten. Degenen die zich laten leiden door onvermijdelijkheid beschouwen elk feit als een bliep die niets verandert aan het hele vooruitgangsverhaal; diegenen die naar eeuwigheid neigen, kwalificeren elke nieuwe gebeurtenis als het zoveelste voorbeeld van een tijdloze bedreiging. Elk doet zich voor als geschiedenis; elk doekt geschiedenis op. Onvermijdelijkheidspolitici zeggen dat de bijzonderheden van het verleden niet relevant zijn, aangezien alles wat gebeurt koren op de molen van de vooruitgang is. Eeuwigheidspolitici springen van het ene naar het andere moment, over decennia of eeuwen, om een mythe van onschuld en gevaar te creëren. Ze stellen zich cycli van dreiging in het verleden voor en creëren een verbeeld patroon dat ze in het heden verwezenlijken door kunstmatige crises en dagelijks theater te produceren. Onvermijdelijkheid en eeuwigheid hebben elk hun eigen propagandastijl. Onvermijdelijkheidspolitici spinnen feiten tot een web van welzijn. Eeuwigheidspolitici onderdrukken feiten om de realiteit dat mensen in andere landen vrijer en rijker zijn van de hand te wijzen, evenals het idee dat hervormingen op basis van kennis kunnen worden geformuleerd.

Wat in Rusland al is gebeurd, kan in Amerika en Europa ook gebeuren: de bestendiging van enorme ongelijkheid, de vervanging van beleid door propaganda, de verschuiving van onvermijdelijkheidspolitiek naar eeuwigheidspolitiek. Russische leiders konden Europeanen en Amerikanen uitnodigen voor de eeuwigheid omdat Rusland daar als eerste was. Zij kenden de Amerikaanse en Europese zwakke kanten, die zij eerst in eigen land hadden opgemerkt en uitgebuit.

De gebeurtenissen van de jaren 2010 – de opkomst van de antidemocratische politiek, de Russische afwending van Europa en inval in Oekraïne, het Brexit-referendum, de verkiezing van Trump – waren voor veel Europeanen en Amerikanen een verrassing. Amerikanen reageren doorgaans op twee manieren op een verrassing: of ze verbeelden zich dat de onverwachte gebeurtenis niet werkelijk plaatsvindt, of ze beweren dat het iets volkomen nieuws is en dus niet vatbaar voor historisch begrip. Dus alles zal hoe dan ook goed komen, óf alles is zo ellendig dat er niets aan te doen valt. De eerste reactie is een verdedigingsmechanisme van de politiek van onvermijdelijkheid. Het tweede is het krakende geluid dat onvermijdelijkheid maakt vlak voor ze breekt en bezwijkt voor de eeuwigheid. De onvermijdelijkheidspolitiek holt eerst de burgerlijke verantwoordelijkheid uit en vervalt vervolgens tot eeuwigheidspolitiek zodra zij met een serieuze uitdaging te maken krijgt. Amerikanen reageerden op deze manieren toen de kandidaat van Rusland president werd van de Verenigde Staten.

In de jaren negentig en aan het begin van de 21ste eeuw stroomde de invloed van west naar oost, in de overplanting van de Engelse taal en de uitbreiding van de Europese Unie en de Navo. Intussen lokten ongereguleerde ruimten van het Amerikaanse en Europese kapitalisme rijke Russen naar een domein zonder oost-westgeografie, dat van buitenlandse bankrekeningen, lege vennootschappen en anonieme deals, waar van het Russische volk gestolen rijkdommen werden witgewassen. In de jaren 2010 stroomde de invloed, deels als gevolg hiervan, van oost naar west, toen Russische politieke fictie tot buiten Rusland doordrong.

De politiek van onvermijdelijkheid is het idee dat er geen ideeën zijn. Mensen die erin geloven, ontkennen dat ideeën belangrijk zijn, wat slechts bewijst dat ze in de greep van een krachtig idee zijn. Het cliché van onvermijdelijkheidspolitiek is dat ‘er geen alternatieven zijn’. Wie dit accepteert, ontkent de individuele verantwoordelijkheid om geschiedenis te zien en te veranderen. Het leven wordt een slaapwandeling naar een graf op naam op een reeds aangekochte plek.

Een oligarch als Poetin heerst door mythen in het leven te roepen en crises uit te lokken

Eeuwigheid rijst uit onvermijdelijkheid op als een geest uit een lijk. De kapitalistische versie van de politiek van onvermijdelijkheid, de markt als substituut voor politiek, brengt een economische ongelijkheid voort die het geloof in vooruitgang ondermijnt. Terwijl de mobiliteit tot stilstand komt, wijkt onvermijdelijkheid voor eeuwigheid en democratie voor oligarchie. Een oligarch die een verhaal over een onschuldig verleden vertelt, vaak met behulp van fascistische ideeën, biedt valse bescherming aan mensen met echt leed. Het geloof dat technologie de vrijheid dient maakt de weg vrij voor deze vertoning.

De oligarch komt de echte politiek binnen vanuit een fictieve wereld, en heerst door mythen in het leven te roepen en crises uit te lokken. Een zo’n persoon, Vladimir Poetin, vergezelde in de jaren 2010 een andere, Donald Trump, van fictie naar macht. Rusland bereikte als eerste de eeuwigheidspolitiek, en de Russische leiders beschermden zichzelf en hun rijkdommen door die te exporteren.

***

Het waren niet zozeer verkiezingen als wel verzinsels die, tien jaar na het einde van de Sovjet-Unie, een machtsoverdracht van Boris Jeltsin aan Vladimir Poetin mogelijk maakten. De democratie kreeg in Rusland nooit voet aan de grond, in die zin dat de macht na vrije verkiezingen nooit in andere handen overging. Jeltsin was president van de Russische Federatie vanwege een verkiezing die plaatsvond toen Rusland nog een sovjetrepubliek was, in juni 1991. De mensen die deelnamen aan die verkiezing kozen geen president van een onafhankelijk Rusland, want dat bestond helemaal niet. Jeltsin bleef na de onafhankelijkheid gewoon president. Zo’n vanuit constitutioneel oogpunt bezien vage rechtvaardiging van macht was begin jaren negentig heel gewoon. Toen het sovjetrijk in Oost-Europa en daarna in de Sovjet-Unie zelf instortte, zorgden verscheidene achterkamertjesovereenkomsten, rondetafelonderhandelingen en deels vrije verkiezingen voor hybride regeringssystemen. Al snel volgden er vrije en eerlijke presidents- en parlementsverkiezingen in andere postcommunistische staten. De Russische Federatie hield geen verkiezingen; die hadden Jeltsin kunnen rechtvaardigen of de weg voor een opvolger kunnen bereiden.

Het kleine kringetje rijken rond Jeltsin, ‘oligarchen’ gedoopt, wenste de democratie naar zijn en hun voordeel in te richten. Het einde van de geplande sovjeteconomie had een stormloop op winstgevende industrieën en natuurlijke bronnen tot gevolg en leidde tot arbitragezwendel, waardoor er snel een nieuwe klasse van rijke mannen ontstond. Wilde privatisering was totaal niet hetzelfde als markteconomie, tenminste niet volgens de gebruikelijke opvatting. Markten vereisen een rechtsstaat, wat het moeilijkste aspect van de post-sovjettransformaties was. De Amerikanen, die de rechtsstaat vanzelfsprekend vinden, fantaseerden dat de markten vanzelf de nodige instituten zouden creëren. Dat was een vergissing. Het was belangrijk of nieuwe onafhankelijke staten de rechtsstaat instelden, en bovenal of ze voor een wettelijke overgang van de macht via vrije verkiezingen zorgden.

In 1993 ontbond Jeltsin het Russische parlement en op de leden stuurde hij gewapende mannen af. Hij zei tegen zijn westerse partners dat dit een noodzakelijke afslanking was ter bespoediging van markthervormingen, een versie van de gebeurtenissen die werd geaccepteerd in de Amerikaanse pers. Zolang het om markten ging, zagen de politici van de onvermijdelijkheid een aanval op het parlement als een stap richting democratie. Jeltsin gebruikte het conflict met het parlement vervolgens als rechtvaardiging voor meer macht voor de president. In 1996 hield Jeltsins team (naar eigen zeggen) nepverkiezingen die hem nog een termijn als president opleverden.

Tegen 1999 was Jeltsin zichtbaar ziek en regelmatig dronken, en het probleem van de opvolging werd nijpend. Er waren verkiezingen nodig om hem te vervangen; vanuit het standpunt van de oligarchen bezien moesten die gestuurd worden zodat de uitkomst vaststond. Er moest een opvolger komen die ervoor zorgde dat Jeltsins familie (zowel in de normale zin van verwanten als in de Russische van bevriende oligarchen) in leven bleef en zijn rijkdom behield. ‘Operatie Opvolger’, zoals deze uitdaging in het Kremlin werd genoemd, had twee fasen: een man zoeken die niet openlijk banden met Jeltsin had, en vervolgens een nepprobleem verzinnen dat hij dan schijnbaar zou oplossen.

Bij hun zoektocht naar een opvolger organiseerde Jeltsins entourage een groot opinieonderzoek over favoriete helden in de amusementsindustrie. De winnaar was Max Stierlitz, de held van een reeks sovjetromans waarvan een aantal werd verfilmd, met als bekendste de televisieserie Zeventien momenten in de lente, uit 1973. De fictieve Stierlitz was een sovjetinfiltrant in de Duitse geheime dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog, een communistische spion in nazi-uniform. Vladimir Poetin, die tijdens zijn carrière bij de kgb een onbeduidende functie in de Oost-Duitse provincie had bekleed, leek het dichtst bij de fictieve Stierlitz in de buurt te komen.

Nadat hij zichzelf had verrijkt als assistent van de burgemeester van Sint-Petersburg in de jaren negentig, was Poetin bekend bij het Kremlin en werd hij gezien als teamspeler. Hij werkte sinds 1998 in Moskou voor Jeltsin, voornamelijk als hoofd van de Federale Veiligheidsdienst (fsb, de voormalige kgb). Toen Poetin in augustus 1999 tot Jeltsins premier werd benoemd, was hij onbekend bij het grote publiek, dus geen voor de hand liggende kandidaat voor een nationaal gekozen ambt. Zijn populariteitscijfer stond op twee procent. Het was dus zaak een crisis te veroorzaken die hij ogenschijnlijk kon oplossen.

***

In september 1999 ontplofte er een reeks bommen in Russische steden, waarbij honderden burgers omkwamen. De daders waren mogelijk fsb-officieren. In de stad Rjazan werden fsb-officieren door hun collega’s opgepakt als verdachten van de aanslagen. Hoewel de mogelijkheid van zelfterrorisme destijds werd genoemd, werden de feitelijke vragen overvleugeld door een fanatiek patriottisme toen Poetin een nieuwe oorlog begon tegen het stuk Rusland dat achter de bomaanslagen zou zitten: de Tsjetsjeense Republiek, die zich in 1993 onafhankelijk had verklaard en daarna het Russische leger vechtend tot stilstand dwong. Er was geen bewijs dat de Tsjetsjenen iets met de bomaanslagen te maken hadden. Dankzij de Tweede Tsjetsjeense Oorlog steeg Poetins populariteitscijfer in november naar 45 procent. In december kondigde Jeltsin zijn aftreden aan en droeg hij Poetin voor als opvolger. Dankzij onevenwichtige televisieverslaggeving, gesjoemel bij het tellen van de stemmen en een sfeer van terrorisme en oorlog kreeg Poetin de absolute meerderheid die nodig was om de presidentsverkiezingen van maart 2000 te winnen.

De inkt van politieke fictie is bloed.

Op 4 december 2011 werd de Russen gevraagd Poetins partij Verenigd Rusland aan een meerderheid te helpen in het Russische Lagerhuis. Dit was een bijzonder moment, aangezien Medvedev, toen president, en Poetin, toen premier, al hadden aangekondigd dat ze van plan waren van baan te ruilen. Zodra hun partij de parlementsverkiezingen had gewonnen en Poetin de presidentsverkiezingen in maart daarna, zou Medvedev Poetins premier worden.

Poetin accepteerde in 2012 achteloos dat er was gefrau­deerd bij zijn verkiezing en keerde terug als vernietiger van de rechtsstaat

Veel Russen vonden het vooruitzicht van eeuwig Poetin niet erg aantrekkelijk. Na de financiële crisis van 2008 was de Russische groei gestagneerd. Poetin noch Medvedev bood een programma dat Rusland minder afhankelijk zou maken van grondstoffenexport, of dat uitzicht bood op sociale mobiliteit. Veel Russen zagen deze verkiezingen dus als de laatste kans om stagnatie te voorkomen, en stemden navenant. Volgens schattingen van onafhankelijke Russische waarnemers bij de verkiezingen op 4 december won Verenigd Rusland ongeveer 26 procent van de stemmen. De partij kreeg echter genoeg stemmen voor een meerderheid in het parlement. Russische en internationale waarnemers klaagden over onevenwichtige mediaverslaggeving en handmatige en digitale manipulatie van de stembiljetten. Op 5 december begonnen de protesten. Op 10 december verzamelden zich zo’n vijftigduizend mensen in Moskou; op 24 december groeide dat aantal tot tachtigduizend. In de loop van een maand kwamen in 99 steden Russen op de been, voor de grootste protesten in de geschiedenis van de Russische Federatie. De belangrijkste slogan was: ‘Voor vrije verkiezingen!’

Het bedrog werd herhaald op 4 maart 2012, tijdens de presidentsverkiezingen. Poetin kreeg al na één stemronde de meerderheid die hij nodig had om president te worden. Deze keer werd er meer digitaal dan handmatig met de stemmen gesjoemeld. Er werden tientallen miljoenen cyberstemmen toegevoegd, die de stemmen van echte mensen verwaterden en Poetin een fictieve meerderheid gaven. In sommige districten kreeg Poetin een rond aantal stemmen, wat erop wees dat plaatselijke functionarissen de streefaantallen van de autoriteiten iets te letterlijk hadden opgevat. In Tsjetsjenië kreeg Poetin 99,8 procent van de stemmen: het getal weerspiegelde waarschijnlijk de totale controle die zijn Tsjetsjeense bondgenoot Ramzan Kadyrov uitoefende. Poetin kreeg vergelijkbare uitslagen in psychiatrische inrichtingen en andere plaatsen die onder staatstoezicht stonden. In Novosibirsk klaagden demonstranten dat het totale aantal uitgebrachte stemmen 146 procent van de bevolking bedroeg. Ook nu weer merkten de Russische en internationale waarnemers de onregelmatigheden op.

Op 5 maart 2012 protesteerden zo’n 25.000 Russische burgers tegen de vervalste presidentsverkiezingen. Voor Poetin zelf waren deze maanden tussen december 2011 en maart 2012 een tijd van keuzes maken. Hij had naar de kritiek rond de parlementsverkiezingen kunnen luisteren. Hij had de uitslag van de presidentsverkiezingen kunnen accepteren en die pas in de tweede in plaats van de eerste ronde kunnen winnen. Winnen in de eerste ronde was een kwestie van trots, meer niet. Hij had kunnen inzien dat veel demonstranten zich zorgen maakten over de rechtsstaat en het successiebeginsel in hun land. In plaats daarvan leek hij zich persoonlijk beledigd te voelen.

Poetin vond de vluchtige illusie van winnen in de eerste ronde belangrijker dan de wet, en zijn eigen gekwetste gevoelens belangrijker dan wat zijn medeburgers vonden. Hij accepteerde achteloos dat er was gefraudeerd; Medvedev voegde daar behulpzaam aan toe dat er bij Russische verkiezingen altijd was gefraudeerd. Door het principe ‘één persoon, één stem’ overboord te zetten en intussen vast te houden aan het voortbestaan van verkiezingen, legde Poetin de keuzes van burgers naast zich neer terwijl hij wel van ze verwachtte dat ze zouden meedoen aan toekomstige steunbetuigingsrituelen.

Poetin werd in 2000 president als een mysterieuze held uit het rijk der fictie, maar keerde in 2012 terug als de wraakzuchtige vernietiger van de rechtsstaat. Poetins besluit om de verkiezingen te stelen in het licht van zijn eigen schijnwerper plaatste de Russische staat in een niemandsland. Zijn inauguratie als president in 2012 was daarom het begin van een opvolgingscrisis. Aangezien de man aan de macht ook de man was die de toekomst om zeep had geholpen, moest het heden eeuwig zijn. In 1999 en 2000 had het Kremlin de Tsjetsjenen als de noodzakelijke vijand gebruikt. Tsjetsjenië was nu verslagen en de Tsjetsjeense krijgsheer Kadyrov werd een belangrijk lid van Poetins regime.

Na de fraude van 2011 en 2012 was de binnenlandse politieke nood permanent, en dus moest de vijand dat ook zijn. Er moest een hardnekkige buitenlandse vijand aan de demonstranten worden gekoppeld zodat zij, en niet Poetin zelf, als het gevaar voor de Russische soevereiniteit konden worden afgeschilderd. De eeuwigheidspolitiek vergt en produceert problemen die onoplosbaar zijn omdat ze fictief zijn. Het fictieve probleem van het Rusland van 2012 waren de plannen van de Europese Unie en de Verenigde Staten om Rusland te vernietigen.

***
2017, Berlijn. Protestbord tijdens de Pride-week. In dat jaar werd het volgens de Russische wet strafbaar om Poetin als gay clown af te schilderen © Omer Messinger / NurPHoto / Getty Images

Leonid Brezjnevs permanente vijand, het decadente Westen, was terug; alleen zou de decadentie deze keer van een duidelijk seksuele soort zijn. Poetins favoriete filosoof Ivan Iljin (1883-1954) had verzet tegen zijn denkbeelden omschreven als ‘seksuele perversie’, waarmee hij homoseksualiteit bedoelde. Een eeuw later was dit ook de eerste reactie van het Kremlin op democratische oppositie. Mensen die in 2011 en 2012 wilden dat de stemmen werden geteld waren geen Russische burgers die wilden dat de wet werd gehandhaafd, dat hun wensen werden gerespecteerd en dat hun staat zou blijven bestaan. Ze waren onnozele volgers van mondiale seksuele decadentie wier acties een bedreiging vormden voor het onschuldige nationale organisme.

Op 6 december 2011, de dag na het eerste protest in Moskou, retweette de president van de Russische Federatie, toen nog Dmitri Medvedev, een bericht dat erop neerkwam dat de leider van de demonstratie een ‘stom, pikkenzuigend schaap’ was. Vladimir Poetin, toen nog premier maar in de startblokken om president te worden, zei op de Russische televisie dat de witte linten die de demonstranten droegen hem aan condooms deden denken. Daarna vergeleek hij de demonstranten met apen en deed hij een aap na. Tijdens een bezoek aan Duitsland vertelde Poetin een verbaasde Angela Merkel dat de Russische oppositie ‘seksueel verknipt’ was. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov beweerde dat de Russische regering zich hard moest maken tegen homoseksualiteit om de onschuld van de Russische maatschappij te beschermen.

Een vertrouweling van Poetin, Vladimir Jakoenin, werkte het beeld van het schaap uit tot een geopolitieke theorie. Naar Jakoenins mening, die hij in een lang artikel in 2012 publiceerde, kampte Rusland eeuwig met een samenzwering van vijanden, die sinds het begin der tijden de loop van de geschiedenis bepaalt. Deze mondiale groep had homoseksuele propaganda over de wereld verspreid om het geboortecijfer in Rusland omlaag te krijgen en op die manier de macht van het Westen te consolideren. De verspreiding van homorechten was moedwillig beleid, bedoeld om van de Russen een ‘kudde’ te maken die gemakkelijk te manipuleren was door de mondiale meesters van het kapitalisme.

In september 2013 herhaalde een Russische diplomaat dit argument op een congres over mensenrechten in China. Homorechten waren niet meer dan het gekozen wapen van een mondiaal neoliberaal complot, bedoeld om deugdzame, traditionele maatschappijen zoals Rusland en China klaar te stomen voor exploitatie. President Poetin zette een paar dagen later de volgende stap op zijn persoonlijke top in Valdaj, waar hij homorelaties met satanisme vergeleek. Hij associeerde homorechten met een westers model dat ‘een directe weg naar degeneratie en primitivisme opent, resulterend in een diepe demografische en morele crisis’. Het Russische parlement had toen net een nieuwe wet aangenomen ‘ter bescherming van kinderen tegen informatie die de ontkenning van traditionele gezinswaarden bevordert’.

Als Rusland niet het Westen kan worden, moet het Westen maar Rusland worden

Menselijke seksualiteit is een onuitputtelijke grondstof voor het kweken van angst. De poging om heteroseksualiteit binnen Rusland te plaatsen en homoseksualiteit erbuiten was in feite bespottelijk, maar het ging niet om de feiten. Het doel van de antihomocampagne was de roep om democratie omzetten in een mistige bedreiging voor de Russische onschuld: stemmen = Westen = homoseksualiteit. Rusland moest onschuldig zijn en alle problemen moesten de verantwoordelijkheid van anderen zijn.

De campagne berustte niet op een feitelijke demonstratie van de heteroseksualiteit van de Russische elite. In de voorgaande vier jaar, toen Poetin premier was, had Soerkov hem in een reeks fotoshoots overdreven stoer neergezet. Poetins en Medvedevs poging om zichzelf te presenteren als mannelijke vrienden na een partijtje badminton, gehuld in bij elkaar passende witte outfits, was evenmin overtuigend. Poetin scheidde kort na de start van de antihomocampagne van zijn vrouw, waarna de pleitbezorger van de gezinswaarden geen traditioneel gezin meer had. De kwestie van genderidentiteit bleef de Russische president aankleven. In 2016 beweerde Poetin dat hij geen vrouw was die slechte dagen had. In 2017 zei hij dat hij niet de bruidegom van Trump was. Datzelfde jaar werd het strafbaar Poetin als gay clown af te schilderen. Een oplettende vrouwelijke geleerde vatte zijn positie als volgt samen: ‘Poetins kussen zijn voorbehouden aan kinderen en dieren.’

Vladimir Poetin voerde mannelijkheid aan als argument tegen democratie. Volgens de Duitse socioloog Max Weber kan charisma een politiek systeem beginnen, maar niet garanderen dat het blijft bestaan. Het is normaal, zei Weber, om een politieke en commerciële clan rond een charismatische leider te vormen. Maar als die man het herverdelen van de buit en het plannen van de volgende strooptocht achter zich wil laten, moet hij zijn autoriteit zien over te dragen op een ander, bij voorkeur op een manier waardoor de macht ook daarna weer kan worden overgedragen. De oplossing van dit successieprobleem is de voorwaarde voor het oprichten van een moderne staat.

Weber onderscheidde twee mechanismen waardoor een uitbarsting van charisma tot duurzame instituties kon leiden: door gewoonte, zoals in een monarchie waarin de oudste zoon de vader opvolgt; of door de wet, zoals in een democratie waarin parlementariërs en leiders kunnen worden vervangen door middel van regelmatige verkiezingen. Poetin leek geen monarchale opvolging te plannen. Hij hield zijn dochters ver buiten de openbare politiek (hoewel de familie wel profiteerde van vriendjeskapitalisme). Dan blijft er maar één logische mogelijkheid over en dat is dus de wet, wat in de moderne wereld meestal democratie betekent. Poetin wees dit alternatief hoogstpersoonlijk van de hand. En zo bood het vertoon van mannelijkheid een gelijkenis met macht ten koste van Ruslands integriteit als staat.

***

De eerste impuls van het Kremlin was dus democratische oppositie linken aan mondiale homoseksualiteit. De tweede was beweren dat de demonstranten voor een buitenlandse macht werkten, een waarvan de belangrijkste diplomaat een vrouw was: de Verenigde Staten. Op 8 december 2011, drie dagen nadat de protesten begonnen, verweet Poetin Hillary Clinton dat zij ze in gang had gezet: ‘Zij gaf het signaal.’ Op 15 december beweerde hij dat demonstranten werden betaald. Er werd geen bewijs geleverd en daar ging het ook niet om. Hij moest een vijand kiezen die het beste aansloot bij wat de leider nodig had, niet een die het land daadwerkelijk bedreigde. Het was zelfs beter om niet over feitelijke bedreigingen te spreken, want praten over echte vijanden brengt echte zwakten aan het licht en wijst op de feilbaarheid van ambitieuze dictators.

Het Westen werd als vijand gekozen, juist omdat het geen bedreiging voor Rusland vormde. De Europese Unie had anders dan China geen leger en geen lange grens met Rusland. De Verenigde Staten hadden wel een leger, maar ze hadden de overgrote meerderheid van hun troepen teruggetrokken van het Europese continent: van ongeveer driehonderdduizend in 1991 naar zo’n zestigduizend in 2012. De Navo bestond nog steeds en had voormalig communistische landen in Oost-Europa toegelaten. Maar president Barack Obama had in 2009 een Amerikaans plan voor de bouw van een raketafweersysteem in Oost-Europa afgeblazen en in 2010 stond Rusland Amerikaanse vliegtuigen toe om door het Russische luchtruim te vliegen voor de bevoorrading van de Amerikaanse troepen in Afghanistan. In 2011 en 2012 was er geen enkele Russische leider die een Navo-invasie vreesde, of zelfs maar deed alsof. In 2012 meenden Amerikaanse leiders dat ze bezig waren met een ‘reset’ met Rusland. Toen Mitt Romney Rusland Amerika’s ‘geopolitieke vijand nummer één’ noemde, werd hij belachelijk gemaakt. Vrijwel niemand in het Amerikaanse publiek of de Amerikaanse media besteedde aandacht aan Moskou. Rusland kwam niet eens voor in Amerikaanse opiniepeilingen over mondiale bedreigingen en problemen.

De Europese Unie en de Verenigde Staten werden als bedreigingen voorgesteld omdat de Russische verkiezingen nep waren geweest. In de winter van 2011 en de lente van 2012 kwamen de Russische televisiezenders en kranten met het verhaal dat alle mensen die tegen verkiezingsfraude protesteerden, betaald werden door westerse instituties. Die campagne begon op 8 december 2011 met berichtgeving over Poetins bewering dat Clinton de demonstraties was begonnen. Onder de kop ‘Poetin stelt strengere straffen voor westerse spionnen voor’ deed Novye Izvestia bericht van diens vaste overtuiging dat ‘de Russische oppositietroepen massale protesten begonnen na “groen licht” van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton’. De associatie van oppositie met verraad was vanzelfsprekend; de enige vraag was welke straf gepast zou zijn.

Juist omdat Poetin de Russische staat kwetsbaar had gemaakt, moest hij zeggen dat zijn tegenstanders dat hadden gedaan. Aangezien Poetin het ‘ontoelaatbaar [vond] om de staat te laten verwoesten om de dorst naar verandering te stillen’, eigende hij zich het recht toe hem onwelgevallige opvattingen tot bedreigingen voor Rusland te bestempelen.

In 2012 maakte Poetin duidelijk dat hij democratie opvatte als geritualiseerde steun aan zijn persoon. Het betekende, zoals hij het Russische parlement in zijn toespraak van dat jaar vertelde, ‘gehoorzaamheid aan en respect voor wetten, regels en regelingen’. Individuele Russen hadden volgens Poetins logica geen recht om te protesteren tegen de antidemocratische acties van hun regering, aangezien democratie vereiste dat ze hun ziel in overeenstemming brachten met wetten die zulke protesten verboden.

Smaad werd strafbaar gesteld. Een wet die het beledigen van religieuze gevoeligheden verbood, maakte de politie tot handhaver van een orthodoxe openbare sfeer. Het werd een misdaad om cartoons van Jezus te publiceren of Pokémon GO te spelen in een kerk. Het gezag en het budget van de fsb werden uitgebreid en de agenten van de dienst kregen een ruime volmacht om zonder waarschuwing te schieten. De definitie van verraad werd zo ver opgerekt dat nu ook het verschaffen van informatie aan ngo’s buiten Rusland eronder viel, waarmee de waarheid vertellen via e-mail hoogverraad werd. Ongedefinieerd ‘extremisme’ werd verboden. Ngo’s waarvan de regering vond dat ze ‘tegen Ruslands belangen werkten’, werden verboden. Ngo’s die geld uit het buitenland ontvingen – een zeer algemeen criterium, dat elke vorm van internationale samenwerking omvatte, zoals een congres houden – moesten zich als ‘buitenlandse agent’ laten registreren.

Op de ochtend dat de ‘buitenlandse agenten’-wet van kracht werd, verscheen er op de hoofdkantoren van ngo’s in heel Moskou graffiti met de tekst ‘buitenlandse agent VS’. Een van de doelwitten was de organisatie Memorial, die een indrukwekkend archief over de geschiedenis van Rusland in de twintigste eeuw herbergt. Ruslands eigen verleden werd een buitenlandse dreiging. Memorial had het lijden van sovjetburgers, inclusief Russen, tijdens de stalinistische periode gedocumenteerd. Als al Ruslands problemen van buiten kwamen, had het natuurlijk weinig zin om stil te staan bij zulke zaken. De politiek van de eeuwigheid vernietigt geschiedenis.

De Russische staat kan ongetwijfeld nog een tijd in stand worden gehouden door electorale noodzaak en selectieve oorlogen. De onrust die het ontbreken van een successiebeginsel oplevert kan op het buitenland worden geprojecteerd, wat echte vijandigheid creëert, waarmee het hele proces opnieuw begint. In 2013 begon Rusland zijn Europese buren te verleiden of te dwingen hun eigen instituten en geschiedenissen op te geven. Als Rusland niet het Westen kan worden, moet het Westen maar Rusland worden. Als de weeffouten in de Amerikaanse democratie kunnen worden benut om een Russische onderhorige in het Witte Huis te krijgen, dan kan Poetin bewijzen dat de buitenwereld geen haar beter is dan Rusland. Mochten de Verenigde Staten of de Europese Unie tijdens Poetins leven uit elkaar vallen, dan kan hij een illusie van eeuwigheid creëren.


Timothy Snyder is als hoogleraar geschiedenis verbonden aan Yale University. Hij is gespecialiseerd in de holocaust en Oost-Europa en publiceerde onder meer Bloodlands: Europe between Hitler and Stalin (2010) en Black Earth: The Holocaust as History and Warning (2015). Dit is een bewerkte voorpublicatie uit zijn nieuwe boek De weg naar onvrijheid: Rusland, Europa, Amerika, dat deze week in het Nederlands verschijnt (vertaald door Catalien en Willem van Paassen, Ambo Anthos, 376 blz., € 29,90)