Bij de tegenstander thuis (2)

De Argentijnen
Op het terras van restaurant La Pampa te Alkmaar komen de twintig Argentijnen als één man uit de tuinstoelen omhoog. Ze houden hun ogen strak gericht op een van de twee ouderwetse, nog met staande antennes uitgeruste televisiestoestellen, die organisator Nery Zucotti voor de wedstrijd Argentinië-Japan op de kop heeft kunnen tikken.
Het Argentijns volkslied galmt haperend over het terras, een constante storing vertroebelt het beeld. Zachtjes wordt er meegezongen.
De commentator bespreekt de opstelling. ‘Argentinië met doelman Roa van Real Mallorca, verder de bekende namen: Nestor Sensini, Diego Simeone, de captain, en let u vooral op Ariel Ortega en op Claudio Lopez, die handige spits. Misschien is het vanwege hen dat Argentinië door insiders gezien wordt als een van de favorieten.’ Instemmend geknik op het terras.
Nery Zucotti blaast op de kolen in de barbecue, die rood opgloeien.
De tv-commentator: 'En met nummer tien, de grote vedette, Gabriel Batistuta, ook wel de nieuwe Maradona genoemd. Maar dat moet hij eerst eens bewijzen, zo'n grootheid is er in Argentinië nog niet opgestaan.’
Maximiliano: 'De grootheid heeft anders wel weer wat op zijn kerfstok. Hij is vandaag tot twee jaar voorwaardelijk veroordeeld omdat hij met een geweer geschoten heeft op Argentijnse journalisten. Een wonder dat er niet een geraakt is.’
Emanuel kan de wedstrijd moeilijk volgen. In zijn hoofd is hij met zaken bezig.
'Ik heb in Argentinië een stukje grond met bomen beplant. Er zit echt heel veel geld in de houthandel. Als het een beetje meezit, kan ik over tien jaar beginnen met kappen. Ondanks de mierenplaag van vorig jaar.’
De commentator: 'De vleugelbacks van Japan zijn zeer aanvallend. Sensini loopt het gat dicht. Yamaguchi over de knie bij Simeone. Niks aan de hand, zegt de scheids. Lopez, Lopez met dat mooie linkervoetje.’
Er rolt een donder door de lucht boven Alkmaar. Even later volgt een flinke bui. Dikke druppels roffelen op het zeildoek waarmee Zucotti het terras overspannen heeft. De Argentijnen vluchten eronder. De barbecue sist luidruchtig. Met koeiehuid beklede barkrukken worden snel naar binnen getild.
Onder het zeil ontvouwt Emanuel zijn volgende toekomstplan.
'Ik wil ook een kippenbedrijf beginnen in Argentinië, voor de eieren. Als het goed is, krijg ik volgend jaar elektriciteit en stromend water. Argentinië is een land in opbouw, er is van alles mogelijk. We kunnen een wereldland worden, zoals vroeger.’
De druk op het Japanse doel wordt groter.
De commentator: 'Zanetti weer, Zanetti op Vivas. En jakkes, wat een vervelende overtreding op Nelson Vivas door Hidetoshi Nakata, de roodharige Japanner. Vrije trap vlug genomen, de Argentijnse pressie neemt toe. Daar is de kans, en goal, ja goaaaal! Gabriel Batistuta.’
De Argentijnen springen op en vliegen elkaar in de armen. Er wordt gedanst in de regen.
Julio: 'Dat is zijn kwaliteit, zijn klasse.’
Hans: 'Het zat er aan te komen in de laatste minuten.’
Maximiliano: 'Uitvoering negeneneenhalf.’
Emanuel: 'We hebben een dictatuur achter de rug. Grootgrondbezitters hebben nog grote lappen grond in bezit, zoals de koninklijke familie van Engeland met dertigduizend hectare. Die grond moet onteigend worden, er gebeurt niks mee. Ik zou er viskwekerijen beginnen. En er dan toeristen laten vissen. Tien dollar de man. Mensen zijn er dol op. De vangst mogen ze zelf grillen.’
In het midden van het zeildoek vormt zich een grote plas. Op verschillende plekken begint het te lekken. Iemand van de familie Mathies krijgt de volle lading als Zucotti de regenplas met een stok naar de rand probeert te drijven.
Argentinië opnieuw. De commentator: 'Even wordt daar de dekking vergeten. Absoluut geen buitenspel, want Soma stond er nog. Dat kan hij wel, Simeone, heel beheersd met de punt van zijn schoen.’
'Aiaiai’, zegt Julio.
Tegen het eindsignaal breekt de zon door. Het blijft 1-0. Zucotti ontsteekt opnieuw de barbecue. Er wordt gefeest tot laat in de avond.
De Nigerianen
Emeka zit alleen op de bank, hij zet zijn groene Nigeria-petje op en weer af. Het is leeg in zijn huiskamerrestaurant. Zaterdagmiddag is geen goede tijd voor een voetbalwedstrijd, zegt hij. De mannen zijn bij vrouw en kinderen, ze zijn boodschappen aan het doen. Bovendien, iedereen is 'pissed off’ en 'depressed’. Het 5-1 verlies tegen Nederland in de Amerdamse Arena was te erg. Het vertrouwen is weg, zegt Emeka. Nigerianen geloven niet meer in de Super Eagles.
In de zijkamer, ver bij de televisie vandaan, zitten Henry en Ikechuchukwu Nwangu, bijgenaamd Castro. Hij hàd kaartjes voor Frankrijk, maar die heeft hij na de slag in de Arena verkocht. Al zijn geld en tijd stak hij in het voetbal, hij zou zijn leven ervoor geven, zegt hij. 'I hate them.’
De wedstrijd tegen Spanje begint. De Nigeriaanse spelers dragen een zwarte rouwband, als eerbetoon aan de vorige week overleden dictator Sani Abacha. Emeka zit er niet mee. Goed, Abacha was een despoot, maar hij is wel de eerste Nigeriaanse leider die niet door een coup of een moordaanslag is afgezet, maar die 'gewoon dood is gegaan’. En dat is wel een rouwband waard.
Een biertje, een jointje, nog een biertje. Emeka volgt de wedstrijd vanuit zijn ooghoeken. Castro zou best wat te eten lusten. Emeka brengt een kom water om de handen te wassen en maakt in de keuken Egusi-soep klaar, met pounded yam. Castro neemt een paar happen en schuift dan zijn bord weg. Spanje heeft gescoord. Het is de tweede minuut. Hoongelach. Kanu speelt als een meisje, zegt Emeka. Keeper Rufai is een oude man, zegt Castro. En speler Yekini is zo oud, die is eigenlijk dood.
Emeka geeft een les Nigeriaanse voetbalpsychologie. 'Het verlies in de Arena heeft ons voorbereid op het ergste. Als we nu verliezen, is het minder erg, we hebben al een preview gehad. Niemand gelooft nog in winnen. Uit zelfbescherming. Winnen we toch, dan is het een verrassing.’
De les duurt precies twee minuten, dan scoort Adepoju 1-1. Emeka rent naar het balkon om de Bijlmer de Afrikaanse variant op 'Olé’ toe te zingen. Drie mobiele telefoons rinkelen, de thuisblijvers melden zich. Sommige Nigeriaanse spelers blijken toch wat te kunnen. Oliseh is een masterplanner, Amokachi 'the Bull’ is een held.
Spanje scoort weer, direct na de rust. Scheldpartijen in het Igbo, en af en toe wat Duits. 'Scheisse.’ Henry, de jongste van het stel, zit doodstil te lijden. Nog een jointje, nog een biertje. Castro poetst zijn gouden ringen en dut bijna in.
Totdat Lawal 2-2 scoort, en Oliseh even later 3-2. Henry begint weer te ademen, Emeka springt bijna van de achtste verdieping, trekt zijn kleren uit, rukt een Nigeria-shirt van de muur en trekt dat aan. Hij is weer Nigeriaan.
De laatste minuten van de wedstijd ondergaan de drie in stilte, hand in hand achter de bank. Pas na het fluitsignaal breekt het feest los. Emeka en Henry dansen op muziek van Bob Marley. Castro zet dezelfde cd nog een keer op en dicteert de gezongen woorden. Het gaat over God, geloof en vertrouwen. Voetbal is geloven, zegt Castro. Hij is een christen. Zijn dagelijkse gebeden hebben geholpen.
Een videotape gaat in de recorder. De wedstrijd Nigeria-Spanje. De drie mannen nestelen zich op de bank. De spanning is verdwenen, nu gaan ze voetbal kijken.
De Marokkanen
Dat grote clichés bij tijd en wijle niet te vermijden zijn, bewezen de media na de wedstrijd Marokko-Noorwegen. Overal zei en schreef men dat de Noord-Afrikanen hun 'gelijkspel vierden als een overwinning’. De Noren, toch een van de grote favorieten voor de wereldtitel (volgens de Marokkaanse pers), werden op 2-2 gehouden, maar het had net zo goed kunnen eindigen in een klinkende overwinning voor Marokko.
Als die keeper niet zo'n jandoedel was geweest.
Bang voor de bal, die man. De gelijkmaker van de Noren, de 2-2, was zijn fout.
Plotseling herinneren we ons het eigen doelpunt van de Colombiaan Escobar, die in 1994 verantwoordelijk was voor de 1-0 nederlaag van zijn team tegen de Verenigde Staten. Eenmaal thuis, vroegtijdig uitgeschakeld, werd Escobar doodgeschoten voor de ingang van een café. Omdat hij schuldig was aan de nederlaag.
In Marokko worden mensen opgesloten in onderaardse kerkers, vertelt Abdul (28). Ze kunnen daar niet staan. Sommigen zitten achttien jaar in zo'n cel, meters onder de grond. Als ze vrijkomen - als ze vrijkomen - zijn ze kromgegroeid.
Dat doet Koning Hassan, ja. Met mensen die hij niet mag.
Koning Hassan de Tweede is geen fijne koning. Het Marokkaanse volk gaat gebukt onder zijn leiderschap.
'Daarom lopen we allemaal een beetje krom, enigszins ineengedoken.’
Hassan lacht wel, maar hij is niet vrolijk.
'Voor de wedstrijd, de eerste wedstrijd van het WK, durfden we niet zo uitbundig te zijn. Niemand was echt optimistisch. De laatste oefenwedstrijd ging wel goed, het werd 1-1 tegen Chili, maar het elftal van 1986 was stukken beter dan dat van nu.’
Maar de stemming is omgeslagen. Uitbundigheid alom. Marokko juicht. Na een gelijkspel tegen een geduchte tegenstander. Door het wervelende optreden van een nieuwe volksheld, Hadji, die vrijwel in zijn eentje de Scandinaviërs zoek speelde.
Het is mooi om te zien: ze juichen. We juichen.
Niet alleen omdat het eerst 1-0 wordt, en later 2-1. We juichen niet alleen omdat dit gelijkspel aanvoelt als een overwinning, maar vooral omdat we durven juichen.
'Koning Hassan is de reden dat ik nu hier woon’, zegt Hassan. 'Ik kon daar niet blijven. Die voetballers, dat zijn mensen van het volk. Ze hebben allemaal wel een groot huis gekregen, maar ze blijven van ons. Hadji is niet van de koning. Hadji is van de mensen.’
En Hassan juicht nog een keer. Na het laatste fluitsignaal. Een gelijkspel. Hij viert het als een overwinning. Een persoonlijke triomf.
Wanneer we weglopen, de avond in, recht Hassan zijn rug. Hoofd omhoog, borst vooruit.
Rechtop, tegen de wind in. Trots.