Bij de tegenstander thuis (3)

De Nigerianen
De Nigerianen geloven er weer in, het restauranthuis van Emeka zit vol. Het wordt 2-0 tegen de Bulgaren, dat weten ze zeker. Castro draagt dit keer geen zwart pak maar een groen-wit sjaaltje. Hij zuigt een mango leeg, Emeka eet een patatje oorlog. Een ander rookt voor de gelegenheid Marlboro menthol, het pakje is groen-wit. In Parijs is de hitte intens, zegt de commentator van Eurosport. In de Bijmer ook.

Het volkslied. Als één man springen de twintig mannen op, rechterhand op het hart, en ze brullen vals mee. Voetbal is feest. In canon zingen ze: ‘Winners. We are the winners, we have come again, we must win again.’ Het klinkt als een opzwepende bezweringsrite. Nigeria verliest niet, zegt Castro. De reden: 'Jezus verliest ook nooit.’
Begint Taribo West te rennen, dan sprinten ze - pas op de plaats - mee. 'He’s a walking God.’ Sunday Oliseh, hij heet sinds de vorige wedstrijd Saturday, is 'the hottest’. Dan krijgt Adepoju een gele kaart. Belachelijk, de twintig bondscoaches uit de Bijlmer hebben zelf gezien dat hij geen overtreding maakte. Het beeldscherm behoedt de scheidsrechter voor klappen.
Goal. Ikpeba heeft gescoord, geholpen door Okacha en Amokachi. De Bulgaar Stoitchkov grijpt wanhopig naar zijn hoofd. Hij wordt uitgelachen. Dit is Afrikaans voetbal, zegt Henry. Sterk en aanvallend.
De Super Eagles gaan nu los. Ze dollen de bejaarde Bulgaren gek. Jay Jay Okacha voetbalt niet, hij danst. Balletje op de knie, in de nek, tussen de benen van de tegenstander door, beetje dribbelen. Afrikaans voetbal is humor. De Bijlmersupporters applaudisseren bij elke voetbalgrap. Nigeria, zegt Emeka, heeft voor elke tegenstander een ander spel. Hard tegen de Spanjaarden, 'slow, relaxed, easy’ tegen de Bulgaren.
Ajacied Babangida komt na de rust in het veld. Hij is de enige Hausa in het team en niet erg populair bij de supporters. Hij hoort bij de rijke, regerende klasse uit het Noorden van Nigeria. De andere spelers zijn Igbo’s en Yoruba’s, net als de Bijlmersupporters. Ze komen uit respectievelijk het Oosten en Westen. 'Hausa’s voetballen niet’, zegt Castro. 'Waarom zouden ze, ze zijn al miljonairs.’ Voetbal is geld, zeker in Nigeria.
Klokslag zeven uur slaan de supporters aan het bellen. Om alvast hun vrienden uit te nodigen voor het feest na afloop. De wedstrijd duurt nog zeker twintig minuten, maar de Nigerianen houden het voor gezien. De spelers op het veld ballen slordig en hautain de wedstrijd uit, keeper Rufai krijgt het zelfs nog even druk. Niemand die het ziet. De Bulgaren kunnen niet voetballen, zegt Emeka. De lol is eraf, zegt Castro. 'We hebben gewonnen.’ Waarom proberen de Nigerianen niet nog een keer te scoren, of in elk geval een tegendoelpunt te voorkomen? Castro kijkt niet-begrijpend: 'Het is 1-0, we hebben gewonnen.’
Hij zit inmiddels, broekriem los en gulp open, aan de maaltijd. Hij moet straks naar zijn 'designer’ in Almere. In Londen kocht hij een prachtige stof, wit met een werkje erin, en daar laat hij nu een Afrikaans feestgewaad van maken. De designer kan wachten, Castro moet eerst feesten. Bellend met zijn broer in Nigeria loopt hij door de Kleibergflat naar de ingang van de parkeergarage.
Daar, voor de deur van de avondsuper, dansen zeker tweehonderd Nigerianen op muziek uit autoradio’s. Igbo’s, Yoruba’s, Hausa’s en Benue’s, bijna elke bevolkingsgroep is aanwezig, en op deze avond zijn ze elkaars vrienden. Castro wordt onthaald als een vorst, links en rechts deelt hij felicitaties uit. Hij kijkt erbij alsof hij de Bulgaren hoogstpersoonlijk heeft uitgeschakeld. (joris van casteren)
De Argentijnen
De Alkmaarse Argentijnen kijken de wedstrijd tegen Jamaica ditmaal in de huiskamer van Ramona Quiroga. Emanuel, Maximiliano, Otto, César, Carlito, Mirta, Hans en Giovanni - iedereen heeft groot respect voor de gastvrouw. 'Ramona heeft origineel gauchobloed’, zegt Emanuel. Hij legt uit dat Ramona een regelrechte afstammelinge is van de alleroorspronkelijkste bewoners van Argentinië: de indianen.
De commentator op televisie: 'De Argentijnen zijn er op uit de tegenstander zo snel mogelijk op te rollen. Maar Simeone bereikt Batistuta telkens niet.’
In de huiskamer worden bezwerende formules gepreveld. De Argentijnen denken hiermee het spel gunstig te kunnen beïnvloeden. Vooralsnog wil dat niet lukken.
Dan worden de gebeden verhoord. De commentator: 'Daar komt Veron. Daar is de één-twee met Simeone. Ortega, goal.’
Het huis is te klein. Ramona gaat naar de keuken en keert terug met een dampend goedje: mate, een traditionele drank geserveerd in een uitgeholde kalebas.
Ramona behoort tot de Mapu Che-stam. Mapu Che betekent Mensen van de Aarde. De stam is onderverdeeld in negentien substammen. Ramona groeide op in de substam Rancul Che: Mensen van het Harde Gras. In de huiskamer staan beelden, potten en beschilderde schalen die de stam gebruikte. Op een plank in de stellingkast staart een houten gauchokop de kamer in.
Het blijft lang 1-0. In de rust vertelt Ramona haar levensverhaal. 'Toen ik nog een jonge squaw was brak er een tyfusepidemie uit. Mijn ouders lieten het leven. Ik ben naar Buenos Aires gevlucht, waar ik werd opgenomen in een pleeggezin. Later trouwde ik en uit angst voor het regime van generaal Jorge Videla ben ik met mijn man geëmigreerd naar Nederland. Na de epidemie is Videla een haatcampagne begonnen tegen de Argentijnse indianen. We mochten de eigen taal niet spreken, de traditionele kleding niet dragen en onze god niet vereren. Hij heeft ons verdreven naar dorre gebieden. Onze gifpijltjes hadden niets in te brengen tegen zijn mitrailleurs. Veel indianen zijn gedood of vermist. Pas vorig jaar heb ik mijn verdwenen zus terug kunnen vinden, ze lag op sterven.’
Vanuit Alkmaar zet Ramona zich in voor rechtvaardige behandeling van indianen, waar ook ter wereld. Ze is lid van diverse mensenrechtenorganisaties. Het bericht dat generaal Jorge Videla tijdens Argentinië-Japan is gearresteerd en in staat van beschuldiging zal worden gesteld, is een schrale troost. 'Er moeten er veel meer voor een internationaal tribunaal.’
De tweede helft is begonnen, maar historisch leed blijft de boventoon voeren. Ramona: 'Er werden plots kunstmatige grenzen getrokken. Een indiaan moest opeens een paspoort hebben om binnen zijn eigen gebied te reizen als dat toevallig in verschillende landen lag.’
De commentator: 'Ortega, Lopez, Ortega, daar is de twee-nul.’
De vreugde is van korte duur. Ramona: 'Argentinië is niet bereid haar indianen te beschermen tegen multinationals. De regering is onverdraagzaam, net als coach Passarella. Langharigen, oorbeldragers en homoseksuelen wil hij niet in zijn selectie.’
Batistuta tikt de derde binnen. De commentator: 'De beer is los. De reggae zwijgt, tango neemt de overhand.’
Ramona: 'Onze levensfilosofie is als volgt. De eerste schakel is de aarde. De tweede de mens. De derde is empathie. De vierde is compromis.’
Via de schakels God, Wind en Regen komt Ramona na een tijdje bij de eerste schakel. 'De cirkel is rond. Alle schakels in harmonie is het begin van waarachtig leven.’ Ramona heeft er geen moeite mee haar geloofsleer in de hooggeïndustrialiseerde Nederlandse samenleving vol te houden. 'Het compromis met de aarde kan ook gesloten worden op Hollandse klei.’
Batistuta scoort vier-nul. Vlak voor tijd vloeren de Jamaicanen een Argentijn in het strafschopgebied. Batistuta benut de strafschop. Een hattrick. Een zuivere. Drie keer in één helft, zonder dat een ander tussendoor scoort. (rinskje koelewijn)
De Marokkanen
'Marokkanen zijn gek. Heb je wel eens een Marokkaan gezien die op vakantie gaat? Dan gaat-ie uit Nederland naar zijn vaderland. In een bestelbusje. Eerst laadt hij zijn gezin in, plus een paar oma’s en opa’s. Dan koppelt hij een aanhanger aan. Daar legt-ie de mountainbikes op die hij hier heeft gekocht. Aftandse dingen, maar in Marokko een statussymbool van heb ik jou daar. Hij neemt zijn videorecorder mee. En zijn televisie. En de magnetron. Dat busje zit stampvol. Oma hangt uit het raampje. Ze zijn compleet gestoord, die Marokkanen. Die gasten nemen zelfs hun voordeur mee, en hun ramen. Om thuis te laten zien.
Ik ben geen racist. Het zijn gewoon andere mensen. Een kwestie van cultuur. Die van hen begrijp ik niet. Die is gewoon achterlijk. Achterlijker in ieder geval dan die van ons. Een voordeur op een aanhanger…’
Mustapha is een Algerijn. Ze noemen hem altijd 'Marokkaan’. Hij ziet eruit als iemand die Nederlanders een Marokkaan noemen. Maar Moessie heeft de pest aan Marokkanen. Dom volkje, vindt hij.
Hij krijgt de slappe lach als hij vertelt over de Marokkaanse familie die op reis gaat. Algerije heeft zich niet gekwalificeerd voor de eindronde van het WK. Toch?
Toch mag Moessie meekijken.
De nederlaag van Marokko is zijn schuld. Zegt Hassan. 'Algerijnen zijn gek.’
3-0. Drie-nul! Het is wat overdreven. En het is pijnlijk na die voortreffelijke 2-2 tegen Noorwegen, dat historische gelijkspel dat 'werd gevierd als een overwinning’. Een 3-0 nederlaag vier je niet zomaar als een overwinning.
Dat is Hassan met me eens. Hassan is mijn gids in Marokkaans-voetballand. Hij weet alles. Nou ja, veel. Net als Har. Harry is ook van Marokkaanse komaf, maar niet geïnteresseerd in dat WK. Harry, wat is dat nou voor een naam voor een Marokkaan?
Dat is zijn werknaam. Zijn pseudoniem.
De spelers van Marokko hebben Marokkaanse namen. Er zitten nauwelijks Berbers in het elftal.
Veel Marokkanen die in Nederland wonen zijn Berbers. Ahmed, Marokkaan maar geen Berber, weet: 'Berbers zijn boeren. Die worden uit een dorpje ergens in het Rifgebergte geplukt en verscheept naar het Sodom en Gomorra dat Amsterdam heet. Die wennen nooit aan Nederland.’
'Jullie snappen dat niet’, legt Ahmed uit. 'Jullie zijn hartstikke gek. Jullie zijn veel te aardig. En een beetje dom. Veel jongens hier lopen permanent vakantie te vieren. Er wordt goed voor ze gezorgd. Wat ze ook doen, jullie hebben altijd begrip. Die gasten weten niet hoe ze het hebben. Stelen ze iets in een winkel, krijgen ze een maatschappelijk werkster thuis die ze aanbiedt om een cursus te volgen of zo. Gratis.
Hun ouders zijn vaak Berbers. Dus van hen leren ze ook geen moer. Vader was varkenshoeder of zo, en die loopt door Amsterdam alsof-ie droomt. Maar die droom houdt nooit op. Bijna al mijn vrienden hebben ruzie met hun ouders. Ze begrijpen elkaar niet. Leven in werelden die elkaar nooit zullen raken. Het voetballen helpt daar niets aan. Denk je dat wij met onze ouders naar de wedstrijden kijken?’
Amsterdam-Oost. Javastraat. Klein Casablanca. We kijken met alleen maar jonge mensen naar die rotwedstrijd. Verlies tegen Brazilië was ingecalculeerd. De betrokken gezichten bewijzen dat we toch stiekem op een mirakel hoopten. Het wordt stiller.
'Even niet meer praten’, zegt Hassan.
Iedereen zwijgt. Het derde Braziliaanse doelpunt verdiept de stilte.
'Heb je wel eens Marokkaan op vakantie zien gaan?’
Mustapha krijgt weer de slappe lach. (rob van erkelens)