Bij de tijd

Vroeger had ik gewoon een papieren agenda. Je slaat de goede bladzij op en je ziet in één oogopslag wat je doen moet. Iemand wil een afspraak, je slaat de goede bladzij op en je ziet of je wel of niet kunt.

Maar nu heb ik een elektronische agenda. Als ik wil weten wat ik moet doen, zet ik hem aan. Als ik bof komt hij op vandaag en dan zie ik precies wat voor afspraken ik heb.
Handig, want ik kan veel meer tekst kwijt dan in een papieren agenda van hetzelfde formaat, dus ik kan erbij zetten wat ik doen moet, waar het is, waarover het gaat, wie er nog meer komen.
Als ik een nieuwe afspraak wil maken, moet ik naar de juiste dag, de juiste maand en het juiste uur. Ingewikkeld, maar het gaat. Soms heeft het ding een kuurtje, maar dat ligt ongetwijfeld aan mijn leeftijd.
Ik kan er ook een snoertje in steken en een back-up maken, prettig, want als alles plotseling zou verdwijnen, heb ik mijn bestanden nog. Ik kan er ook stukjes op schrijven, een adressenbestand opzetten, met een pennetje geschreven aantekeningen maken. Ik kan er een ander snoertje in steken en dan kan ik er mee faxen.
Zo te zien een ideaal instrument en ik ben geheel bij de tijd. Gedeeltelijk is dat ook zo. Er is echter één groot bezwaar: het duurt. Een papieren agenda sla je open. Dit doosje moet je eerst aanzetten, dan moet je opzoeken, dan moet je intoetsen.
De moraal: met je tijd meegaan kost zeeën van tijd.