Bij de val van een minister

Medium groene commentaar halbe

Nederland heeft de traditie om terug te kijken op voorbije kabinetten aan de hand van ‘sleutelmomenten’. Dat van Rutte III hebben we wellicht zojuist gezien. En wat een onvoorstelbaar gênant en pijnlijk moment is het. Niet alleen dat de minister van Buitenlandse Zaken loog voor een publiek van eerbiedwaardige partijgenoten en nóg eens loog en bleef liegen. En niet alleen dat de leugen zelf doet denken aan de patjepeeër die opschept over wat een vent hij is. Maar nog meer de reactie bij hemzelf en bij het kabinet toen hij eenmaal op de leugen werd betrapt.

Mark Rutte vindt liegen en bedriegen niet erg, zolang het door een VVD’er gebeurt

Van premier Mark Rutte moet je stilaan concluderen dat hij liegen en bedriegen niet erg vindt, zolang het door een vvd’er gebeurt. Hoe krijgt een minister-president die door zijn volk serieus genomen wil worden uit zijn mond dat Zijlstra met zijn leugen misschien ‘onverstandig’ is geweest maar nog steeds ‘geloofwaardig’ is omdat ‘de inhoud van het verhaal staat’? De onkreukbare ChristenUnie-voorman Segers, vaandeldrager tegen nepnieuws, en grondwetverdediger Ollongren, Alexander ‘hoog-te-paard’ Pechtold: allemaal sprongen ze stante pede voor een liegende minister in de bres. Pechtold voerde zelfs aan dat het ‘heel belangrijk’ was hoe ‘ruimhartig’ Zijlstra alles rechtzette. Voor de goede orde: dat ‘rechtzetten’ betrof een betrapte leugenaar die deed alsof het heel nobel is dat hij degene wilde beschermen wiens verhaal hij had gestolen. Pechtold zei ook nog dat Russen nu eenmaal nooit hun fouten toegeven – alsof dat er ook maar iets mee te maken heeft. Je zou zeggen dat deze politici een prachtige kans hebben gemist om hun mond te houden. Iets wat hun collega Klaas Dijkhoff – kennelijk behept met een scherper politiek gevoel – wél deed.

Het is fijn om te weten dat een minister van Buitenlandse Zaken – de hoogste diplomaat van het land en het gezicht van Nederland over de grens – nog valt over het vertellen van een keiharde leugen. Maar je moet ook vaststellen dat het niet eens afkeuring treft, niet eens stilte, als een opvolger van Van Hogendorp, Van der Stoel, Luns en die hele reeks anderen, ons land voorliegt dat hij uit de mond van Ruslands president diens voornemen heeft gehoord om allerlei buurlanden te veroveren. Het is op zichzelf ook al stuitend dat deze lichtgewicht überhaupt op deze plek zat. Een man die kennelijk dacht dat buitenlandse politiek zoiets is als in jongensboeken of James Bond-films: achter de snode plannen komen van de slechterik en die dan dwarsbomen. Natuurlijk zou Poetin graag een machtiger en groter Rusland zien; iedereen die een biografie over Poetin leest weet dat. En natuurlijk betekent dat niet dat hij stiekem een grote invasie voorbereidt van de voormalige Sovjet-Unie. Je zou hopen dat Zijlstra na een half jaar op BZ was uitgelegd dat de wereld niet een plek is vol geheimen en complotten, maar van belangen en invloed. Niet alleen hij lijkt daar de vinger niet achter te hebben, iedereen die beaamde dat Zijlstra’s ‘verhaal wel klopt’.

Zijlstra zei maandag onder meer dat Nederland niet bang hoeft te zijn voor ophef omdat ‘onze reputatie in het buitenland uitstekend is’. Het is een fluim van een opgeblazen ego dat geen idee heeft waar het zo losjes mee speelt: het gezicht van een land dat een traditie heeft van pedant moralisme en een blinde vlek voor zijn eigen tekort.