POPMUZIEK: Ed Sheeran

Bij Ed gaat alles vanzelf

Het is een geluid dat op festivals als Lowlands niet vaak wordt gehoord. Het roept associaties op met concerten van artiesten uit heel andere genres. Aan shows van vroeger de New Kids on the Block, iets later de Backstreet Boys en inmiddels Justin Bieber.

Het is een fascinerend geluid, dat van gillende meisjes. Het lijkt nooit geleidelijk op te komen, het ís er ineens, alsof iemand het simpelweg met een knop aan zette. Het is hoog, snerpend, schril, en dan opeens is het weer weg. Dan is de begroeting ‘Hi!’ of de vraag ‘How are you?’ beantwoord, en begint het volgende liedje. Einde gegil, begin meezang: het meisjeskoor.

Beide, het gegil en het koor van jonge meisjes, klonken dit jaar op Lowlands bij het optreden van een jonge singer-songwriter. Hij is een klein roodharig mannetje, hij komt uit Engeland en zijn naam is Ed Sheeran. Hij droeg op Lowlands een shirt in een kleur die niet sterker had kunnen contrasteren met zijn haar: oranje. Sheeran stond op de vrijdagmiddag in z’n eentje in de grootste tent. Een moeilijke tent (vrijwel onmogelijk tot de nok te vullen), een moeilijk tijdstip (een nog volstromend terrein, mensen die eerst bezig zijn met hun eigen logistiek). De Alphatent was afgeladen vol, en Sheeran bleek het type artiest te zijn dat met een volmaakte vanzelfsprekendheid op een podium staat. Dat een massa vasthoudt, ertegen praat alsof hij met ze aan een bar zit. Hij is de zanger die niet alleen weet dat hij entertainer moet zijn, maar dat ook wíl zijn. Zonder moeite, zonder bezwaar.

Hij mocht meespelen op de afsluiting van de Olympische Spelen en is inmiddels groot genoeg om in de Heineken Music Hall op te treden. En dat allemaal op basis van één album, zijn debuut +. Dat leverde hem twee grote hits op, Lego House en The A Team. Bij dat laatste nummer had hij op Lowlands genoeg aan voorzetten om van de tent een koor te maken. Het is een lichtvoetig album, dat +, volledig transparant in zijn invloeden. Op de eerste plaats is Ed Sheeran een singer-songwriter. Niet van de mompelende, wel van de lievige soort, al is hij duidelijk ook beïnvloed door de geregeld grimmigere Damien Rice, die zelfs in een van zijn teksten langskomt (‘I won’t stop till my name’s in lights/ At stadium heights with Damien Rice’). Zijn bijna negen minuten lange slot­nummer Gimme Love ademt in alles (sfeer, dictie, epische opbouw, effectieve herhaling) een liefde voor Rice: het is vrijwel exact de manier waarop die live zijn nummer Volcano laat ontsporen.

Aan de andere kant is Sheeran het resultaat van liefde voor hiphop, en dan met name op de manier waarop enkele jaren geleden Britse collega’s als Jamie T en Just Jack hem voorgingen: de charmante verhalenverteller, die ineens, in een popliedje, begint te rappen, alsof dat de enige manier is om die lap tekst er binnen een minuut of vier doorheen te jagen. En vervolgens weer verder zingen, met dezelfde vanzelfsprekendheid. Want wát Sheeran ook doet, het lijkt vanzelf te gaan – ook het worden van een ster.

Ed Sheeran speelt 20 november in de Heineken Music Hall, Amsterdam-Zuidoost (uitverkocht)