Essay 1: Volg de leider! Welke leider?

Bij gebrek aan beter

Miljoenen betogers op straat denken dat het maar om één ding draait: voor of tegen de oorlog. Achter deze vraag gaat echter een even essentiële schuil: wie is de leider? In militair én economisch opzicht kan daarover geen misverstand bestaan: de leiding berust bij de VS. In politieke zin zijn de verhoudingen minder eenduidig. Dagelijks steken nieuwe leiders uit het tweede echelon de kop op. Twee redacteuren van De Groene Amsterdammer werpen zich op het dilemma of Nederland zich moet voegen naar het Amerikaanse leiderschap. Zo ja, moet het dan nog enige invloed willen uitoefenen? En zo nee, wat zijn dan de gevolgen en hoe hoog is de prijs? Want zonder zinnige vragen geen zinnige antwoorden, ook als het om oorlog of vrede gaat.

Het kabinet-Balkenende bereidt zich voor op een oorlog in de Golf. Het demissionaire kabinet, en dan met name de CDA-ministers, heeft zich onbekommerd achter de Verenigde Staten geschaard. En de PvdA, vooralsnog de meest serieuze nieuwe regeringspartner van Balkenende, worstelt. Tegelijkertijd ziet het er niet naar uit dat de tweede resolutie, die de VS en Groot-Brittannië deze week in de Veiligheidsraad hebben gebracht, kan rekenen op de vereiste negen stemmen zonder veto. Dat zou betekenen dat militaire actie buiten de Verenigde Naties om zal plaatsvinden. Gezien het geschuif van de sociaal-democraten en de houding van de christen-democraten gaat Nederland die acties steunen. De enige volkenrechtelijke basis daarvoor is in dat geval VN-resolutie 1441, die rept van «ernstige consequenties» als Irak niet kan aantonen dat het niet over massavernietigingswapens beschikt of niet voldoende meewerkt met de VN-wapeninspecteurs.

Het was terugkijkend dus inderdaad een veeg teken dat het buitenlandse beleid vrijwel volledig afwezig was in de recente verkiezingscampagnes in ons land. Nu de nood werkelijk aan de man is, geeft regering noch parlement blijk van enige visie op de ontwikkelingen in de grote, boze buitenwereld. Een wereld waarvan exportland Nederland, met zijn economische kwetsbaarheid, zijn gebrek aan (militaire) hard power en zijn aan multilateralisme gekoppelde geloofwaardigheid, afhankelijk is.

Juist nu het anti-Amerikanisme hoogtij viert, is het pijnlijk dat die visie ontbreekt. Tijdens de onlangs gehouden massademonstraties bleek opnieuw dat menig Europeaan niet het regime van Saddam Hoessein als een bedreiging ziet, maar dat van George W. Bush. Dat ook aan gene zijde van de Atlantische Oceaan lang niet iedereen staat te trappelen om ten strijde te trekken, is inmiddels gelukkig tot het Europese continent doorgedrongen. Maar toch: sinds het aantreden van Bush is de waardering in de wereld voor de VS gekelderd. Dat bleek afgelopen december uit een Amerikaans onderzoek in 27 landen. In twintig daarvan is de weerzin tegen de VS de laatste twee jaar enorm gegroeid; niet alleen in moslimlanden, maar ook bij traditionele bondgenoten als Canada en Duitsland. In dat laatste land meent een op de twee burgers (54 procent) dat Bush een gevaar vormt voor de wereldvrede en 38 procent houdt hem zelfs voor gevaarlijker dan Saddam Hoessein.

Het kan verleidelijk zijn voor politici zich te laten meevoeren op de golven van dergelijke sentimenten, zeker als ze er niet al te best voorstaan. Bondskanselier Gerhard Schröders potsierlijke pose komt daaruit voort. Hij weigert dan ook mee te werken aan een oorlog en is met name vanwege die belofte herkozen, maar helpt de Amerikanen wel bij het vervoeren van hun in Duitsland gestationeerde troepen richting Golf.

Nederland vertoont de omgekeerde houding, en die is al even slecht onderbouwd. Nederland lijkt zich onder aanvoering van de demissionaire CDA-minister Jaap de Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken volledig te hebben overgegeven aan het aloude, onvoorwaardelijke Atlantische denken en schurkt kwispelend tegen de VS aan — een houding die herinneringen oproept aan het vervlogen kruisrakettentijdperk. De regering acht voor het voeren van oorlog een VN-resolutie «wenselijk», maar niet noodzakelijk. Daarmee — en met het sturen van Patriots en ondersteunend personeel naar Turkije, ondanks de hevige discussie in de Navo en zelfs het uitspreken van veto’s door België, Frankrijk en Duitsland — heeft Nederland gekozen voor een benadering die de buren niet waarderen. Er valt dan ook heel wat uit te leggen.

Er zijn goede redenen om een oorlog tegen Irak af te wijzen, en bijna even goede om hem uiteindelijk niet uit de weg te gaan. We mogen hopen dat die afweging op de desbetreffende Haagse departementen wordt gemaakt — dat er überhaupt een afweging wordt gemaakt, en dat op grond van onplezierige vragen. Wat zijn de risico’s voor de Irakese burgerbevolking? Wegen die op tegen het voortduren van Hoesseins bewind en de VN-sancties? Kan deze «tweede fase» van de strijd tegen het terrorisme tot meer terreur leiden? Zal het Midden-Oosten volledig ontwricht raken? Raakt Israël met zijn atoomwapens erbij betrokken? En Pakistan? Zal de strijd worden gevoerd met een helder VN-mandaat of trekken de VS er op uit aan het hoofd van een coalition of the willing? Wat betekent dat dan voor de legitimiteit van de Verenigde Naties? Wat zullen de gevolgen zijn voor de Navo en de Europese Unie, gezien de diepe verdeeldheid die er nog altijd heerst ten aanzien van de Amerikaanse politiek? Het zijn vragen die van groot belang zijn en die op zijn minst een stevige discussie verdienen. Maar het ergerlijke is dat ze door politici, als ze al worden gesteld, worden beantwoord op grond van vooraf ingenomen, politieke posities en zelden door een openlijke en diepgaande afweging van belangen. Zo wil de PvdA zich, bij monde van Wouter Bos, «niet laf verschuilen achter de VN», maar wil ze wel graag steun van de Veiligheidsraad, en dan liefst unaniem. Alstublieft, dank u wel, terwijl PvdA-buitenlandsecretaris Alvaro Pinto meent dat het partijcongres een tweede VN-resolutie niet per se nodig vindt om de oorlog te steunen. Kortom: er is geen touw aan vast te knopen.

Dat er oorlog komt, lijkt onvermijdelijk. Meer dan 150.000 Amerikaanse en Britse troepen bevinden zich al in de Golf regio. Op dit moment is oorlog nog slechts te voorkomen als Hoessein plaatsmaakt voor een «welwillender» regime, iets wat ongeveer net zo waarschijnlijk is als het onverrichter zake huiswaarts keren van de enorme Angelsaksische strijdmacht.

Het is voor Nederland echter van het grootste belang zich niet blind te staren op een eventuele deelname aan de gevechtshandelingen, maar nu al over de oorlog heen te kijken en zodoende — eindelijk — een realistische koers uit te zetten voor het toekomstige buitenlandse en veiligheidsbeleid.

Elke Nederlandse Realpolitik begint bij de vaststelling dat we geopolitiek gezien niet meer zijn dan een drassig hoekje in Europa. Misschien dat de Rotterdamse haven en Schiphol voor Duitse en Japanse industriëlen of voor Amerikaanse troepen op doorreis nog enig gewicht in de schaal leggen, maar voor het overige zal geen grootmacht bereid zijn grote risico’s te nemen om het Nederlandse belang te verdedigen. Oftewel: ons land kan het niet alleen, we hebben machtige bondgenoten nodig. Dat besef dient het uitgangspunt te zijn voor Nederland.

Nederland is kwetsbaar. We zijn voor onze welvaart afhankelijk van zo’n beetje alles wat grensoverschrijdend is: van export, van import, van een vrije stroom van talent, technologie en kennis. Daarom heeft Nederland belang bij een stabiele, vreedzame internationale rechtsorde. Die is idealiter het best benaderbaar als de Verenigde Naties hun gezag kunnen doen gelden. Nederland heeft bovendien zo vaak de vinger geheven en is zozeer behept met nobele ideeën over een betere wereld (we zijn nota bene gastheer van het Internationaal Gerechtshof, het Internationaal Strafhof en het Joegoslavië Tribunaal), dat onze geloofwaardigheid naadloos verbonden is geraakt met het welzijn van multilaterale organisaties in het algemeen en de VN in het bijzonder. Dus is het niet raadzaam een strijd te steunen die niet expliciet door dat lichaam wordt gesteund. Nederland zou daarom juist moeten benadrukken dat alleen actie tegen Irak kan worden ondernomen op grond van heldere Veiligheidsraads-resoluties in plaats van alle opties open te houden.

Een probleem is wel dat Irak de legitimiteit van de VN zeer heeft ondermijnd. Het is dan ook in het belang van Nederland naleving van resoluties af te dwingen. Oók waar het Israël betreft overigens, maar alleen met geweld als de Veiligheidsraad daartoe beslist.

Tegelijkertijd heeft Nederland om talloze redenen een groot belang bij goede relaties met de VS. De VS zijn een hypermacht, onverslaanbaar qua militaire en economische kracht, de enige overgebleven machtspool in de wereld en goddank een democratie. Zonder Amerikaanse slagkracht hebben de VN niets in de melk te brokkelen.

Hier stuiten we echter op een gevoelig probleem. Want met zijn uitspraak dat hij Irak hoe dan ook zal aanpakken, met of zonder mandaat van de Veiligheidsraad, heeft Bush de wereldgemeenschap voor het blok gezet. De Bush-doctrine — wie niet voor ons is, is tegen ons — verhoudt zich moeizaam tot het volkenrecht. Toch handelt Bush minder unilateraal dan werd gevreesd. Tot nog toe heeft hij de weg van de VN gekozen, en ook als hij uiteindelijk tegen de Veiligheidsraad ingaat, zal hij dat doen met een zo breed mogelijke coalitie. Tenslotte hebben de machtige VS dezelfde belangen als het hulpeloze Nederland: een open, stabiele en vreedzame wereld waarin het voordelig handeldrijven is. Een kapitalistische democratie, zelfs als die behept is met hypermacht, kan het zich niet veroorloven de wereld tegen zich te hebben.

Maar er zijn meer redenen waarom Nederland de VS nodig heeft. Osama bin Laden verklaarde al jaren geleden de oorlog aan de joden, aan de westerse «kruisvaarders» en aan de Verenigde Naties. Amerika mag dan in de ogen van apocalyptisch bevlogen terroristen de opper-Satan zijn, ook andere democratieën dienen te worden verdelgd. Europa, Nederland incluis, haalt daarover liefst de schouders op. Tekenend is de gelatenheid over het transport van Amerikaans oorlogsmaterieel over Nederlands grondgebied. Dat is een ongekend veiligheidsrisico, waarover in regeringskringen echter zo laatdunkend wordt gedaan alsof het een vracht aardappelen betreft. Het consequent op Defensie bezuinigende Nederland kan zich onmogelijk op eigen kracht beschermen tegen terroristische aanslagen.

Op de EU hoeft het ook al niet te rekenen. De Europese reactiemacht van zestigduizend man is van papier. Slechts Frankrijk en Groot-Brittannië, beide uit op een wereldrol die hun status ver overstijgt, hebben hun defensie-inspanningen de laatste tijd verhoogd. De rest van de Unie bezuinigt er op los alsof er geen al-Qaeda bestaat. Het is eigenlijk onvoorstelbaar: de VS liggen ver van potentiële brandhaarden en broeinesten van terrorisme af, en Europa grenst er zowat aan.

Nederland en Europa hebben de VS dan ook hard nodig vanwege die hard power. Dat bleek duidelijk ten tijde van de Joegoslavische oorlogen: met geen mogelijkheid kon Europa die stoppen zonder de Amerikaanse slagkracht. Dat het jaren duurde voordat president Bill Clinton zich volledig op de zaak stortte, en daarbij flinke tegenstand in het Pentagon moest overwinnen, was een teken aan de wand: sinds het einde van de Koude Oorlog is Europa niet meer van strategisch belang voor de VS.

Voor zijn boek Bush at War volgde de Amerikaanse journalist Bob Woodward president Bush honderd dagen op de voet. Hij beschrijft hoe Bush een maand voor zijn inauguratie een speciale veiligheidsbriefing kreeg, waarin «de groei van de macht van China op militair en ander gebied» als een van de drie grootste bedreigingen voor de VS uit de doeken werd gedaan. De andere twee waren Bin Laden en de toenemende proliferatie van massavernietigingswapens met het gevaar dat die in terroristische handen vallen. Die analyse, die Clinton al deelde, was voor de VS reden zich op het Midden-Oosten en de Pacific te storten. Europa kwam en komt in het verhaal niet voor.

Zo bezien is het een wonder dat de Navo nog bestaat. Sneuvelt die organisatie inderdaad in het huidige geopolitieke geweld (wat na de Koude Oorlog al vaker is voorspeld), dan heeft Europa een fors probleem. Dan is het contact met de Amerikaanse hard power voor eens en voor altijd verloren. Dan wordt het kiezen tussen twee kwaden: onbeschermd achterblijven of alsnog een Europese defensie uit de grond stampen, een exercitie die veel geld kost, geld dat dan onvermijdelijk wordt onttrokken aan de budgetten voor ontwikkelingshulp.

Aan de Amerikaanse militaire macht zal Europa hoe dan ook nooit kunnen tippen. Nu al besteden de Amerikanen zo’n tienduizend dollar per seconde aan defensie, en onlangs nog is aangekondigd dat die uitgaven met vijftien procent worden verhoogd. Dat geld kan beter worden besteed aan armoedebestrijding en ander «leuks» om het terrorisme in te dammen.

De laatste tijd blijkt nóg een nadelig gevolg van Amerikaanse verwijdering van de Oude Wereld: de Europese haringen springen weer uit de ton. Frankrijk gedraagt zich ongevraagd als Europese leider met zijn van eigenbelang doordesemde anti-Amerikaanse opstelling. Duitsland bewandelt sinds heel lang geleden weer een Sonderweg. De Britten schuilen als vanouds onder de Amerikaanse paraplu. De kleinere machten gaan elk huns weegs, met als bizar hoogtepunt het veto van België in de Navo, waarmee en passant de Benelux ten grave is gedragen. Een jaar geleden was Nederland in Europa nog een grote onder de kleintjes, nu ligt het angstig ingeklemd tussen twee yankee bashing states, waarmee het is verenigd in een politieke en economische unie die schudt op haar grondvesten.

Daarop heeft Nederland geen antwoord; het ontbreekt over de hele linie aan visie. Het kabinet-Kok deed uit alle macht mee met de Navo-oorlog om Kosovo, die volkenrechtelijk niet in de haak was. Door hetzelfde kabinet werd op blamerende wijze geschutterd met steun aan die ene Amerikaanse oorlog die nu juist wél door de VN was gesanctioneerd. De strijd tegen de Taliban en al-Qaeda in Afghanistan had niet alleen de goedkeuring van de Veiligheidsraad, maar van vrijwel alle landen in de Algemene Vergadering van de VN, dat wil zeggen van zo’n beetje de hele wereldgemeenschap.

Nu de geloofwaardigheid van diezelfde Verenigde Naties op het spel staat — en er tegen Irak een oorlog in de maak is die geweldige risico’s oplevert en die door het ontbreken van bewijs voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens nauwelijks gelegitimeerd is — is Nederland bereid zonder helder mandaat ten strijde te trekken. Het is de wereld op zijn kop, en daar wordt een kleine democratie als de Nederlandse duizeliger van dan goed voor haar is. In deze ellendige situatie rest Nederland niets anders dan het bedrijven van een realistische politiek, al is het maar om in de toekomst nog mogelijkheden te hebben zijn idealisme krachtig uit te dragen. Door uit alle macht te proberen de transatlantische banden te verstevigen. Door de EU onophoudelijk duidelijk te maken dat de Amerikaanse belangen die van Europa nauwelijks ontlopen. Dat het zonder de Amerikanen kwaad kersen eten is met de wereld. En door de Amerikanen te helpen de multilaterale steun van de VN te verwerven zonder welke ook zij als handeldrijvende democratie niet kunnen.

Je kunt nog zo’n hekel hebben aan het Bushisme, als Nederland maar een cent geeft voor zijn eigen heil, is er geen andere realistische optie dan het Amerikaanse leiderschap te aanvaarden zolang Bush op zijn beurt de Verenigde Naties als hoeder van de internationale rechtsorde accepteert.