Zomerlezen: De mannenleeslijst (3)

Bij het vuur van de lucifer

Frank Wheeler is een man zonder roeping én een man die zichzelf niet onder ogen kan komen. In Richard Yates’ Revolutionary Road betekent de misvatting van mannelijkheid het einde van een huwelijk.

Kate Winslet en Leonardo DiCaprio in Revolutionary Road van regisseur Sam Mendes © UPI

Suburbia is geen plek. Suburbia is een idee. Suburbia is het geloof dat de werkelijkheid op afstand kan worden gehouden. De protserige maar ook lieflijke witte huizen met tweedeursgarages, de iedere avond na zonsondergang bewaterde gazons waarover de volgende dag weer kinderen stuiven met in hun armen al het speelgoed dat hun hartje begeert. De realiteit die op afstand wordt gehouden is de harde werkelijkheid van de grote stad, die plek waar de mensen voortjakkeren en waar het gevaar op iedere straathoek loert. Maar een op afstand gehouden werkelijkheid is niets anders dan een nieuwe werkelijkheid waarin een gapende leegte is ontstaan. Het is die leegte waarin Richard Yates in Revolutionary Road (1961) de ontrafeling van het huwelijk van Frank en April Wheeler situeert.

Eind twintig zijn ze, Frank en April, en een knap stel. Hij heeft een paar jaar eerder Europa bevrijd en is er zonder noemenswaardige kleerscheuren vanaf gekomen. Zij is door tantes opgevoed omdat het leven van haar ouders te vol of te leuk was om op te geven voor zoiets prozaïsch als de zorg voor een kind. Zelf hebben ze twee kinderen. De eerste te jong gekregen, de tweede als om zich ervan te overtuigen dat de eerste geen fout was.

Langzaam maar zeker is het besef ingedaald, het besef dat dit het is – wat dit ook moge zijn. De vrijheid en de dromen die ze ooit kortstondig koesterden, zijn gaan behoren tot een verleden waarin ze zichzelf nog maar amper herkennen, het heden is een uitgestrekte vlakte vol onmogelijkheden en aan de toekomst valt al lang geen hoop meer te ontlokken. Ze vinden elkaar in een vaag gevoel van superioriteit. Ze stralen een soms bittere minachting uit voor alles om hen heen. Te midden van al die banaliteit dichten ze zichzelf innerlijke levens toe die eindeloos veel rijker en gelaagder zijn dan die van hun buren. Wat ze ook zijn, ze zijn niet als hen.

Het jaar waarin Frank dertig wordt, is het jaar waarin alles wat als een lavapoel suddert en bubbelt in het huwelijk van de Wheelers tot uitbarsten komt. (‘Kijk naar jezelf! Kijk naar jezelf en zeg me met welke – ze gooide haar hoofd in haar nek, de grijns van haar tanden glinsterde in het maanlicht – met welke verbeeldingskracht jij jezelf een man kan noemen!’) Voor de een volgt een stormachtige verzoening met het lot, voor de ander een niet minder dramatische weigering datzelfde te doen.

De grote tragedie van Frank Wheeler is niet dat hij op zijn dertigste verjaardag aan de rand van een midlifecrisis staat, dat hij vreemdgaat met een secretaresse of dat hij voorvoelt langs welke voorspelbare wegen zijn leven zich dreigt voort te zetten. Hij doet iets vaags bij hetzelfde bedrijf waarvoor zijn vader ooit colporteerde, een grap waarvan alleen hij de lol inziet. ‘Zijn baan was het minst belangrijke in zijn leven, hooguit ironisch ter sprake gebracht.’ Hij had weloverwogen werk uitgekozen dat hem nooit zou kunnen definiëren. Werk waarvan hij altijd zou kunnen zeggen dat het het saaiste was wat je over hem zou kunnen vertellen. Een betrekking waar hij ’s ochtends zou kunnen binnenwandelen om bij het inklokken zijn verstand op nul te zetten en waar hij aan het einde van de dag weer ongeschonden naar buiten kon lopen.

Hierin schuilt de grote tragedie van Frank Wheeler. Hij is niet alleen een man zonder roeping, daarbovenop heeft hij ervoor gekozen om niets die leemte te laten vullen. Een man als Frank wordt geacht zijn eigenwaarde aan zijn werk te ontlenen, maar hij is zich te zeer bewust van de absurditeit van die vraag. Als hij ergens trots aan ontleent dan is het aan het besef dat hij géén trots aan zijn werk ontleent. Het is de minachting voor zijn werk die hem houvast biedt, die hem in staat stelt zichzelf te zien als iemand zonder illusies. Wat het allemaal zo verschrikkelijk pijnlijk maakt is dat wat Frank zelf voor een gebrek aan illusies houdt, neerkomt op een veel grotere ontkenning van zijn situatie. Hij is iemand die zichzelf niet onder ogen wil komen. ‘Door specifieke doelen te vermijden had hij bepaalde beperkingen vermeden.’

Yates vertelt een simpel verhaal over hoe mensen samen alleen zijn. Vanaf de eerste scène, waarin Frank getuige is van de dramatisch verlopen première van een amateurtoneelvoorstelling waarin April de hoofdrol vertolkt, is duidelijk hoe ongelukkig de twee hoofdpersonen zijn. En al snel wordt ook helder hoezeer ze dat elkaar kwalijk nemen.

Heel even stroomt er zuurstof naar binnen, wanneer hun gedeelde verlangen om te ontsnappen een uitweg vindt in een plan om met het hele gezin naar Parijs te vertrekken. Europe in the fall, voorgoed. Het is Aprils idee. Zij ziet hoe het kan lukken. Ja, het zal zwaar zijn. Maar het kan.

Frank Wheeler stelt zijn ambities telkens een beetje naar beneden bij

Ze heeft overal over nagedacht: zij kan met haar steno een betrekking vinden op de ambassade of bij een van de vele internationale organisaties. En dat betekent dat hij eindelijk de ruimte zal hebben om zichzelf te ontplooien. Om de man te worden die ze beiden altijd in hem hebben gezien. Om zichzelf te worden. Hij is geen kunstenaar of schrijver of iets van dien aard, maar zoals April opmerkt als hij haar daarop wijst: ‘O, Frank. Denk je werkelijk dat kunstenaars en schrijvers de enige mensen zijn die recht hebben op hun eigen leven?’

Ze ziet haar man: vrij geboren, maar overal geketend. Dat wat haar drijft is niet helder en eenduidig. Haar bewondering voor Frank en dat wat ze hem gunt, lijken oprecht. Maar het plan is net zo goed ontsproten aan haar eigen verlangen om te ontsnappen aan haar benauwde bestaan als huisvrouw. Waar hij naar Europa zou gaan om zichzelf te ontdekken, zou zij erheen gaan om eindelijk deel van de wereld te worden.

Yates laat er geen moment twijfel over bestaan hoe ijdel hun hoop is. Niet of het ze lukt maar hoe het ze niet zal lukken is de vraag die de plot voortstuwt. Waar het uiteindelijk allemaal op stukloopt? Er is een ongeplande zwangerschap die roet in het eten gooit. Maar dat is niet de werkelijke reden. Die zwangerschap is het noodlot dat toeslaat, maar het is Frank die dat noodlot en de uitweg die dat hem biedt, omarmt. Hij is het die terugdeinst voor de afgrond. Hij verpakt zijn lafheid als moraliteit, en hoewel April dat doorziet, geeft ze zich uiteindelijk gewonnen.

Hun gezamenlijke falen is niet los te zien van hun onderlinge verhouding als man en vrouw. Haar opofferingsbereidheid is echt, maar het zou ook haar eigen bevrijding betekenen en het zou hem dwingen een nieuwe rol voor zichzelf te vinden als hij niet langer de kostwinner van het gezin is. Frank deinst niet terug voor het avontuur zelf, maar voor de eventuele gevolgen voor zijn positie en zelfbeeld als man. Yates laat het hem voortdurend bijna denken, maar het zijn de Campbells, een bevriend stel, die het een paar uur na het horen van de plannen van de Wheelers hardop uitspreken: ‘Wat voor halfzacht idee is het dat zij hem zal onderhouden? Ik bedoel wat voor soort man is daartegen bestand?’

Richard Yates © Jerry Bauer / Norstedts Förlagsgrupp AB

Revolutionary Road gaat over veel meer dan alleen mannelijkheid, en toch is het dat wat impliciet steeds onder het vergrootglas ligt. Het zijn kleine dingen. Hoe hij aan een tuinpad werkt dat hij nooit zal afmaken en hoe hij halverwege stilvalt en geniet van de mannelijke aanblik van zijn gespannen beenspieren. Hoe hij het fysieke werk als mannelijk ervaart en hij kijkt naar zijn huis en het groene tapijt eromheen. ‘Het fragiele witte heiligdom van de liefde van een man, zijn vrouw en kinderen.’ Hoe hij bij het opsteken van een sigaret in het donker zijn gezicht in een viriele plooi probeert te leggen omdat hij weet hoe het vuur van de lucifer een dramatisch beeld genereert. Hoe hij zijn vreemdgaan wijt aan het idee dat zijn mannelijkheid in het gedrang kwam toen April een abortus zei te overwegen. Een aperte leugen. Iedere gedachte die hij over die abortus heeft komt voort uit het vage besef dat die de net herwonnen status quo binnen zijn huwelijk opnieuw in gevaar zou brengen.

Als het allemaal achter de rug lijkt komt hij er schijnbaar herboren uit vandaan. ‘Als we dat nu eens mijn zaak laten zijn’, zegt hij resoluut, telkens wanneer April hem nog iets voor de voeten werpt. ‘Er school nieuwe volwassenheid en mannelijkheid in het vastberaden gezicht dat hem vanuit de spiegel toeknikte.’

Frank Wheeler is geen dappere man, Frank Wheeler is een man die zijn zelfrespect probeert te redden maar die terwijl hij dat doet alles en iedereen om hem heen in de steek laat. Hij stelt zijn ambities telkens een beetje naar beneden bij, zonder het zelf door te hebben. Hij schikt zich zonder daarover eerlijk tegen zichzelf te zijn. Wat hij als zijn eigen mannelijkheid ervaart deint mee op zijn emotionele grillen.

Yates kijkt hier en daar vanuit een van de bijfiguren naar de Wheelers, maar uiteindelijk is het perspectief van Revolutionary Road bijna altijd het perspectief van Frank. Toch blijf je met een ander gevoel achter. Je blijft achter met het gevoel dat Yates het verhaal van April heeft verteld via de egocentrische blik van Frank. Het is zijn man-zijn dat de grenzen van haar mens-zijn bepaalt. In deze roman over een man die strijdt tegen de leegte van zijn leven schuilt een roman over een vrouw die het onderspit delft wanneer ze zich verzet tegen het patriarchaat. Frank is het noodlot dat April treft. De man is het noodlot van zijn vrouw.


Je wordt niet als man geboren

De samenleving dreigt dusdanig gefeminiseerd te raken dat de tijd ons rijp lijkt om het inderdaad maar eens over mannen te hebben. Je wordt tenslotte niet als man geboren, maar tot man gemaakt, om Simone de Beauvoir te parafraseren. De omlijning van mannelijkheid lijkt anno 2019 op drift geslagen; in oude en nieuwe literatuur gaan we op zoek naar verklaringen, perspectieven, liefde. Welke idealen van mannelijkheid liggen in klassiekers besloten? Wat zijn de verschijningsvormen van ‘de echte man’, wat zijn zijn obsessies, valkuilen, aspiraties? Komende weken herlezen we onder meer Karakter van Bordewijk, Notes of a Native Son van James Baldwin en Brief aan mijn vader van Kafka.