Bij nul beginnen

Mondriaan had niet ‘de uiterste consequentie’ getrokken, vond hij, dus begon Ad Dekkers maar zelf abstracte reliëfs te maken.

DE BEDOELING was dat je, oog in oog met een reliëf als Eerste fase van cirkel naar vierkant, precies kon zien wat daar gebeurde. Het is een cirkel die in oorsprong bestaat uit twee lagen spaanplaat van ieder iets meer dan een centimeter dikte. Van de bovenste ronde plaat is vervolgens aan de onderkant het eerste segment weggehaald. Als dat aan alle vier kanten zou zijn gebeurd, was er van de oorspronkelijke cirkel het ingeschreven vierkant overgebleven. Nu zien we van die transformatie alleen de suggestieve eerste fase, uiteindelijk afgegoten in mat wit polyester zodat er geen spoor van handwerk overbleef en het ding koel en perfect en objectief was geworden. Het begin van het vierkant, in de cirkel, wordt niet eens door een getrokken lijn aangegeven maar door de discrete schaduw tengevolge van het kleine hoogteverschil tussen de twee lagen van het reliëf.
Het werk is een beschouwelijk stil moment in een verloop van vorm naar vorm: er is de onderste laag van de cirkel en daarop zien we, als tweede laag, het eerste begin van een vierkant verschijnen. Die ene lijn van grijze schaduw (in het vlakke licht waarin zich oppervlak en omtrek van de cirkel aftekenden) was precies voldoende formele interventie, vond Ad Dekkers, om zichtbaar te maken wat hij wilde beweren. De vormgeving van kunstwerken moet helder en overzichtelijk zijn en zo simpel mogelijk. Objectief was het woord toen.
Ik zie hem nog zitten praten: ernstig, gedreven, met donker brandende ogen. ‘Mondriaan heeft toch niet helemaal de uiterste consequentie getrokken’, zei hij dan. 'De optische werking van rood en geel en blauw is zo dat rood krachtiger is dan blauw en dus, voor ons gevoel, ons oog sterker raakt.’ Omdat bij Mondriaan alle kleuren, wat ook hun visuele kracht is, in hetzelfde vlak lagen, vond hij die schilderijen eigenlijk te illusionistisch. Begin jaren zestig begon Dekkers daarom zelf abstracte reliëfs te maken waarin bijvoorbeeld een rode rechthoek inderdaad vóór kwam te liggen op de donkere kleuren. Het illusionisme van Mondriaan werd op die manier concreet gemaakt en als het ware gecorrigeerd. Dekkers sprak over zulke dingen met een bijna ontwapenende onschuld. We moeten ook niet vergeten, denk ik, dat in die jaren de status van Mondriaan toch veel minder was dan nu. Dat er nieuwe Amerikanen waren als Pollock begon net te dagen. De grote meester van de moderne kunst was vooral Picasso en juist van diens vlotte zwierigheid begonnen jonge kunstenaars als Ad Dekkers genoeg te krijgen. Weer bij nul beginnen was het devies. Onder alle artistieke schwung weer een oorspronkelijke zuiverheid opgraven - en daarbij was Mondriaan met zijn gevoelige strengheid minder de meester dan eigenlijk de bentgenoot met wie je nog kritisch kon discussiëren. Met Mondriaan bijvoorbeeld kon je goed spreken over hoe streng en consequent je moest zijn.
Zo kreeg Dekkers later in 1968 de beschikking over een nieuw materiaal: geanodiseerd aluminium met een prachtige zilvergrijze glans. Daarmee kon hij de witte polyester versie van Eerste fase van cirkel naar vierkant verfijnen en verbeteren. Van een dunne, ronde plaat van dat aluminium kon langs de horizontale lijn die het begin van het vierkant aangeeft het onderste segment naar voren worden gebogen (hoek vijftien procent). De transformatie wordt zo zichtbaar met minder materiële omslachtigheid: alleen door het verschil van licht op het naar voren geknakte segment en de rest van de cirkel.
Zo verliepen de experimenten. Het ene veroorzaakte het volgende. Hoe kun je met zo weinig mogelijk iets maken dat in zijn zeggingskracht toch compleet is? Maar het indrukwekkend mooie aan de kunst van Dekkers is dat hij zich verre heeft kunnen houden van theoretische scherpslijperij. Al zijn werk lijkt zorgvuldig geconstrueerd maar kwam vooral voort uit intense visuele ervaringen. Voordat het kon en wilde gemaakt worden, had hij de omfloerste vorm van de aluminiumversie van Eerste fase al gezien door lang en geduldig te kijken naar het zwaardere reliëf in polyester. Hij zag de tweede, lichtere versie daarin schemeren - zoals een jongen kijkt naar het wonderlijke schommelen van een plank in de zacht golvende rivier.
De kunst van Dekkers is helder (zoals hij wilde) en tegelijkertijd subtiel dubbelzinnig (wat hij niet uit de weg ging). Kijk naar Vierkant en vierkant in overgang. Dat zijn twee identieke vormen van zilvergrijze aluminium buizen: een rechthoek plus een driehoek (zeg een huisje) die zodanig van de zijkanten in elkaar geschoven zijn dat er in een vierkant een ruit ontstaat (of, denk ik, een vierkant in overgang). Omdat het ene element in het samenkomen achter het andere langs schuift, komt links de punt van de ruit achter de rand van het vierkant uit en rechts ervoor. Het lijkt alsof de ruit ietwat labiel en scheef in het vierkant hangt. Bovendien zijn de buizen ook niet gewoon lijnen. Met hun dikte (en visueel gewicht) van zes centimeter en hun fijne glans lijken ze eerder op ijle volumes.
Ik ben erbij geweest toen het werk tegen een witte wand werd gehangen en in helder licht. De eenvoudige constructie werd een spektakel en een oogstrelende schommeling van een ruit en vier driehoeken in een vierkant waarvan de rand diffuus glanst. In kunst kan met bijna niets eigenlijk alles: voor wie wil kijken.

PS Ad Dekkers trad begin 1974 uit het leven. Hij was een inspiratie voor zeer velen en een kunstenaar van het zuiverste water. Ik wacht op een nieuwe retrospectieve in een groot museum zodat ook de jongeren hem niet zullen vergeten.