Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool

Als de Antilliaanse Donald zich beperkte tot toneelspel, tot doen alsof hij van niets weet wanneer ik hem staande houd op de gang en hem vraag wat hij aan het doen is, waarom hij niet in de les is; als het alles was, dat veinzen van ergernis over mijn gebrek aan vertrouwen in hem (natuurlijk loopt hij niet alleen maar heen en weer over de gangen, hij is nu op weg naar het lokaal); ja, als het zich daar allemaal toe beperkte, was ik over deze Donald, een lange, vijftienjarige jongen, al uitgepraat. Maar daar beperkt het zich niet toe.

Er is, zoals ik vorige week schreef, ook die glazen blik in zijn ogen. Ogen die niettemin lijken te branden, een blik waarmee je geen contact krijgt maar die iets broeierigs verbergt, en er is die houding van ’m, die kaarsrechte houding, die houding van een jongen die wel ergens staat of loopt, wel ergens is, maar of dat nu op het schoolplein is of op de gang of op de noordpool, dat valt niet van ’m af te lezen, en dat valt ook niet op te maken uit die glazen blik: de houding en de blik van een jongen die niets met zijn omgeving heeft. Ik kan me niet herinneren dat me dat ooit eerder bij iemand is opgevallen. Maar bij Donald is het overduidelijk – en het heeft iets griezeligs.

Nu heeft Donald op school één vriend, de Marokkaanse Adil. En ook hier, zoals meestal in vriendschappen of verliefdheden, is dat wat de vonk heeft doen overspringen eenvoudig dat beide partijen ongeveer even gek zijn. Het is anders wel erg toevallig dat juist deze Antilliaanse jongen en juist deze Marokkaanse jongen vriendschap gesloten hebben, twee jongens aan wie je onmiddellijk ziet: die moet je niet op een school hebben rondlopen, daar komen brokken van.

Adil is even lang als Donald, getweeën zijn zij zo ongeveer de grootste jongens van de school, en net iets ouder dan de rest, beiden hebben een klas overgedaan, beiden zijn naar ons toe gestuurd door collega’s die in een ander gebouw, op een andere afdeling van onze grote school werken. Hoewel het woord collega’s, zoals ik al eerder schreef, in dit verband wat wrang aandoet: collega’s immers zadel je niet op met dit soort problemen alleen maar omdat je er zelf zo snel mogelijk vanaf wilt, hoezeer ik dat laatste ook begrijp.

Een Antilliaan en een Marokkaan. Bij ons op school zijn dit «nationaliteiten» die nauwelijks met elkaar optrekken, integendeel, die gemakkelijk ruzie krijgen, elkaar graag voor aap of kutmarokkaan uitmaken, elkaar op z’n best met rust laten. Niet in het geval van Donald en Adil. Adil was een maand of twee weg, ik hoor van een collega dat hij in de gevangenis heeft gezeten wegens een valse bommelding, maar nu hij zijn straf heeft uitgezeten is hij weer terug en houdt hij Donald gezelschap tijdens het banjeren door de school. Ook Adil is maar zelden in de les. Ik vind Adil overigens niet onaardig, er valt best met hem te praten want er zit nog iets van goede wil in hem, ook al voel je dat ook hij niet te vertrouwen is. Maar van Adil denk ik nog dat het goed zou kunnen komen, dat hij iets zou kunnen leren en werk zou kunnen vinden, al denk ik niet dat hij veel kans van slagen heeft zonder intensieve begeleiding. De jongen zou iemand moeten hebben die hem dagelijks bezoekt, de dag met hem doorspreekt, hem op de voet volgt. Zijn ouders hebben er niks van gebakken, Adil heeft nu een toegewijde mentor nodig, maar aangezien dergelijke intensieve hulpverlening bij mijn weten niet bestaat, komen we Adil binnen nu en vijf jaar als veelpleger tegen.

Donald ondertussen ís bij ons op school al een veelpleger. Behalve dat hij vrouwelijke docenten zo het hem uitkomt kwaad weg lopend voor kankerhoer uitmaakt, molesteert hij ook medeleerlingen. Eerst kreeg ik een klacht van de kleine Turk Ersin, die bij mij in de klas zit, dat Donald hem iedere dag sloeg en trapte. Ik keek daarvan op. Meende Ersin dat nou? Hoelang was dat al gaande? Ik liep onmiddellijk naar Donald toe, loop jij maar even met mij mee, en hij deed dat ook, al liet hij niet na te protesteren en verontwaardiging te veinzen, wat was er aan de hand, waarom moest hij mee, et cetera. Ik leverde hem af bij de directeur, die het maar moest oplossen. Opgelost is er niets want inmiddels is de Nederlandse Iris, die ook bij mij in de klas zit, nadat ook zij door Donald was geslagen en getrapt door haar moeder per direct van school gehaald en naar een andere school gebracht. Iris, zeg ik er wel bij, had bij ons op school al een reputatie gepest te worden, en niet alleen door Donald, maar zo geslagen en getrapt was zij toch niet eerder. Ik denk niet dat Adil lang bij ons op school zal blijven, dankzij zijn veroordeling komen we vermoedelijk gemakkelijk van hem af, maar Donald zou hier best nog een tijd rond kunnen lopen, met die houding van op de noordpool tussen een stel eskimo’s terecht te zijn gekomen.