Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool

Zo’n heel slecht jaar als dit, het zet je aan het denken. Misschien ook omdat het jaar, het schooljaar dan, zijn einde nadert, dat ik de neiging heb de dingen op een rijtje te zetten. Wat ging er dit jaar fout? Wat ging er goed? En hoe moet je een praktijkschool nu eigenlijk inrichten?

Ik heb hier veel over de leerlingen geschreven, dat is ook wat ik als mijn taak beschouw, maar nu de lezer deze leerlingen kent, een beeld heeft van praktijkschoolleerlingen, nu vind ik dat ik ook wel iets mag zeggen over wat je deze kinderen op school zou moeten laten doen, ja wat een school voor deze leerlingen zou moeten betekenen.

Onze leerlingen zijn tweede-generatie- allochtonen, aan hun ouders hebben ze niet veel. Ik chargeer een beetje, die ouders kunnen heel zorgzame ouders zijn, maar ze voeden hun kinderen niet op zoals wij het zouden doen. Die kinderen krijgen te eten en hebben een dak boven hun hoofd. Verder moeten ze het zelf maar uitzoeken, en de school – vinden de ouders – moet daarbij helpen.

Ik vind dat ook, trouwens, de ouders kúnnen vaak niet eens helpen, ze zijn daarvoor te beperkt en weten te weinig van Nederland. Te veel van deze ouders verliezen ook de macht over hun kinderen, meestal de jongens, als die wat ouder worden. Die gaan dan spijbelen en op straat hangen en het slechte pad op. Als de ouders ze niet bij kunnen sturen, moet de school dat doen. Waarom niet?

Wij hebben op onze praktijkschool het Nieuwe Leren ingevoerd, het is een drama geworden. De kinderen kregen een vrijheid en verantwoordelijkheid die ze niet aankonden. Projecten prima – maar je zult die even gestructureerd moeten aanbieden als de reguliere lessen. Deze kinderen willen horen wat ze moeten doen, punt uit.

Ze moeten wel doen, vind ik, wat ze kúnnen, en wat ze, omdat ze het kunnen, ook leuk vinden. Nabila moet vooral veel achter de naai machine zitten, Jacob moet fietsen repareren, Jelena misschien iets met haar en make-up. Deze kinderen moeten op school de kans krijgen hun zelfvertrouwen te vergroten. Als kinderen beter in hun vel komen te zitten, gaat alles makkelijker, ook de dingen waar ze minder zin in hebben maar die ze toch ook moeten doen. Als je je onderwijs zo inricht, heb je al minder spijbe lende en overlast veroorzakende jongens op straat.

De ouders van deze kinderen moet je bij de school betrekken. Daar moet enige dwang achter zitten. Laat ze aan het begin van het schooljaar een contract tekenen, ze ondertekenen dan de schoolregels. Zij, en hun kind. Als hun kind dan toch te laat komt, of zich misdraagt, kun je direct bellen en zeggen: maar dit was niet de afspraak. Ik denk, nee ik weet, dat ouders ook heel graag bij de school betrokken wíllen worden, het is heus geen desinteresse. Het is waarschijnlijk ook een goed idee om dat moment van ondertekening enigszins plechtig te laten zijn, een foto te maken, die ophangen in de hal. Zo zijn de ouders permanent binnen de school.

Als je ouders en hun kind een contract laat tekenen, moet je ook zorgen dat ze het naleven. Dus erbovenop zitten. Dat is in het begin een dagtaak. Binnen een paar maanden verandert de sfeer in de school, en pluk je de vruchten.

Maar je moet het natuurlijk niet alleen van dit soort dingen hebben. Je moet vooral ook een goede opleiding bieden, iets wat deze kinderen laten we zeggen inspireert. Dus: veel, heel veel praktijkvakken. Dingen af laten maken, en dat belonen. En het zou mooi zijn als wat tijdens die vakken werd gemaakt ook buiten de school nuttig was. In Amsterdam haalt de politie ieder jaar honderden zo niet duizenden fietsen van straat, fietsen die geen eigenaar meer hebben. Waarom krijgen wij niet een aantal van die fietsen, door leerlingen zelf op te knappen, die ze vervolgens zelf kunnen gebruiken? Hebben ze geen abonnement voor de tram meer nodig.

En waarom maken wij geen nestkastjes die tuincentra dan kunnen verkopen? Dit zijn Nieuwe Leren-achtige projecten, en in deze vorm heb ik er niks op tegen. Waarom maken wij geen moestuin van een deel van het schoolplein, dat groot genoeg is? Maar wat als ik, als docent, met drie leerlingen die dat leuk vinden en die er hart voor hebben, in die moestuin bezig ben, wat dan met die andere twaalf leerlingen? Ja, onze klassen zijn al klein, maar nog niet klein genoeg. Goed praktijkonderwijs is individueel onderwijs. Als ik dit jaar iets geleerd heb, dan dat.

Waarom ben ik hier eigenlijk bezig het wiel opnieuw uit te vinden? Er zijn meer dan honderd praktijkscholen in Nederland, is het onderwijs overal zo slecht als bij ons? Zitten in iedere klas eigenlijk te veel leerlingen? Zijn al die docenten die daar werken na iedere les half gefrustreerd, omdat het nooit zo gaat als je had gehoopt, omdat er daarvoor te veel kinderen in de klas zitten die dingen moeten doen die ze niet willen doen? Is er dan nergens onderwijs op maat? Is dat te duur? Wil de gemeente niet bijspringen, het bedrijfsleven? Met goed onderwijs voorkom je dat deze leerlingen een maatschappelijk probleem worden, is dat dan niks waard?

Tegenwoordig, zo lijkt het, is bijna iedere school bezig met iets nieuws. Is er niet een instantie die bijhoudt wat waar gebeurt, hoe je een school het beste inricht? Directeuren praten toch ook met elkaar? Waar hebben ze het dan over?