Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool

Pas een dag later wordt goed duidelijk hoe hard de Ghanese Jeffrey eigenlijk heeft uitgehaald. Het linkeroog van de Marokkaanse Nabila is blauw, het bovenste gedeelte van haar wang ook, het vlees maakt een gekneusde indruk. Ze is zich er uiteraard van bewust, Nabila, en ze loopt met een chagrijnig gezicht rond, het grootste deel van de tijd voor wie maar in de buurt is verwensingen en oorlogsverklaringen uitend aan het adres van Jeffrey, die kankeraap gaat het nog zien. Ze is mishandeld, zo voelt ze het ook, maar bovenal voelt ze zich vernederd. Dat haar dit is aangedaan, dat Jeffrey haar dit heeft kunnen en durven aandoen, haar, Nabila, dat het voor iedereen zichtbaar is dat zij, Nabila, een pak slaag heeft gekregen, dat is voor dit veertienjarige meisje vermoedelijk nog het moeilijkst te verteren.

En inderdaad doet Nabila voor niemand onder. Vorig jaar was ze nog lief en rustig, beleefd en gezeglijk, toen waren het andere leerlingen die in haar klas de boventoon voerden, maar die leerlingen zijn aan het eind van dat schooljaar in een andere klas geplaatst en dat gaf Nabila de kans zich als grootste schreeuwer te manifesteren, of liever, als grootste aandachttrekker. Ze heeft graag alle aandacht, zowel van haar vriendinnen als van mij, en wordt jaloers als ze die niet krijgt. Als ik Ouafa, een eigenlijk te lief meisje dat met niemand ooit ruzie maakt, eens een compliment geef, komt dat Ouafa op een venijnige opmerking van Nabila te staan. Als ik met de Servische Jelena een paar woorden in het Servo-Kroatisch wissel, een taal die ik nog niet zo heel lang geleden heb proberen te leren, is het Nabila die niet nalaat op te merken dat Jelena altijd alles van mij mag en nooit straf krijgt, is ze jaloers op dat wat ik toevallig alleen met Jelena heb, die exclusieve band, een gemeenschappelijke taal die niemand anders begrijpt.

Maar ze is van alle leerlingen in de klas ook de meest ambitieuze, wil en kan hard werken, kan ook wel wat, maar wil ook graag dat dit door iedereen wordt gezien, en waarom ook niet? Ik mag Nabila graag, ze is netjes, ze weet hoe het hoort, heeft ook verantwoordelijkheidsgevoel, ze is lief en leuk met kleine kinderen, ze is erg handig achter de naaimachine, ze is voor haar vader en moeder, denk ik, een goede dochter. Maar als ze geen zin heeft of in een balorige bui is, dan merk je het ook. Of als ze boos is, zich onrechtvaardig behandeld acht.

Die klap van Jeffrey kreeg ze tijdens de gymnastiekles, ik was er niet bij maar Nabila zou Jeffrey tijdens het voetballen hebben laten struikelen, hij zou nogal hard zijn gevallen, onmiddellijk zijn opgestaan en Nabila die dreun hebben verkocht. Nogmaals, aan haar gezicht te zien moet hij uit alle macht uitgehaald hebben, ook hij moet zich vooral vernederd hebben gevoeld. Een vernedering, en ze voelen dat al snel zo, kunnen de meeste van onze leerlingen niet over hun kant laten gaan, zeker niet als andere leerlingen daarvan getuige zijn.

Nabila ontkent, zegt dat het per ongeluk ging, maar ik denk dat Nabila Jeffrey wel degelijk met opzet onderuit heeft gehaald. Ze heeft niet veel op met negers, voor haar zijn het meestal «apen», waarom dat zo is weet ik niet precies, maar het zal iets met thuis te maken hebben, ouders die er ook zo over denken, die zwarten niet gewend zijn. Rivaliteit speelt denk ik ook een rol, de twee grootste groepen leerlingen bij ons op school zijn de Marokkanen en de Surinamers en Antillianen.

En ten slotte, misschien wel de belangrijkste reden, lichamelijkheid, seksualiteit, de rivaliteit op dat gebied. De Surinaamse en Antilliaanse meisjes hebben op Nabila een streepje voor, zij kunnen hun lichaam gebruiken om de aandacht van jongens te trekken en ze doen dat ook, onomwonden, iedere dag weer kleden ze zich zo uitdagend als maar kan, volgens de laatste mode, strak en bloot. Tijdens het dansen op discomiddagen kennen ze geen schaamte, leven ze zich uit en bewegen alsof ze, ziet Nabila ook wel, staan te neuken. Nabila daarentegen draagt een hoofddoek en wijde zwarte kleding die toch wat ouderwets aandoet. Een enkele keer een strakke spijkerbroek en een strak T-shirt, en dan ziet ze er direct een stuk vlotter uit, maar dan wel met iets verhullends daaroverheen, een lang vest bijvoorbeeld, dat ze dan ook voortdurend zo schikt, ze let daar goed op, dat het haar billen en borsten verbergt.

Misschien is ze zich even bewust van haar lichaam als die zwarte meisjes en doet ook zij haar best – aandacht trekken is haar tenslotte niet vreemd – de schoonheid daarvan te benadrukken, alleen niet door daarvan zo veel mogelijk te laten zien maar juist door zo veel mogelijk te verbergen. Dat is haar manier om de concurrentie aan te gaan, de enige voor haar beschikbare misschien, een meisje dat haar eer als moslima hoog wil houden en dus moet blijven doen alsof zij met jongens niets te maken wil hebben en boven al het lichamelijke staat. Haar manier, die van de ambitieuze Nabila, is zich niet te verlagen, zich niet te koop aan te bieden, maar zich integendeel boven die zwarte meiden te verheffen door behalve mooi ook moreel onaantastbaar te zijn – eigenlijk de aantrekkelijkste van allemaal.

Zo ook blijft ze die goede dochter. Ze gruwt van wat die zwarte meiden allemaal voor jongens doen, laat dat aan haar vriendinnen ook duidelijk merken, kijk eens hoe ze die jongens lokken, die hoertjes, ze maken zich te schande. In ieder geval in de klas, voor Hakima, voor Ouafa, zelfs voor de Servische Jelena, bepaalt Nabila vooralsnog de standaard.