Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool

En wat voor jongen is de veertienjarige Ghanees Jeffrey? Het is in ieder geval een jongen die, als hij tijdens het voetballen, tijdens de gymles, door de Marokkaanse Nabila wordt gevloerd, opstaat en hard uithaalt, uit volle macht, zo hard dat Nabila er een blauwe wang en een blauw oog aan overhoudt, kneuzingen die dagenlang zichtbaar blijven. Natuurlijk, haar verhaal is het zijne niet, volgens Nabila ging het per ongeluk, zij wilde de bal schoppen, raakte de voet van Jeffrey, hij viel, maar volgens Jeffrey deed zij het expres, en toen hij opstond en protesteerde duwde zij hem weg, zo, met haar handen tegen zijn gezicht, eigenlijk waren dat al een soort klappen, eigenlijk begon zij met slaan, zij sloeg hem zelfs twee keer. Toen pas haalde híj uit.
Ik zou de toedracht misschien kunnen achterhalen door bij leerlingen die getuige waren navraag te doen en dan mijn eigen conclusies te trekken, maar het interesseert me niet zo te weten wie nu precies wat heeft gedaan. Ik begrijp beiden zo ook wel. Ik begrijp zo ook wel, denk ik, waarom nu juist die twee slaags met elkaar zijn geraakt. Nabi la’s kant van de zaak, de psychologische, heb ik vorige week uit de doeken gedaan, deze week is Jeffrey aan de beurt.
Jeffrey ken ik iets minder goed dan Nabila, ik heb hem minder vaak in de klas, ik heb ook minder met hem. Net als Nabila ken ik hem twee jaar, sinds hij bij ons op school zit, maar anders dan Nabila is Jeffrey van het begin af aan een moeilijke jongen geweest. Vorig jaar, in mijn toenmalige rol van «directeur», had ik hem vaak aan mijn bureau – Nabila werd er nooit uitgestuurd – en een paar keer ook heb ik zijn moeder gesproken, een lieve vrouw die maar weinig Nederlands sprak, wel goed Engels, en die eigenlijk niet begreep waarom wij zo veel moeite met haar zoon hadden. Ze zag natuurlijk ook niet, wist misschien ook niet, dat Jeffrey bij ons voortdurend met een boos gezicht rondliep, iets wat ook dit jaar nog vaak zo is. Hij was ook degene die zich, bij docenten die dat toelieten, het meest misdroeg, in de klas zomaar rond ging lopen en ging schreeuwen en met dingen ging gooien, tegen die docenten ook heel brutaal kon zijn.
Het lijkt er nu op alsof Jeffrey iets van een lefgozer heeft maar dat is hij nu juist net niet. Vorig jaar was het de Surinaamse Brian die voor Jeffrey als het ware de poort opende, de poort naar wangedrag, door nooit te doen wat hij niet wilde doen, door in sommige gevallen dus helemaal niet meer te luisteren, koppig en eigenzinnig te blijven, onbevreesd voor welk dreigement dan ook. Maar Brian ging het er nooit om de docent te provoceren, het ging Brian er alleen maar om zijn eigen onvermogen te maskeren, daarom weigerde hij dit of dat te doen, omdat hij het niet kon – Jeffrey daarentegen gaat het wel degelijk om de strijd. Jeffrey gaat het erom brutaal te zijn, of ongehoorzaam, of wat dan ook. Het gaat Jeffrey om het conflict – voor Brian was dat altijd het gevolg, helaas, van iets wat nu eenmaal in zijn hoofd zat.
Brian is naar een andere school en Jeffrey heeft een ander boegbeeld gevonden, de lange, praatgrage Clarence – door iedereen Kenny genoemd – die met zijn mond bijna iedereen de baas kan. Wat Kenny kan, denkt Jeffrey misschien, kan ik ook, maar wat Kenny kan, kan hij natuurlijk niet. Kenny is heus ook wel eens brutaal maar ik vind hem niet kwaadaardig, hij is in docenten niet wezenlijk geïnteresseerd, dus ook niet in hun gezag, hij is bijna volledig op zijn klasgenoten gericht. Hij kan ook wel eens irritant zijn maar hij is zo ad rem, en vooral, hij praat zo grappig dat ik vaak om hem moet lachen. Om Jeffrey moet ik eigenlijk nooit lachen. Ik denk dat dat voor ons allemaal geldt, docenten zowel als leerlingen: wij lachen nooit om Jeffrey, niemand lacht ooit om Jeffrey. Eigenlijk is Jeffrey nooit leuk, hij is zelfs niet vertederend, met dat boze gezicht weert hij alles en iedereen af. Jeffrey is een soort zee-egel, het doet pijn hem aan te raken, dat zie je aan zijn gezicht, het is het beste hem maar te laten en uit zijn buurt te blijven.
Blijven twee vragen over. Eén: waarom trekt Kenny dan wel met Jeffrey op, ja waarom laat niet iedereen hem links liggen? Want dat is toch niet het geval, binnen de Surinaams-Antilliaanse kliek telt Jeffrey wel degelijk mee. Maar misschien is dat voornamelijk wegens zijn band met Kenny, die een hoge status geniet, en vermoedelijk waardeert Kenny Jeffrey juist omdat hij zo stekelig is, iedereen voortdurend onderuit probeert te halen, vooral de meisjes, die zich overigens wel verweren. Maar dat vinden Kenny en Jeffrey nu eenmaal leuk, anderen, vooral meisjes, uitlachen. Maar Kenny kan ook aardig voor ze zijn en is dat ook, het is au fond een goedmoedige jongen, Jeffrey daarentegen kan voor de meisjes niet aardig zijn, hij kan alleen rot en raar tegen ze doen.
En vraag twee: waarom moet Kenny nu juist Nabila zo hard slaan? Omdat zij hem onderuithaalt, wat iedereen zag, een vernedering. En omdat hij aan haar, Marokkaanse, geen boodschap heeft, ze staat buiten de eigen groep, een vreemde. Kenny die bijna niets kan, die het liefst plaatjes inkleurt, die op zijn veertiende nog altijd iets van een baby heeft, een vaak boze baby, dat wel, die Kenny moet het nu eenmaal hebben van meisjes uitlachen en uitschelden, van op een mokkende manier brutaal doen tegen docenten en van, klaarblijkelijk, zo’n irritante Marokkaanse met zo’n grote bek, die Marokkanen denken toch al dat ze heel wat zijn, zonder pardon tegen de grond te slaan. Dat is waarom Kenny denkt dat ook hij meetelt, erbij hoort, dat ook hij iemand is die het waard is er te zijn.